Wildkalender
Wat kun je in mei spotten?
Wilde dieren zijn niet het hele jaar even goed te zien. Deze kalender laat per maand zien welke soorten er dan werkelijk iets te beleven geven, en waarom juist die maand telt.
Mei
220 soortenOp volgorde van hoe groot je kans is. Onder elke soort staat waarom juist deze maand telt.
Mei is de drukste maand van het jaar, en tegelijk de kortste. De nachten zijn kort, het zangkoor begint voor vieren, en tegen half juni is de helft van al dat geluid alweer verdwenen. Wie één maand per jaar vroeg wil opstaan, kiest deze.
Het koor is compleet
Alles wat in april binnenkwam, zingt nu tegelijk. De boerenzwaluw is in mei op zijn talrijkst — de terugkeer uit Afrika loopt van eind maart tot begin juni met de piek precies nu. De wielewaal zingt in mei en juni zijn fluitende strofe hoog in de populieren, en de nachtegaal is in de eerste helft van de maand op zijn hardst. Dat maakt mei tegelijk de lastigste maand om zang te léren: er zingen zoveel soorten door elkaar dat je ze nauwelijks uit elkaar houdt. Begin daarom met één soort per ochtend.
De schemering wordt interessant
Vanaf half mei ratelt de nachtzwaluw in de schemering boven open heide met verspreide bomen — een geluid dat meer op een machine lijkt dan op een vogel, en dat een van de vreemdste natuurervaringen van Nederland oplevert. In dezelfde uren jagen de vleermuizen: de watervleermuis scheert laag over stil water, de rosse vleermuis vliegt juist hoog en vroeg, vaak al voor zonsondergang.
De eerste libellen
Mei is de start van het libellenseizoen. De glassnijder vliegt van eind april tot eind juli met de piek in mei en juni, de platbuik piekt eind mei tot half juni, en de weidebeekjuffer begint langs beken en sloten. De vuurlibel komt er vanaf mei bij. Zoek ze op zonnige, windstille momenten — bij bewolking zitten ze weg.
Jonge dieren
De reekalveren worden in mei geboren: de bronst van de ree viel vorig jaar half juli, maar de bevruchte eicel blijft daarna maandenlang in rust voordat de dracht echt begint. Vind je een kalfje in het gras, laat het liggen en loop door — het is niet verlaten, de geit staat op afstand te wachten tot jij weg bent. Bij de gewone zeehond worden de jongen van mei tot juli geboren. De welpen van de vos spelen nog tot begin juni buiten de burcht.
En de vlinders beginnen
Vanaf begin mei vliegt het icarusblauwtje in twee tot drie generaties tot in oktober, en vanaf eind mei komt de nieuwe generatie kleine vossen tevoorschijn — de exemplaren die je in maart zag waren overwinteraars, deze zijn nieuw geboren. De koninginnenpage vliegt van eind april tot half juni in zijn eerste generatie. Zonnig, warm en uit de wind is de enige regel die telt.
Waar je heen gaat
Voor zang en nachtzwaluw de Veluwe: Planken Wambuis, de Hoge Veluwe of Dwingelderveld. Voor libellen en moerasvogels Weerribben-Wieden, het Naardermeer of de Alde Feanen. Voor zeehonden met jongen de Waddenzee, vanaf een boot of vanaf de dijk.
Praktisch
Zonsopkomst valt eind mei rond half zes, en het koor begint daarvóór. Dat betekent: de wekker om vier uur, of het accepteren dat je de beste twee uur mist. Neem muggenspul mee bij moeras, en controleer na afloop op teken — mei is een piekmaand. Verder geldt alles uit april dubbel: op de paden blijven, honden aan de lijn, en niet een weiland in om dichterbij te komen. Zie verantwoord spotten.
Makkelijk
Alpenwatersalamander
In het voorjaar zitten ze in het water en zijn ze veruit het makkelijkst te vinden.
Makkelijk
Azuurwaterjuffer
Vroege zomer bij wateren met drijvende waterplanten; vaak in grote aantallen tegelijk.
