Argusvlinder
📷 Denis Barthel, CC BY-SA 3.0 (Wikimedia Commons)

Argusvlinder spotten in Nederland

Lasiommata megera · Wall Brown

Met geluk 🦋 Vlinder

Waar en wanneer zie je een argusvlinder in Nederland? Deze soort is met wat geluk te zien, van mei tot en met oktober.

Hoe herken je een argusvlinder?

Oranje vlinder met een netwerk van bruine adering en oogvlekken; man met een zwarte geurstreep over de voorvleugel.

Waar zie je deze soort in Nederland?

Laag Nederland, Friesland, delen van Overijssel, Zeeland en Zuid-Limburg.

Dit is een algemene, wijdverspreide soort: je kunt hem op veel meer plekken tegenkomen dan de gebieden hieronder. Zie die lijst als een startpunt, niet als een volledige opsomming.

Hoe zeker is dit? geverifieerd kans volgens bron aanwezigheid gemeld Koppelingen die de onderste drempel niet halen, publiceren we niet. Zo bepalen we dat.

📍 Amsterdamse Waterleidingduinen

Met geluk kans volgens bron
De Visdief · vogelkijkgids AWD
Beste periode hier: Mei tot en met september
NDFF open data, 3.086 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: mei-jun en jul-aug, soms sep-okt.
NDFF open data, 1.969 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: mei-jun en jul-aug, soms sep-okt.
De Vlinderstichting
Landelijke periode: mei-jun en jul-aug, soms sep-okt.

Deze koppelingen komen rechtstreeks uit de database — per gebied met de kans, de bron en het bewijsniveau.

Wanneer is de beste tijd?

Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.

Beste periode: mei-jun en jul-aug, soms sep-okt.

Beste tijdstip: Overdag, in de zon.

Recente waarnemingen

👁️ Waar is deze soort recent gezien?

Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.

Actuele waarnemingen op Waarneming.nl →

Zo vergroot je je kans

  • Ga op een warme, windstille dag tussen een uur of tien en vier — dan zijn ze actief.
  • Zoek de plek op, niet het dier: bloemrijke randen bij vlinders, oevers en open water bij libellen.
  • Beweeg langzaam en houd je schaduw van het dier af; die valt eerder op dan jijzelf.
  • Vroeg in de ochtend zitten ze nog koud en stil op een blad — dan kun je het dichtst naderen.

🎒 Wat je hiervoor nodig hebt

Geen; eventueel een macrolens

🌿 Verantwoord spotten

Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt.

Bronnen: De Vlinderstichting
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-08

Veelgestelde vragen

Waar zie je de argusvlinder nog?

In gevarieerde graslanden met kale grond: langs slootkanten, dijken, wegbermen en bosranden. Hij heeft een mozaïek nodig van open plekken, lage vegetatie en kruidenrijke ruigte. Sinds 1990 is hij sterk achteruitgegaan en beperkt zijn verspreiding zich nu tot laag Nederland, Friesland, delen van Overijssel, Zeeland en Zuid-Limburg. In de vroege jaren negentig was hij nog overal algemeen.

Wanneer vliegt hij?

In twee generaties: mei tot juni en juli tot augustus. Steeds vaker komt daar een derde generatie bij in september en oktober, wat met de warmere nazomers te maken heeft. Die derde generatie is overigens niet alleen goed nieuws — de rupsen daarvan halen de winter vaak niet.

Hoe herken je hem?

Aan de oranje bovenkant met een fijn netwerk van bruine aders, waardoor hij van een afstand op een klein zandoogje lijkt maar veel oranjer oogt. Op de achtervleugel staat een rij oogvlekken, op de voorvleugelpunt één grote. Het mannetje heeft een zwarte geurstreep schuin over de voorvleugel. De voorvleugel is 19 tot 25 millimeter.

Wat is het verschil met een bont zandoogje?

Kleur en plek. Het bont zandoogje is donkerbruin met losse geeloranje vlekken en zoekt juist de halfschaduw van bospaden op. De argusvlinder is overwegend oranje met bruine adering en gaat juist voor volle zon en kale grond. Zit hij op een steen of een muurtje midden in de zon, dan is het bijna altijd de argusvlinder.

Waarom gaat het zo slecht met hem?

De rupsen leven van gewone grassen, dus voedsel is het probleem niet. Waarschijnlijk zit het in het microklimaat: hij heeft kale, warme bodemplekjes nodig, en die verdwijnen door vermesting en dichtgroeien van bermen en oevers. Gefaseerd maaien, afvoeren van maaisel en open plekjes laten ontstaan is het beste wat je voor deze soort kunt doen.

Gegevens over voorkomen komen uit de NDFF en van De Vlinderstichting. Zie ook onze verantwoording.