Wildkalender
Wat kun je in mei spotten?
Wilde dieren zijn niet het hele jaar even goed te zien. Deze kalender laat per maand zien welke soorten er dan werkelijk iets te beleven geven, en waarom juist die maand telt.
Mei
114 van de 220 soortenOp volgorde van hoe groot je kans is. Onder elke soort staat waarom juist deze maand telt.
Mei is de drukste maand van het jaar, en tegelijk de kortste. De nachten zijn kort, het zangkoor begint voor vieren, en tegen half juni is de helft van al dat geluid alweer verdwenen. Wie één maand per jaar vroeg wil opstaan, kiest deze.
Het koor is compleet
Alles wat in april binnenkwam, zingt nu tegelijk. De boerenzwaluw is in mei op zijn talrijkst — de terugkeer uit Afrika loopt van eind maart tot begin juni met de piek precies nu. De wielewaal zingt in mei en juni zijn fluitende strofe hoog in de populieren, en de nachtegaal is in de eerste helft van de maand op zijn hardst. Dat maakt mei tegelijk de lastigste maand om zang te léren: er zingen zoveel soorten door elkaar dat je ze nauwelijks uit elkaar houdt. Begin daarom met één soort per ochtend.
De schemering wordt interessant
Vanaf half mei ratelt de nachtzwaluw in de schemering boven open heide met verspreide bomen — een geluid dat meer op een machine lijkt dan op een vogel, en dat een van de vreemdste natuurervaringen van Nederland oplevert. In dezelfde uren jagen de vleermuizen: de watervleermuis scheert laag over stil water, de rosse vleermuis vliegt juist hoog en vroeg, vaak al voor zonsondergang.
De eerste libellen
Mei is de start van het libellenseizoen. De glassnijder vliegt van eind april tot eind juli met de piek in mei en juni, de platbuik piekt eind mei tot half juni, en de weidebeekjuffer begint langs beken en sloten. De vuurlibel komt er vanaf mei bij. Zoek ze op zonnige, windstille momenten — bij bewolking zitten ze weg.
Jonge dieren
De reekalveren worden in mei geboren: de bronst van de ree viel vorig jaar half juli, maar de bevruchte eicel blijft daarna maandenlang in rust voordat de dracht echt begint. Vind je een kalfje in het gras, laat het liggen en loop door — het is niet verlaten, de geit staat op afstand te wachten tot jij weg bent. Bij de gewone zeehond worden de jongen van mei tot juli geboren. De welpen van de vos spelen nog tot begin juni buiten de burcht.
En de vlinders beginnen
Vanaf begin mei vliegt het icarusblauwtje in twee tot drie generaties tot in oktober, en vanaf eind mei komt de nieuwe generatie kleine vossen tevoorschijn — de exemplaren die je in maart zag waren overwinteraars, deze zijn nieuw geboren. De koninginnenpage vliegt van eind april tot half juni in zijn eerste generatie. Zonnig, warm en uit de wind is de enige regel die telt.
Waar je heen gaat
Voor zang en nachtzwaluw de Veluwe: Planken Wambuis, de Hoge Veluwe of Dwingelderveld. Voor libellen en moerasvogels Weerribben-Wieden, het Naardermeer of de Alde Feanen. Voor zeehonden met jongen de Waddenzee, vanaf een boot of vanaf de dijk.
Praktisch
Zonsopkomst valt eind mei rond half zes, en het koor begint daarvóór. Dat betekent: de wekker om vier uur, of het accepteren dat je de beste twee uur mist. Neem muggenspul mee bij moeras, en controleer na afloop op teken — mei is een piekmaand. Verder geldt alles uit april dubbel: op de paden blijven, honden aan de lijn, en niet een weiland in om dichterbij te komen. Zie verantwoord spotten.
Makkelijk
Bergeend
Broedseizoen langs de kust; families met jongen op de slikken en kwelders.
Makkelijk
Boerenzwaluw
De terugkeer piekt volgens Vogelbescherming Nederland in mei; de najaarstrek valt volgens Sovon tussen eind augustus en eind september.
Makkelijk
Bontbekplevier
Broedt maart tot juli; in augustus en september trekken tienduizenden vogels door het Waddengebied.
Makkelijk
Boompieper
In mei en juni zijn de zangvluchten het talrijkst en het best te zien.
Makkelijk
Dodaars
Hinnikende roep in het voorjaar; in de winter zit hij op grotere, open wateren.
Makkelijk
Drieteenstrandloper
Rennend langs de branding op het strand; najaarstrek en mei geven de grootste aantallen.
Makkelijk
Fazant
De haan roept luid en opvallend en klapt met de vleugels.
Makkelijk
Fitis
Zingende mannetjes in struweel en jonge aanplant, vanaf half april.