Makkelijk
Baars
Paaitijd langs oevers en tussen waterplanten; jonge baarzen staan dan ondiep in scholen.
Makkelijk
Bergeend
Broedseizoen langs de kust; families met jongen op de slikken en kwelders.
Makkelijk
Blankvoorn
In april en mei paaien ze in ondiep water en zijn ze vanaf de kant goed te zien.
Makkelijk
Boerenzwaluw
De terugkeer piekt volgens Vogelbescherming Nederland in mei; de najaarstrek valt volgens Sovon tussen eind augustus en eind september.
Makkelijk
Bont zandoogje
Zonnend in lichtvlekken langs bospaden; drie generaties lopen in elkaar over.
Makkelijk
Bontbekplevier
Broedt maart tot juli; in augustus en september trekken tienduizenden vogels door het Waddengebied.
Makkelijk
Boomblauwtje
Een van de vroegste blauwtjes: al vanaf half maart rond hulst en klimop.
Makkelijk
Boompieper
In mei en juni zijn de zangvluchten het talrijkst en het best te zien.
Makkelijk
Brasem
De paai in mei en juni is vanaf de kant goed te horen en te zien.
Makkelijk
Citroenvlinder
Vaak de eerste vlinder van het jaar: op een zonnige dag in februari of maart al actief.
Makkelijk
Dodaars
Hinnikende roep in het voorjaar; in de winter zit hij op grotere, open wateren.
Makkelijk
Driedoornige stekelbaars
Mannetjes met rode keel bij hun nest in ondiep, begroeid water.
Makkelijk
Drieteenstrandloper
Rennend langs de branding op het strand; najaarstrek en mei geven de grootste aantallen.
Makkelijk
Fazant
De haan roept luid en opvallend en klapt met de vleugels.
Makkelijk
Fitis
Zingende mannetjes in struweel en jonge aanplant, vanaf half april.
Makkelijk
Fuut
Baltsdans: twee vogels komen kop aan kop uit het water omhoog, vaak met een plukje wier.
Makkelijk
Geelgors
In het voorjaar zingt hij vanaf een vaste post bovenin een struik of draad, urenlang.
Makkelijk
Gele kwikstaart
In april en mei zingen de mannetjes vanaf kluiten en hekpalen langs akkerranden.
Makkelijk
Gewone zeehond
Jongen in het voorjaar; in augustus verharing en de meeste dieren op de plaat.
Makkelijk
Gierzwaluw
Van begin mei tot eind juli; wie in augustus nog gierzwaluwen zoekt, is te laat.
Makkelijk
Grasmus
Zangvlucht boven laag struweel: hij wipt omhoog, zingt en laat zich weer zakken.
Makkelijk
Graspieper
Parachutevlucht boven open terrein in het voorjaar; in oktober trekken grote aantallen over.
Makkelijk
Grauwe gans
Families met jongen grazen in weilanden en langs waterkanten.
Makkelijk
Groene kikker (bastaard)
Luide kwaakkoren op warme avonden; overdag zonnend op drijvende planten.
Makkelijk
Groot koolwitje
Drie generaties; de zomergeneraties zijn veruit het talrijkst.
Makkelijk
Grote Canadese gans
Families met jongen grazen op grasvelden en oevers.
Makkelijk
Grote roodoogjuffer
Mannetjes zitten op waterlelie- en gele plombladeren, laag boven het water.
Makkelijk
Grote stern
Van mei tot juli zijn de kolonies bezet en zijn de aantallen het hoogst.
Makkelijk
Hooibeestje
Vliegt laag over schrale graslanden en droge heide, in twee generaties.
Makkelijk
Houtduif
Baltsvluchten met een hoorbare vleugelklap en volop roepende mannetjes.
Makkelijk
Huiszwaluw
In het broedseizoen vliegen de kolonies af en aan met modder en insecten.
Makkelijk
Icarusblauwtje
Twee tot drie generaties die in elkaar overlopen; het hele zomerhalfjaar te zien.
