Wildkalender
Wat kun je in april spotten?
Wilde dieren zijn niet het hele jaar even goed te zien. Deze kalender laat per maand zien welke soorten er dan werkelijk iets te beleven geven, en waarom juist die maand telt.
April
95 van de 147 soortenOp volgorde van hoe groot je kans is. Onder elke soort staat waarom juist deze maand telt.
April is de maand waarin de bezetting compleet wordt. Elke week komt er een soort bij die er de week ervoor nog niet was, en tegen het eind van de maand zit het bos vol geluiden die je in maart nog niet hoorde. Het is ook de maand waarin je het meest op je gedrag moet letten, want alles is met hetzelfde bezig: broeden.
De zangers komen binnen
De blauwborst arriveert eind maart uit Afrika en zingt volop in april en mei; de fitis komt vanaf half april, de nachtegaal zingt in april tot juni en dan vooral in de eerste weken na aankomst, en de koekoek is van april tot juni te horen — zijn roep valt vrijwel stil zodra de eieren gelegd zijn. De gierzwaluw sluit de rij aan het eind van de maand. Wie zang wil leren moet nú beginnen: in april komt er elke week één soort bij, dus je kunt ze één voor één oppikken in plaats van in een muur tegelijk.
Vossenwelpen, op ruime afstand
Van half april tot begin juni spelen de welpen van de vos buiten de burcht. Dat is volgens de soortpagina de kansrijkste periode van het jaar — en tegelijk precies de periode om op ruime afstand te blijven. Een moervos die haar jongen verplaatst omdat er iemand te dichtbij kwam, is de kostbaarste verstoring die je kunt veroorzaken. Kijk met een verrekijker vanaf een pad, blijf zitten, en vertrek voordat het ongemakkelijk wordt.
De koudbloedigen komen boven
April is de start voor reptielen en amfibieën. De zandhagedis is van april tot juni op zijn best, en dan vooral het mannetje: in de paartijd is hij felgroen. De levendbarende hagedis en de hazelworm zijn van april tot september te zien; zoek ze op zonnige ochtenden ná een koele nacht, want dan moeten ze eerst opwarmen en blijven ze lang liggen. In het water gaat de kleine watersalamander van eind maart tot juni zijn gang, met de piek in april en begin mei.
Een koor waar we geen plek van noemen
April tot juni is de koorperiode van de boomkikker: op warme avonden roepen tientallen mannetjes tegelijk, een ratelend geluid dat ver draagt. Wij noemen bij deze soort geen enkele locatie en geen enkel gebied — hij staat op de Lijst Kwetsbare Soorten met de zwaarste voorwaarde, net als de ransuil. Waarom we dat doen staat op verantwoord spotten.
En de zoogdieren
De das is van april tot oktober het actiefst, na een winter waarin hij nauwelijks boven de grond kwam. De vleermuizen komen uit winterslaap: watervleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis zijn vanaf april weer in de lucht. En de haas is in april nog in paartijd, dus het boksen op de achterpoten gaat door.
Waar je heen gaat
Voor zang en spechten oud loofbos: Veluwezoom, de Leuvenumse Bossen of de Utrechtse Heuvelrug. Voor blauwborst en rietvogels het moeras: Weerribben-Wieden of de Oostvaardersplassen. Voor hagedissen de droge zandgronden van de Hoge Veluwe of Zuid-Kennemerland.
Praktisch
Het eerste uur na zonsopkomst is in april de beste tijd van het hele jaar: het is dan nog koel, het zit vol zang, en er is nog bijna niemand. Houd honden aan de lijn en blijf op de paden — dit is de maand waarin één stap naast het pad een nest kan kosten. En vanaf nu zijn teken weer actief.
Makkelijk
Aalscholver
Kolonies zijn bezet en luidruchtig; vogels in broedkleed met witte dijvlek.
Makkelijk
Bergeend
Broedseizoen langs de kust; families met jongen op de slikken en kwelders.
Makkelijk
Bontbekplevier
Broedt maart tot juli; in augustus en september trekken tienduizenden vogels door het Waddengebied.
Makkelijk
Boomklever
Luid en herhaald roepend vanaf een tak; door het kale bos ook goed zichtbaar.
Makkelijk
Dodaars
Hinnikende roep in het voorjaar; in de winter zit hij op grotere, open wateren.
Makkelijk
Dwergmeeuw
Eind april is de topperiode; in die maand zijn tellingen van tienduizenden tot ver boven honderdduizend vogels gedaan.
Makkelijk
Fazant
De haan roept luid en opvallend en klapt met de vleugels.
Makkelijk
Fitis
Zingende mannetjes in struweel en jonge aanplant, vanaf half april.
Makkelijk
Fuut
Baltsdans: twee vogels komen kop aan kop uit het water omhoog, vaak met een plukje wier.
Makkelijk
Geelgors
In het voorjaar zingt hij vanaf een vaste post bovenin een struik of draad, urenlang.
Makkelijk
Gele kwikstaart
In april en mei zingen de mannetjes vanaf kluiten en hekpalen langs akkerranden.
Makkelijk
Graspieper
Parachutevlucht boven open terrein in het voorjaar; in oktober trekken grote aantallen over.
Makkelijk
Grauwe gans
Families met jongen grazen in weilanden en langs waterkanten.
Makkelijk
Grote Canadese gans
Families met jongen grazen op grasvelden en oevers.