Makkelijk
Fuut
Baltsdans: twee vogels komen kop aan kop uit het water omhoog, vaak met een plukje wier.
Makkelijk
Geelgors
In het voorjaar zingt hij vanaf een vaste post bovenin een struik of draad, urenlang.
Makkelijk
Gele kwikstaart
In april en mei zingen de mannetjes vanaf kluiten en hekpalen langs akkerranden.
Makkelijk
Gierzwaluw
Van begin mei tot eind juli; wie in augustus nog gierzwaluwen zoekt, is te laat.
Makkelijk
Grasmus
Zangvlucht boven laag struweel: hij wipt omhoog, zingt en laat zich weer zakken.
Makkelijk
Graspieper
Parachutevlucht boven open terrein in het voorjaar; in oktober trekken grote aantallen over.
Makkelijk
Grauwe gans
Families met jongen grazen in weilanden en langs waterkanten.
Makkelijk
Grote Canadese gans
Families met jongen grazen op grasvelden en oevers.
Makkelijk
Grote stern
Van mei tot juli zijn de kolonies bezet en zijn de aantallen het hoogst.
Makkelijk
Houtduif
Baltsvluchten met een hoorbare vleugelklap en volop roepende mannetjes.
Makkelijk
Huiszwaluw
In het broedseizoen vliegen de kolonies af en aan met modder en insecten.
Makkelijk
Kanoet
Duizenden vogels dicht opeen op een hoogwatervluchtplaats in de Waddenzee.
Makkelijk
Kleine karekiet
In mei en juni zingt hij de hele ochtend vanuit de rietkraag.
Makkelijk
Kleine mantelmeeuw
Kolonies zijn in het broedseizoen op hun drukst; in de winter blijft een deel hier.
Makkelijk
Kneu
In het voorjaar zingen de mannetjes met rode borst vanaf struiktoppen.
Makkelijk
Knobbelzwaan
Grijze jongen zwemmen achter de ouders aan; het paar is dan fel verdedigend.
Makkelijk
Kokmeeuw
Broedkleed met chocoladebruine kop; kolonies zijn luidruchtig en druk.
Makkelijk
Meerkoet
Kuikens: zwarte donsbolletjes met een opvallend rood-oranje kop.
Makkelijk
Merel
Zingende mannetjes bij het eerste en laatste licht, vanaf dak, schoorsteen of boomtop.
Makkelijk
Oeverloper
Doortrek in voor- en najaar; solitair langs de waterkant, ook in havens en langs plassen.
Makkelijk
Oeverzwaluw
In mei en juni zijn de kolonies op hun drukst; in augustus verzamelen ze zich in rietmoerassen voor het vertrek.
Makkelijk
Rietgors
Vanaf eind februari keren de trekkers terug; in het voorjaar zingen de mannetjes vanaf een uitstekende rietstengel.
Makkelijk
Rietzanger
In mei en juni doen de mannetjes hun zangvlucht: omhoog vanuit het riet en dan parachuterend omlaag.
Makkelijk
Roek
Kolonies zijn in het vroege voorjaar op hun drukst en luidruchtigst.
Makkelijk
Roodborsttapuit
In het voorjaar zitten de paren opvallend zichtbaar op struiktoppen te zingen en te alarmeren.
Makkelijk
Rotgans
April en mei geven de grootste groepen: dan tanken ze bij voor de trek naar Siberië.
Makkelijk
Scholekster
Luidruchtig broedseizoen, ook op platte daken midden in dorpen en steden.
Makkelijk
Steenloper
Op stenen dijkglooiingen en strekdammen langs de kust; het talrijkst tijdens de trek.
Makkelijk
Tjiftjaf
Vanaf begin maart is hij vaak de eerste teruggekeerde zomervogel die je hoort, weken voor de fitis.
Makkelijk
Torenvalk
Jaagt vrijwel onafgebroken om de jongen te voeren.
Makkelijk
Tureluur
In het voorjaar zijn de baltsende paren het opvallendst; in juli en augustus trekken 36.800 tot 66.100 vogels door.
Makkelijk
Turkse tortel
Monotoon roepende mannetjes vanaf daken en antennes; volop baltsvluchten.
Makkelijk
Vink
Zingende mannetjes met de karakteristieke afdalende slag die eindigt in een zwierig slotje.
Makkelijk
Visdief
Biddend en duikend boven ondiep water; kolonies zijn in mei en juni op hun drukst.
Makkelijk
Waterhoen
Kuikens zwemmen mee: zwarte donsbolletjes met een rood snaveltje.
Makkelijk
Winterkoning
Zingt volop: een ratelende zang die veel te luid is voor zo’n klein vogeltje.