Makkelijk
Kanoet
Duizenden vogels dicht opeen op een hoogwatervluchtplaats in de Waddenzee.
Makkelijk
Klein geaderd witje
Drie generaties; het vochtigste van de drie koolwitjes, vaak langs bosranden en hooiland.
Makkelijk
Klein koolwitje
Drie generaties die elkaar opvolgen; van eind maart tot half oktober vrijwel altijd te zien.
Makkelijk
Kleine karekiet
In mei en juni zingt hij de hele ochtend vanuit de rietkraag.
Makkelijk
Kleine mantelmeeuw
Kolonies zijn in het broedseizoen op hun drukst; in de winter blijft een deel hier.
Makkelijk
Kleine vuurvlinder
Drie generaties die elkaar opvolgen; van eind april tot in oktober te zien.
Makkelijk
Kleine watersalamander
In het voortplantingswater, man in bruidskleed; kijk in de avond met een zaklamp.
Makkelijk
Kneu
In het voorjaar zingen de mannetjes met rode borst vanaf struiktoppen.
Makkelijk
Knobbelzwaan
Grijze jongen zwemmen achter de ouders aan; het paar is dan fel verdedigend.
Makkelijk
Kokmeeuw
Broedkleed met chocoladebruine kop; kolonies zijn luidruchtig en druk.
Makkelijk
Kolblei
In mei en juni paaien ze luidruchtig in ondiep, plantenrijk water.
Makkelijk
Konijn
De jongen komen boven de grond, vooral in de duinen.
Makkelijk
Konikpaard
Veulens lopen mee in de kudde; de dieren zijn dan waakzamer dan anders.
Makkelijk
Landkaartje
Twee generaties die er totaal verschillend uitzien; mei en juli-augustus zijn het best.
Makkelijk
Lantaarntje
Waarschijnlijk de algemeenste waterjuffer van Nederland; bij elke sloot te vinden.
Makkelijk
Meerkikker
Schaterend koor langs onbeschaduwde slootkanten; mei en begin juni zijn het luidst.
Makkelijk
Meerkoet
Kuikens: zwarte donsbolletjes met een opvallend rood-oranje kop.
Makkelijk
Merel
Zingende mannetjes bij het eerste en laatste licht, vanaf dak, schoorsteen of boomtop.
Makkelijk
Oeverloper
Doortrek in voor- en najaar; solitair langs de waterkant, ook in havens en langs plassen.
Makkelijk
Oeverzwaluw
In mei en juni zijn de kolonies op hun drukst; in augustus verzamelen ze zich in rietmoerassen voor het vertrek.
Makkelijk
Oranjetipje
Kort venster in april en mei; daarbuiten zie je hem niet.
Makkelijk
Platbuik
Vroege soort: eind mei en juni zijn de beste weken, vaak bij pas gegraven poelen.
Makkelijk
Rietgors
Vanaf eind februari keren de trekkers terug; in het voorjaar zingen de mannetjes vanaf een uitstekende rietstengel.
Makkelijk
Rietvoorn
In het late voorjaar paaien ze tussen de waterplanten in ondiep water.
Makkelijk
Rietzanger
In mei en juni doen de mannetjes hun zangvlucht: omhoog vanuit het riet en dan parachuterend omlaag.
Makkelijk
Roek
Kolonies zijn in het vroege voorjaar op hun drukst en luidruchtigst.
Makkelijk
Roodborsttapuit
In het voorjaar zitten de paren opvallend zichtbaar op struiktoppen te zingen en te alarmeren.
Makkelijk
Rotgans
April en mei geven de grootste groepen: dan tanken ze bij voor de trek naar Siberië.
Makkelijk
Scholekster
Luidruchtig broedseizoen, ook op platte daken midden in dorpen en steden.
Makkelijk
Schotse hooglander
Kalveren lopen mee; de kudde is dan waakzamer en het is extra opletten.
