Tweevlek in Nederland
📷 Ewa Rauner-Bułczyńska, CC BY-SA 4.0

Tweevlek spotten in Nederland

Epitheca bimaculata · Eurasian Baskettail

Zeer zeldzaam 🪰 Libel

Waar en wanneer zie je een tweevlek in Nederland? Deze soort is zeer zelden te zien, van mei tot en met juni.

Hoe herken je een tweevlek?

Grote libel van 55 tot 60 millimeter in bruin, oranje en zwart. Kenmerkend zijn grote zwarte vlekken in de basis van de achtervleugels en oranje getinte vleugels. Het mannetje heeft een spits toelopend achterlijf met opvallend V-vormige aanhangsels. Uitgekleurde dieren hebben glimmende ogen.

Waar zie je deze soort in Nederland?

Uit Nederland is slechts één waarneming bekend, uit de negentiende eeuw bij Arnhem. Het is een noordoostelijke soort van vooral Oost-Europa en Scandinavië.

Leefgebied: Grote, diepe stilstaande wateren met veel ondergedoken waterplanten: meren, plassen, dode rivierarmen en visvijvers.

Dit is een algemene, wijdverspreide soort: je kunt hem op veel meer plekken tegenkomen dan de gebieden hieronder. Zie die lijst als een startpunt, niet als een volledige opsomming.

Leefgebied: Grote, diepe stilstaande wateren met veel ondergedoken waterplanten: meren, plassen, dode rivierarmen en visvijvers.

Voor deze soort zijn nog geen gebieden met voldoende bewijs vastgelegd. We noemen daarom het type leefgebied.

Wanneer is de beste tijd?

Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.

Beste periode: Korte vliegtijd: mei en juni.

Beste tijdstip: Zonnige uren midden op de dag.

Recente waarnemingen

👁️ Waar is deze soort recent gezien?

Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.

Actuele waarnemingen op Waarneming.nl →

Zo vergroot je je kans

  • Ga op een warme, windstille dag tussen een uur of tien en vier — dan zijn ze actief.
  • Zoek de plek op, niet het dier: bloemrijke randen bij vlinders, oevers en open water bij libellen.
  • Beweeg langzaam en houd je schaduw van het dier af; die valt eerder op dan jijzelf.
  • Vroeg in de ochtend zitten ze nog koud en stil op een blad — dan kun je het dichtst naderen.

🎒 Wat je hiervoor nodig hebt

Verrekijker. Hij vliegt lang boven open water en gaat weinig zitten, dus je moet hem in de vlucht kunnen beoordelen.

Fotograferen

Reken op een vluchtfoto: deze soort blijft langdurig boven open water vliegen en landt zelden. Richt op de vleugelbasis — de grote zwarte vlekken daar zijn het bewijs.

🌿 Verantwoord spotten

Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt.

Bronnen: NDFF Flora & Fauna Verkenner (open data), geraadpleegd 07-08-2026; De Vlinderstichting
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-08

Veelgestelde vragen

Hoe herken je een tweevlek?

Aan twee grote zwarte vlekken in de basis van de achtervleugels — daar dankt de soort zijn naam aan. Het is een forse libel van 55 tot 60 millimeter in bruin, oranje en zwart, met oranje getinte vleugels. Het mannetje heeft een spits toelopend achterlijf met opvallend V-vormige aanhangsels. Uitgekleurde dieren hebben bovendien glimmende ogen.

Wat is het verschil met de viervlek en de bruine korenbout?

Het ontbrekende vlekje halverwege. De viervlek en de bruine korenbout hebben een donker vlekje midden op de voorrand van elke vleugel; bij de tweevlek ontbreekt dat volledig. Daarbij hebben die twee geen glimmende ogen. En het gedrag verschilt: de tweevlek vliegt lang boven open water en gaat niet vaak zitten, terwijl viervlek en bruine korenbout regelmatig op een uitkijkpost neerstrijken.

Waar leeft de tweevlek?

In grote, diepe stilstaande wateren met veel ondergedoken waterplanten: meren, plassen, dode rivierarmen en visvijvers. Dat is een ander type water dan de meeste zeldzame Nederlandse libellen gebruiken — geen ven of hoogveen maar juist groot en diep. De larve is opvallend groot, 27 tot 32 millimeter, met lange rugdoornen en karakteristieke doornen op het achterhoofd.

Komt de tweevlek in Nederland voor?

Vrijwel niet. Er is slechts één Nederlandse waarneming bekend, uit de negentiende eeuw bij Arnhem. Het is een noordoostelijke soort met een zwaartepunt in Oost-Europa en Scandinavië. Op de Nederlandse Rode Lijst staat hij daarom als niet beschouwd — hij heeft hier geen voortplantende populatie. Wij nemen hem op omdat hij bij de Nederlandse libellenlijst hoort en omdat een nieuwe waarneming, gezien de opmars van andere oostelijke soorten, niet ondenkbaar is.

Wanneer zou je hem kunnen zien?

In mei en juni; de vliegtijd is kort. Zoek boven grote, diepe plassen met veel waterplanten, en let op een forse libel die lang blijft rondvliegen zonder te landen. Zie je zoiets, fotografeer dan de vleugelbasis — twee grote zwarte vlekken daar zouden een landelijk bijzondere waarneming betekenen, dus meld hem bij De Vlinderstichting of via waarneming.nl.

Gegevens over voorkomen komen uit de NDFF en van De Vlinderstichting. Zie ook onze verantwoording.

De seizoensmail

Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.

Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.