Makkelijk
Zanglijster
Zingt vanaf een boomtop in de vroege ochtend; een van de eerste voorjaarsboden.
Makkelijk
Zilverplevier
Op het wad; in mei staan ze in prachtig zwart-wit zomerkleed voor vertrek naar Siberië.
Makkelijk
Zwarte roodstaart
Zingt vanaf daken en kranen, vaak al twee uur voor zonsopkomst.
Makkelijk
Zwartkop
Van half april tot in juni zingen de mannetjes vrijwel de hele ochtend vanuit dicht struweel.
Met geluk
Blauwborst
Zingende mannetjes met felblauwe keel, goed zichtbaar op een uitstekende tak.
Met geluk
Bonte vliegenvanger
Zingende mannetjes in loofbos, vanaf half april tot in mei.
Met geluk
Boomleeuwerik
Jodelende zangvlucht boven heide en zandverstuiving, vanaf eind februari.
Met geluk
Bosruiter
Voorjaarstrek bij oostenwind en najaarstrek in juli en augustus, op ondiep zoet water.
Met geluk
Braamsluiper
Ratelende zang vanuit dicht struweel; de weken rond eind april zijn het luidst.
Met geluk
Bruine kiekendief
Zeilt laag over riet en grasland; het hele zomerhalfjaar goed te volgen boven wetlands.
Met geluk
Cetti’s Zanger
Explosieve zang uit dicht struweel langs het water; het voorjaar is het luidst.
Met geluk
Fluiter
Zingt vanuit de middenlaag van oud beukenbos; mei is veruit de beste maand.
Met geluk
Gekraagde roodstaart
In april en mei zingen de mannetjes vanaf hoge takken in open bos.
Met geluk
Geoorde fuut
In zomerkleed op de broedplassen; vanaf juli verzamelen ruiende vogels zich in de Delta.
Met geluk
Grauwe klauwier
Zit op uitkijkposten in doornstruweel; mei tot juli is de broedperiode.
Met geluk
Grauwe vliegenvanger
Jaagt vanaf een vaste uitkijkpost aan een bosrand of in een tuin met oude bomen.
Met geluk
Grote gele kwikstaart
In het voorjaar zijn de paren het meest zichtbaar bij stuwen en molens, waar ze op en neer vliegen langs het water.
Met geluk
Grutto
Terug uit het zuiden en volop baltsend en wakend boven het weiland.
Met geluk
Houtsnip
Baltsvlucht boven het bos in de schemering (maart-juni) en doortrek in oktober en november.
Met geluk
Indische gans
In het voorjaar zijn de broedparen met jongen het opvallendst.
Met geluk
Kemphaan
Doortrek in april-mei en juli-september; in mei staan de mannetjes in vol kraagkleed.
Met geluk
Kleine plevier
Baltsend en broedend op kale grond bij zandwinningen en nieuw ingerichte terreinen.
Met geluk
Kluut
Kolonies zijn bezet en luidruchtig; foeragerend op drooggevallen slikken.
Met geluk
Koekoek
De roep van het mannetje; daarna valt hij vrijwel stil.
Met geluk
Krooneend
Mannetjes in vol kleed op heldere plassen met kranswieren.
Met geluk
Mandarijneend
Mannetjes in vol kleed in het vroege voorjaar, op beschutte vijvers en bosplassen.
Met geluk
Nachtzwaluw
Ratelende zang op warme avonden in juni, vanaf ongeveer een halfuur na zonsondergang.
Met geluk
Regenwulp
Twee korte, scherpe pieken: eind april tot half mei en de tweede helft van augustus.
Met geluk
Spotvogel
In mei en juni zingt hij uitbundig vanuit struweel; daarna wordt hij vrijwel onvindbaar.
Met geluk
Sprinkhaanzanger
Eind april tot juni is de zangperiode; daarna wordt hij vrijwel onvindbaar.
Met geluk
Tuinfluiter
In mei en juni zingt hij vrijwel de hele ochtend vanuit dicht struweel.
Met geluk
Veldleeuwerik
Zangvlucht boven open land, hoog in de lucht, vanaf het eerste licht.
Met geluk
Vuurgoudhaan
Zingt hoog in naaldbomen; het vroege voorjaar geeft de meeste kans.
Met geluk
Wespendief
Baltsvluchten in mei en juni; in augustus en september trekt hij weg.
Met geluk
Zwarte ruiter
Doortrek in voor- en najaar; in mei staan ze in zwart prachtkleed op het slik.
Met geluk
Zwarte stern
Broedvogels in laagveenmoeras; in juli en augustus verzamelen duizenden vogels op het IJsselmeer.
Met geluk
Zwartkopmeeuw
In de kolonies in de Delta; vanaf juli vertrekken ze alweer.