Makkelijk
Smaragdlibel
Patrouillerend laag langs vennen en veenoevers; mei en begin juni zijn het best.
Makkelijk
Steenloper
Op stenen dijkglooiingen en strekdammen langs de kust; het talrijkst tijdens de trek.
Makkelijk
Tjiftjaf
Vanaf begin maart is hij vaak de eerste teruggekeerde zomervogel die je hoort, weken voor de fitis.
Makkelijk
Torenvalk
Jaagt vrijwel onafgebroken om de jongen te voeren.
Makkelijk
Tureluur
In het voorjaar zijn de baltsende paren het opvallendst; in juli en augustus trekken 36.800 tot 66.100 vogels door.
Makkelijk
Turkse tortel
Monotoon roepende mannetjes vanaf daken en antennes; volop baltsvluchten.
Makkelijk
Vetje
Van april tot juni paaien ze in meerdere ronden tussen de waterplanten.
Makkelijk
Viervlek
Vroeg in het seizoen bij vennen en hoogveen; mei en juni leveren de meeste dieren op.
Makkelijk
Vink
Zingende mannetjes met de karakteristieke afdalende slag die eindigt in een zwierig slotje.
Makkelijk
Visdief
Biddend en duikend boven ondiep water; kolonies zijn in mei en juni op hun drukst.
Makkelijk
Vuurjuffer
Onze vroegste libel: in april vaak de eerste die je van het jaar ziet.
Makkelijk
Waterhoen
Kuikens zwemmen mee: zwarte donsbolletjes met een rood snaveltje.
Makkelijk
Winterkoning
Zingt volop: een ratelende zang die veel te luid is voor zo’n klein vogeltje.
Makkelijk
Zanglijster
Zingt vanaf een boomtop in de vroege ochtend; een van de eerste voorjaarsboden.
Makkelijk
Zilverplevier
Op het wad; in mei staan ze in prachtig zwart-wit zomerkleed voor vertrek naar Siberië.
Makkelijk
Zonnebaars
De paaitijd, als mannetjes hun nestkuil in de oeverzone bewaken.
Makkelijk
Zwarte roodstaart
Zingt vanaf daken en kranen, vaak al twee uur voor zonsopkomst.
Makkelijk
Zwartkop
Van half april tot in juni zingen de mannetjes vrijwel de hele ochtend vanuit dicht struweel.
Met geluk
Aal
Glasaaltrek in het voorjaar bij sluizen en gemalen; schieraal trekt weg in oktober en november.
Met geluk
Argusvlinder
Zonnend op kale grond, stenen en muurtjes langs slootkanten en dijken.
Met geluk
Bever
Lange, zachte avonden om aan het water te wachten.
Met geluk
Blauwborst
Zingende mannetjes met felblauwe keel, goed zichtbaar op een uitstekende tak.
Met geluk
Bonte vliegenvanger
Zingende mannetjes in loofbos, vanaf half april tot in mei.
Met geluk
Boomleeuwerik
Jodelende zangvlucht boven heide en zandverstuiving, vanaf eind februari.
Met geluk
Bosruiter
Voorjaarstrek bij oostenwind en najaarstrek in juli en augustus, op ondiep zoet water.
Met geluk
Braamsluiper
Ratelende zang vanuit dicht struweel; de weken rond eind april zijn het luidst.
Met geluk
Bruin blauwtje
Twee tot drie generaties op warme, schrale grond; zoekt veel nectar en zit dus vaak op bloemen.
Met geluk
Bruine kiekendief
Zeilt laag over riet en grasland; het hele zomerhalfjaar goed te volgen boven wetlands.
Met geluk
Bruine korenbout
Het uitsluipen gebeurt van eind april tot begin juni; mei en juni zijn veruit de beste maanden.
Met geluk
Cetti’s Zanger
Explosieve zang uit dicht struweel langs het water; het voorjaar is het luidst.
Met geluk
Fluiter
Zingt vanuit de middenlaag van oud beukenbos; mei is veruit de beste maand.
