Wildkalender
Wat kun je in mei spotten?
Wilde dieren zijn niet het hele jaar even goed te zien. Deze kalender laat per maand zien welke soorten er dan werkelijk iets te beleven geven, en waarom juist die maand telt.
Mei
19 van de 220 soortenOp volgorde van hoe groot je kans is. Onder elke soort staat waarom juist deze maand telt.
Mei is de drukste maand van het jaar, en tegelijk de kortste. De nachten zijn kort, het zangkoor begint voor vieren, en tegen half juni is de helft van al dat geluid alweer verdwenen. Wie één maand per jaar vroeg wil opstaan, kiest deze.
Het koor is compleet
Alles wat in april binnenkwam, zingt nu tegelijk. De boerenzwaluw is in mei op zijn talrijkst — de terugkeer uit Afrika loopt van eind maart tot begin juni met de piek precies nu. De wielewaal zingt in mei en juni zijn fluitende strofe hoog in de populieren, en de nachtegaal is in de eerste helft van de maand op zijn hardst. Dat maakt mei tegelijk de lastigste maand om zang te léren: er zingen zoveel soorten door elkaar dat je ze nauwelijks uit elkaar houdt. Begin daarom met één soort per ochtend.
De schemering wordt interessant
Vanaf half mei ratelt de nachtzwaluw in de schemering boven open heide met verspreide bomen — een geluid dat meer op een machine lijkt dan op een vogel, en dat een van de vreemdste natuurervaringen van Nederland oplevert. In dezelfde uren jagen de vleermuizen: de watervleermuis scheert laag over stil water, de rosse vleermuis vliegt juist hoog en vroeg, vaak al voor zonsondergang.
De eerste libellen
Mei is de start van het libellenseizoen. De glassnijder vliegt van eind april tot eind juli met de piek in mei en juni, de platbuik piekt eind mei tot half juni, en de weidebeekjuffer begint langs beken en sloten. De vuurlibel komt er vanaf mei bij. Zoek ze op zonnige, windstille momenten — bij bewolking zitten ze weg.
Jonge dieren
De reekalveren worden in mei geboren: de bronst van de ree viel vorig jaar half juli, maar de bevruchte eicel blijft daarna maandenlang in rust voordat de dracht echt begint. Vind je een kalfje in het gras, laat het liggen en loop door — het is niet verlaten, de geit staat op afstand te wachten tot jij weg bent. Bij de gewone zeehond worden de jongen van mei tot juli geboren. De welpen van de vos spelen nog tot begin juni buiten de burcht.
En de vlinders beginnen
Vanaf begin mei vliegt het icarusblauwtje in twee tot drie generaties tot in oktober, en vanaf eind mei komt de nieuwe generatie kleine vossen tevoorschijn — de exemplaren die je in maart zag waren overwinteraars, deze zijn nieuw geboren. De koninginnenpage vliegt van eind april tot half juni in zijn eerste generatie. Zonnig, warm en uit de wind is de enige regel die telt.
Waar je heen gaat
Voor zang en nachtzwaluw de Veluwe: Planken Wambuis, de Hoge Veluwe of Dwingelderveld. Voor libellen en moerasvogels Weerribben-Wieden, het Naardermeer of de Alde Feanen. Voor zeehonden met jongen de Waddenzee, vanaf een boot of vanaf de dijk.
Praktisch
Zonsopkomst valt eind mei rond half zes, en het koor begint daarvóór. Dat betekent: de wekker om vier uur, of het accepteren dat je de beste twee uur mist. Neem muggenspul mee bij moeras, en controleer na afloop op teken — mei is een piekmaand. Verder geldt alles uit april dubbel: op de paden blijven, honden aan de lijn, en niet een weiland in om dichterbij te komen. Zie verantwoord spotten.
Makkelijk
Azuurwaterjuffer
Vroege zomer bij wateren met drijvende waterplanten; vaak in grote aantallen tegelijk.
Makkelijk
Grote roodoogjuffer
Mannetjes zitten op waterlelie- en gele plombladeren, laag boven het water.
Makkelijk
Lantaarntje
Waarschijnlijk de algemeenste waterjuffer van Nederland; bij elke sloot te vinden.
Makkelijk
Platbuik
Vroege soort: eind mei en juni zijn de beste weken, vaak bij pas gegraven poelen.
Makkelijk
Smaragdlibel
Patrouillerend laag langs vennen en veenoevers; mei en begin juni zijn het best.
Makkelijk
Viervlek
Vroeg in het seizoen bij vennen en hoogveen; mei en juni leveren de meeste dieren op.
Makkelijk
Vuurjuffer
Onze vroegste libel: in april vaak de eerste die je van het jaar ziet.
Met geluk
Bruine korenbout
Het uitsluipen gebeurt van eind april tot begin juni; mei en juni zijn veruit de beste maanden.
Met geluk
Glassnijder
Mei en juni zijn de topmaanden; in juli wordt hij snel schaars.
Met geluk
Variabele waterjuffer
In juni zijn de dichtheden boven laagveenwater het hoogst.
Zeldzaam
Beekrombout
In mei en juni sluipen de meeste dieren uit en zijn ze het talrijkst.
Zeldzaam
Gevlekte witsnuitlibel
Mei en de eerste helft van juni zijn veruit de beste periode.
Zeldzaam
Noordse winterjuffer
Twee pieken per jaar: het voorjaar met de overwinterde dieren en het najaar met de nieuwe generatie.
Zeldzaam
Noordse witsnuitlibel
Vroege voorjaarssoort: mei is veruit de beste maand.
Zeldzaam
Venwitsnuitlibel
Half mei tot half juli; jonge dieren zitten dan in beschutte bos- en heideplekken rond het ven.
Zeer zeldzaam
Donkere waterjuffer
De eerste helft van mei is vrijwel de hele vliegtijd.
De kalender wordt automatisch samengesteld uit de soortpagina’s. Komt er een soort bij, dan verschijnt hij hier vanzelf in de juiste maand. Staat een soort er niet bij, dan is dat een bewuste keuze: bij dieren als de otter, de boommarter en de wolf is er simpelweg geen maand waarin je kans merkbaar groter is.
Seizoenen schuiven met het weer. Gebruik deze kalender om te plannen, en de soortpagina zelf voor het beste moment van de dag. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.