Zeldzaam
Bijeneter
Mei en juni, vaak na een periode met aanhoudende zuidenwind.
Zeldzaam
Dwergstern
Van mei tot juli zijn de kolonies bezet.
Zeldzaam
Engelse kwikstaart
April en mei geven de beste kans, want dan zijn de mannetjes op hun felst gekleurd.
Zeldzaam
Grauwe kiekendief
Jaagt laag over akkers in Noord-Nederland; mei tot augustus is de broedperiode.
Zeldzaam
Grote karekiet
Luide zang uit stevig waterriet; mei en juni zijn de enige echt kansrijke maanden.
Zeldzaam
Koereiger
Tussen grazend vee in weilanden; het zomerhalfjaar geeft de meeste kans.
Zeldzaam
Nachtegaal
Zingende mannetjes, ook ’s nachts; na half juni valt de zang vrijwel stil.
Zeldzaam
Noordse kwikstaart
Mei is veruit de beste maand; de Noordse kwikstaart trekt later door dan onze eigen vorm.
Zeldzaam
Noordse stern
Van mei tot juli zijn de kolonies bezet.
Zeldzaam
Paapje
Broedvogels in mei en juni; in de nazomer trekken doortrekkers door het hele land.
Zeldzaam
Purperreiger
Vliegt tussen rietkolonie en foerageergebied; in augustus ook jonge vogels op onverwachte plekken.
Zeldzaam
Roerdomp
Roepende mannetjes; vrijwel de enige manier om er een vast te stellen.
Zeldzaam
Snor
Aanhoudend gesnor uit het riet, vooral in de schemering en 's nachts.
Zeldzaam
Steltkluut
Voorjaar en vroege zomer; na een droog voorjaar in Zuid-Europa komen er veel meer.
Zeldzaam
Wielewaal
Fluitende mannetjes hoog in populieren, vooral in de vroege ochtend van mei en juni.
Zeldzaam
Witwangstern
In mei en juni zijn de kolonies actief en de vogels in vol zomerkleed.
Zeldzaam
Zomertaling
Kort na aankomst zijn de mannetjes het opvallendst; in juli zijn ze alweer weg.
Zeldzaam
Zomertortel
Spinnend gekoer uit dicht struweel; de zomer is de enige periode dat hij hier is.
Zeer zeldzaam
Buidelmees
In het voorjaar bouwen de mannetjes hun nesten en roepen ze het meest.
Zeer zeldzaam
Draaihals
Doortrek in het voorjaar en najaar; als broedvogel vrijwel verdwenen.
Zeer zeldzaam
Duinpieper
Twee smalle doortrekvensters; buiten die weken is zoeken zinloos.
Zeer zeldzaam
Hop
Doortrek in het voorjaar en najaar; april en mei geven de meeste kans.
Zeer zeldzaam
Kwak
Vliegt uit in de schemering; april tot juni is de broedperiode.
Zeer zeldzaam
Kwartel
Roepende mannetjes in graanakkers, vooral in de schemering en 's nachts.
Zeer zeldzaam
Kwartelkoning
Roept 's nachts vanuit hoog gras; juni is de beste maand.
Zeer zeldzaam
Monniksgier
Twee van de vier jaren met een aanvaard geval betreffen mei.
Zeer zeldzaam
Porseleinhoen
Roept 's nachts in april en mei; na een nat voorjaar zijn er veel meer vogels.
Zeer zeldzaam
Roodkopklauwier
De meeste dwaalgasten verschijnen tijdens de voorjaars- en najaarstrek.
Zeer zeldzaam
Roodpootvalk
Mei is de topmaand; bij aanhoudende oostenwind vallen er soms tientallen tot honderden in.
Zeer zeldzaam
Temmincks strandloper
Twee smalle doortrekvensters: mei in het voorjaar en eind juli tot september in het najaar.
Zeer zeldzaam
Zwarte ibis
Voorjaar en nazomer geven de meeste waarnemingen; de aantallen schommelen sterk per jaar.
Zeer zeldzaam
Zwarte ooievaar
Mei en augustus geven de meeste kans; meestal solitaire vogels op doortrek.
Zeer zeldzaam
Zwarte wouw
April en mei geven de meeste kans; in het najaar is hij veel zeldzamer.
De kalender wordt automatisch samengesteld uit de soortpagina’s. Komt er een soort bij, dan verschijnt hij hier vanzelf in de juiste maand. Staat een soort er niet bij, dan is dat een bewuste keuze: bij dieren als de otter, de boommarter en de wolf is er simpelweg geen maand waarin je kans merkbaar groter is.
Seizoenen schuiven met het weer. Gebruik deze kalender om te plannen, en de soortpagina zelf voor het beste moment van de dag. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.