Met geluk
Gekraagde roodstaart
In april en mei zingen de mannetjes vanaf hoge takken in open bos.
Met geluk
Geoorde fuut
In zomerkleed op de broedplassen; vanaf juli verzamelen ruiende vogels zich in de Delta.
Met geluk
Gewone bosspitsmuis
Van april tot augustus is de voortplantingstijd en zijn de dieren het talrijkst.
Met geluk
Glassnijder
Mei en juni zijn de topmaanden; in juli wordt hij snel schaars.
Met geluk
Grauwe klauwier
Zit op uitkijkposten in doornstruweel; mei tot juli is de broedperiode.
Met geluk
Grauwe vliegenvanger
Jaagt vanaf een vaste uitkijkpost aan een bosrand of in een tuin met oude bomen.
Met geluk
Groentje
Zittend als groen blaadje in een lage struik langs vochtige heide.
Met geluk
Grote gele kwikstaart
In het voorjaar zijn de paren het meest zichtbaar bij stuwen en molens, waar ze op en neer vliegen langs het water.
Met geluk
Grutto
Terug uit het zuiden en volop baltsend en wakend boven het weiland.
Met geluk
Houtsnip
Baltsvlucht boven het bos in de schemering (maart-juni) en doortrek in oktober en november.
Met geluk
Huisspitsmuis
Het hele jaar aanwezig; in de zomer het talrijkst en het vaakst gevonden.
Met geluk
Indische gans
In het voorjaar zijn de broedparen met jongen het opvallendst.
Met geluk
Kaasjeskruiddikkopje
Er zijn twee duidelijke pieken, in mei en in juli.
Met geluk
Kemphaan
Doortrek in april-mei en juli-september; in mei staan de mannetjes in vol kraagkleed.
Met geluk
Kleine plevier
Baltsend en broedend op kale grond bij zandwinningen en nieuw ingerichte terreinen.
Met geluk
Kluut
Kolonies zijn bezet en luidruchtig; foeragerend op drooggevallen slikken.
Met geluk
Koekoek
De roep van het mannetje; daarna valt hij vrijwel stil.
Met geluk
Koninginnenpage
Twee generaties: eind april tot half juni en juli tot half september.
Met geluk
Krooneend
Mannetjes in vol kleed op heldere plassen met kranswieren.
Met geluk
Levendbarende hagedis
Zonnend op paadranden en boomstronken na een koele nacht.
Met geluk
Mandarijneend
Mannetjes in vol kleed in het vroege voorjaar, op beschutte vijvers en bosplassen.
Met geluk
Muskusrat
Meer beweging langs de oevers doordat jonge dieren zelfstandig worden.
Met geluk
Nachtzwaluw
Ratelende zang op warme avonden in juni, vanaf ongeveer een halfuur na zonsondergang.
Met geluk
Poelkikker
Koorzang bij vennen en poelen in de avond; mei en begin juni zijn het luidst.
Met geluk
Regenwulp
Twee korte, scherpe pieken: eind april tot half mei en de tweede helft van augustus.
Met geluk
Scheefbloemwitje
Drie generaties die elkaar overlappen: eind maart-begin juni, juni-augustus en juli-november.
Met geluk
Spotvogel
In mei en juni zingt hij uitbundig vanuit struweel; daarna wordt hij vrijwel onvindbaar.
Met geluk
Sprinkhaanzanger
Eind april tot juni is de zangperiode; daarna wordt hij vrijwel onvindbaar.
Met geluk
Tiendoornige stekelbaars
In het late voorjaar bouwen de mannetjes hun nestjes en zijn ze het actiefst.
Met geluk
Tuinfluiter
In mei en juni zingt hij vrijwel de hele ochtend vanuit dicht struweel.
Met geluk
Variabele waterjuffer
In juni zijn de dichtheden boven laagveenwater het hoogst.
Met geluk
Veldleeuwerik
Zangvlucht boven open land, hoog in de lucht, vanaf het eerste licht.
Met geluk
Vinpootsalamander
In april en mei zijn de mannetjes in voortplantingskleed en het best te herkennen.
Met geluk
Vos
Ranstijd in de winter, spelende welpen in april en mei.
Met geluk
Vuurgoudhaan
Zingt hoog in naaldbomen; het vroege voorjaar geeft de meeste kans.
Met geluk
Wespendief
Baltsvluchten in mei en juni; in augustus en september trekt hij weg.
Met geluk
Wild zwijn
Biggen met lengtestrepen lopen achter de zeug aan.
Met geluk
Winde
De paaitrek naar ondergelopen uiterwaarden en stromende oeverzones.
Met geluk
Wisent
In mei en juni lopen er kalveren rond; van augustus tot oktober is het bronsttijd.
Met geluk
Woelrat
Zwemmend of knagend langs de slootkant, vooral in de schemering.
Met geluk
Zwarte ruiter
Doortrek in voor- en najaar; in mei staan ze in zwart prachtkleed op het slik.
Met geluk
Zwarte stern
Broedvogels in laagveenmoeras; in juli en augustus verzamelen duizenden vogels op het IJsselmeer.
Met geluk
Zwartkopmeeuw
In de kolonies in de Delta; vanaf juli vertrekken ze alweer.
Zeldzaam
Aardbeivlinder
In mei vliegen de meeste vlinders.
Zeldzaam
Barbeel
De paaitrek naar ondiepe grindbanken in snelstromend water.
Zeldzaam
Beekrombout
In mei en juni sluipen de meeste dieren uit en zijn ze het talrijkst.
Zeldzaam
Beverrat
In de zomermaanden zijn de dieren het zichtbaarst langs de oevers.
Zeldzaam
Bijeneter
Mei en juni, vaak na een periode met aanhoudende zuidenwind.
Zeldzaam
Bont dikkopje
In mei vliegen de meeste vlinders; de vliegtijd is kort.
Zeldzaam
Boomkikker
Koorperiode: op warme avonden roepen tientallen mannetjes tegelijk.
Zeldzaam
Bruine vuurvlinder
De twee generaties pieken in mei en in juli.
Zeldzaam
Dwergstern
Van mei tot juli zijn de kolonies bezet.
Zeldzaam
Engelse kwikstaart
April en mei geven de beste kans, want dan zijn de mannetjes op hun felst gekleurd.
Zeldzaam
Gevlekte witsnuitlibel
Mei en de eerste helft van juni zijn veruit de beste periode.
Zeldzaam
Grauwe kiekendief
Jaagt laag over akkers in Noord-Nederland; mei tot augustus is de broedperiode.
Zeldzaam
Grote karekiet
Luide zang uit stevig waterriet; mei en juni zijn de enige echt kansrijke maanden.
Zeldzaam
Hazelworm
Onder opwarmende planken en platen langs bosranden.
Zeldzaam
Kamsalamander
Waterfase: mannetjes met hoge rugkam baltsen in visvrije poelen.
Zeldzaam
Kleine modderkruiper
Tijdens de paai van april tot juli zijn ze het actiefst en het best te zien.
Zeldzaam
Koereiger
Tussen grazend vee in weilanden; het zomerhalfjaar geeft de meeste kans.
Zeldzaam
Mol
In de paartijd, volgens Zodion maart tot mei, lopen mannetjes vlak onder het oppervlak; daardoor ontstaan de zogeheten mollenritten.
Zeldzaam
Muurhagedis
In april en mei zonnen de dieren het langst en zijn ze het minst schuw.
Zeldzaam
Nachtegaal
Zingende mannetjes, ook ’s nachts; na half juni valt de zang vrijwel stil.
Zeldzaam
Noordse kwikstaart
Mei is veruit de beste maand; de Noordse kwikstaart trekt later door dan onze eigen vorm.
Zeldzaam
Noordse stern
Van mei tot juli zijn de kolonies bezet.
Zeldzaam
Noordse winterjuffer
Twee pieken per jaar: het voorjaar met de overwinterde dieren en het najaar met de nieuwe generatie.
Zeldzaam
Noordse witsnuitlibel
Vroege voorjaarssoort: mei is veruit de beste maand.
Zeldzaam
Ondergrondse woelmuis
In het zomerhalfjaar zijn de aantallen het hoogst.
Zeldzaam
Paapje
Broedvogels in mei en juni; in de nazomer trekken doortrekkers door het hele land.
Zeldzaam
Purperreiger
Vliegt tussen rietkolonie en foerageergebied; in augustus ook jonge vogels op onverwachte plekken.
Zeldzaam
Ringslang
Zonnend langs de waterkant in de ochtend.
Zeldzaam
Rivierprik
De paai op zonnige dagen in ondiep stromend water.
Zeldzaam
Roerdomp
Roepende mannetjes; vrijwel de enige manier om er een vast te stellen.
Zeldzaam
Rugstreeppad
Ratelende koren in ondiepe duinplassen, vooral na een flinke regenbui.
Zeldzaam
Sneep
De paaitrek naar snelstromende trajecten met grindbanken.
Zeldzaam
Snor
Aanhoudend gesnor uit het riet, vooral in de schemering en 's nachts.
Zeldzaam
Steltkluut
Voorjaar en vroege zomer; na een droog voorjaar in Zuid-Europa komen er veel meer.
Zeldzaam
Tweekleurige bosspitsmuis
Van april tot augustus is het voortplantingsseizoen en zijn de dieren het talrijkst.
Zeldzaam
Veenmol
Eind april tot eind mei is het hele seizoen. Mis je die weken, dan moet je een jaar wachten.
Zeldzaam
Veldparelmoervlinder
In mei vliegen de meeste vlinders; de vliegtijd is kort.
Zeldzaam
Venwitsnuitlibel
Half mei tot half juli; jonge dieren zitten dan in beschutte bos- en heideplekken rond het ven.
Zeldzaam
Vroedmeesterpad
In mei en juni roepen de meeste mannetjes en dragen ze hun eisnoeren.
Zeldzaam
Wasbeer
In het zomerhalfjaar is hij het actiefst; in de winter houdt hij winterrust.
Zeldzaam
Wasbeerhond
In het zomerhalfjaar is hij het actiefst; in de winter houdt hij winterrust.
Zeldzaam
Waterspitsmuis
In het voorjaar en de zomer zijn de dieren het actiefst en talrijkst.
Zeldzaam
Wielewaal
Fluitende mannetjes hoog in populieren, vooral in de vroege ochtend van mei en juni.
Zeldzaam
Witwangstern
In mei en juni zijn de kolonies actief en de vogels in vol zomerkleed.
Zeldzaam
Zandhagedis
De mannetjes zijn felgroen op de flanken — de opvallendste hagedis van het jaar.
Zeldzaam
Zeeprik
De paai op grindbanken in snelstromend water.
Zeldzaam
Zomertaling
Kort na aankomst zijn de mannetjes het opvallendst; in juli zijn ze alweer weg.
Zeldzaam
Zomertortel
Spinnend gekoer uit dicht struweel; de zomer is de enige periode dat hij hier is.
Zeer zeldzaam
Amerikaanse nerts
Van eind april tot juli worden de jongen geboren en grootgebracht.
Zeer zeldzaam
Beekprik
De paai boven grindrijk stromend water; daarna sterven de dieren.
Zeer zeldzaam
Boswitje
Twee pieken: mei voor de eerste generatie en juli voor de tweede.
Zeer zeldzaam
Bruin dikkopje
In mei vliegen de meeste vlinders.
Zeer zeldzaam
Buidelmees
In het voorjaar bouwen de mannetjes hun nesten en roepen ze het meest.
Zeer zeldzaam
Donkere waterjuffer
De eerste helft van mei is vrijwel de hele vliegtijd.
Zeer zeldzaam
Draaihals
Doortrek in het voorjaar en najaar; als broedvogel vrijwel verdwenen.
Zeer zeldzaam
Duinpieper
Twee smalle doortrekvensters; buiten die weken is zoeken zinloos.
Zeer zeldzaam
Dwergvinvis
Geldt voor de Noordzee als geheel; de Nederlandse strandingen vallen verspreid over het jaar.
Zeer zeldzaam
Elft
De optrek naar de paaigebieden.
Zeer zeldzaam
Fint
De paaitrek naar het zoetwatergetijdengebied.
Zeer zeldzaam
Geelbuikvuurpad
In mei en juni roepen de dieren het meest en zijn ze het langst in het water te zien.
Zeer zeldzaam
Gladde slang
Zonnend op droge heide in de vroege ochtend; voorjaar en nazomer geven de meeste kans.
Zeer zeldzaam
Hamster
In de zomer zijn de dieren actief en worden twee tot drie worpen grootgebracht.
Zeer zeldzaam
Hop
Doortrek in het voorjaar en najaar; april en mei geven de meeste kans.
Zeer zeldzaam
Klaverblauwtje
De eerste generatie in mei en juni levert de meeste waarnemingen op.
Zeer zeldzaam
Knoflookpad
In april trekken de dieren naar het voortplantingswater en roepen de mannetjes het meest.
Zeer zeldzaam
Kwak
Vliegt uit in de schemering; april tot juni is de broedperiode.
Zeer zeldzaam
Kwartel
Roepende mannetjes in graanakkers, vooral in de schemering en 's nachts.
Zeer zeldzaam
Kwartelkoning
Roept 's nachts vanuit hoog gras; juni is de beste maand.
Zeer zeldzaam
Maanwaterjuffer
Eind mei tot half juni vliegen vrijwel alle dieren tegelijk.
Zeer zeldzaam
Monniksgier
Twee van de vier jaren met een aanvaard geval betreffen mei.
Zeer zeldzaam
Muntjak
Waarnemingen komen verspreid over het jaar binnen; een duidelijke piek ontbreekt.
Zeer zeldzaam
Porseleinhoen
Roept 's nachts in april en mei; na een nat voorjaar zijn er veel meer vogels.
Zeer zeldzaam
Roodkopklauwier
De meeste dwaalgasten verschijnen tijdens de voorjaars- en najaarstrek.
Zeer zeldzaam
Roodpootvalk
Mei is de topmaand; bij aanhoudende oostenwind vallen er soms tientallen tot honderden in.
Zeer zeldzaam
Speerwaterjuffer
Eind mei en begin juni vliegen vrijwel alle dieren; daarbuiten is de soort nauwelijks te vinden.
Zeer zeldzaam
Temmincks strandloper
Twee smalle doortrekvensters: mei in het voorjaar en eind juli tot september in het najaar.
Zeer zeldzaam
Tweevlek
De vliegtijd is kort en beperkt zich tot mei en juni.
Zeer zeldzaam
Veldspitsmuis
Van april tot september zijn er twee tot vier worpen en zijn de dieren het talrijkst.
Zeer zeldzaam
Zilveren maan
De eerste generatie in mei en juni is het talrijkst.
Zeer zeldzaam
Zwarte ibis
Voorjaar en nazomer geven de meeste waarnemingen; de aantallen schommelen sterk per jaar.
Zeer zeldzaam
Zwarte ooievaar
Mei en augustus geven de meeste kans; meestal solitaire vogels op doortrek.
Zeer zeldzaam
Zwarte wouw
April en mei geven de meeste kans; in het najaar is hij veel zeldzamer.
De kalender wordt automatisch samengesteld uit de soortpagina’s. Komt er een soort bij, dan verschijnt hij hier vanzelf in de juiste maand. Staat een soort er niet bij, dan is dat een bewuste keuze: bij dieren als de otter, de boommarter en de wolf is er simpelweg geen maand waarin je kans merkbaar groter is.
Seizoenen schuiven met het weer. Gebruik deze kalender om te plannen, en de soortpagina zelf voor het beste moment van de dag. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.