Makkelijk
Grote bonte specht
Roffelperiode: korte snelle reeksen die ver dragen.
Makkelijk
Heggenmus
IJle, haastige zang vanuit een struiktop — een van de eerste zangers van het jaar.
Makkelijk
Holenduif
Vanaf maart roepen de mannetjes vanuit boomholtes en zijn de paren het opvallendst.
Makkelijk
Houtduif
Baltsvluchten met een hoorbare vleugelklap en volop roepende mannetjes.
Makkelijk
Kievit
Buitelende baltsvluchten boven het weiland, met het karakteristieke zwiepende geluid.
Makkelijk
Kleine mantelmeeuw
Kolonies zijn in het broedseizoen op hun drukst; in de winter blijft een deel hier.
Makkelijk
Knobbelzwaan
Grijze jongen zwemmen achter de ouders aan; het paar is dan fel verdedigend.
Makkelijk
Kokmeeuw
Broedkleed met chocoladebruine kop; kolonies zijn luidruchtig en druk.
Makkelijk
Meerkoet
Kuikens: zwarte donsbolletjes met een opvallend rood-oranje kop.
Makkelijk
Merel
Zingende mannetjes bij het eerste en laatste licht, vanaf dak, schoorsteen of boomtop.
Makkelijk
Nijlgans
Broedt uitzonderlijk vroeg: jongen zijn er al in februari en maart.
Makkelijk
Oeverloper
Doortrek in voor- en najaar; solitair langs de waterkant, ook in havens en langs plassen.
Makkelijk
Rietgors
Vanaf eind februari keren de trekkers terug; in het voorjaar zingen de mannetjes vanaf een uitstekende rietstengel.
Makkelijk
Roek
Kolonies zijn in het vroege voorjaar op hun drukst en luidruchtigst.
Makkelijk
Roodborsttapuit
In het voorjaar zitten de paren opvallend zichtbaar op struiktoppen te zingen en te alarmeren.
Makkelijk
Rotgans
April en mei geven de grootste groepen: dan tanken ze bij voor de trek naar Siberië.
Makkelijk
Scholekster
Luidruchtig broedseizoen, ook op platte daken midden in dorpen en steden.
Makkelijk
Slobeend
In het najaar trekken 35.300 tot 44.400 vogels door; in april zijn de baltsende paren het opvallendst.
Makkelijk
Tjiftjaf
Vanaf begin maart is hij vaak de eerste teruggekeerde zomervogel die je hoort, weken voor de fitis.
Makkelijk
Tureluur
In het voorjaar zijn de baltsende paren het opvallendst; in juli en augustus trekken 36.800 tot 66.100 vogels door.
Makkelijk
Turkse tortel
Monotoon roepende mannetjes vanaf daken en antennes; volop baltsvluchten.
Makkelijk
Vink
Zingende mannetjes met de karakteristieke afdalende slag die eindigt in een zwierig slotje.
Makkelijk
Waterhoen
Kuikens zwemmen mee: zwarte donsbolletjes met een rood snaveltje.
Makkelijk
Winterkoning
Zingt volop: een ratelende zang die veel te luid is voor zo’n klein vogeltje.
Makkelijk
Witte kwikstaart
In maart keren ze massaal terug via het Iberisch schiereiland; in september en oktober trekken ze weer weg.
Makkelijk
Zanglijster
Zingt vanaf een boomtop in de vroege ochtend; een van de eerste voorjaarsboden.
Makkelijk
Zwarte roodstaart
Zingt vanaf daken en kranen, vaak al twee uur voor zonsopkomst.
Makkelijk
Zwartkop
Van half april tot in juni zingen de mannetjes vrijwel de hele ochtend vanuit dicht struweel.
Met geluk
Appelvink
Voor het blad uitkomt zit hij zichtbaarder in de kale kronen; dat is de beste periode.
Met geluk
Blauwborst
Zingende mannetjes met felblauwe keel, goed zichtbaar op een uitstekende tak.
Met geluk
Bonte vliegenvanger
Zingende mannetjes in loofbos, vanaf half april tot in mei.
Met geluk
Boomleeuwerik
Jodelende zangvlucht boven heide en zandverstuiving, vanaf eind februari.
Met geluk
Bosruiter
Voorjaarstrek bij oostenwind en najaarstrek in juli en augustus, op ondiep zoet water.
Met geluk
Bosuil
De zangactiviteit leeft volgens Sovon Vogelonderzoek Nederland in het najaar op, bereikt een piek tussen februari en half april en dooft daarna tijdelijk uit; in juni is er nog een opleving.
Met geluk
Braamsluiper
Ratelende zang vanuit dicht struweel; de weken rond eind april zijn het luidst.
Met geluk
Bruine kiekendief
Zeilt laag over riet en grasland; het hele zomerhalfjaar goed te volgen boven wetlands.
Met geluk
Cetti’s Zanger
Explosieve zang uit dicht struweel langs het water; het voorjaar is het luidst.
Met geluk
Gekraagde roodstaart
In april en mei zingen de mannetjes vanaf hoge takken in open bos.
Met geluk
Geoorde fuut
In zomerkleed op de broedplassen; vanaf juli verzamelen ruiende vogels zich in de Delta.
Met geluk
Glanskop
Zingt en roept het meest in het vroege voorjaar; blijft het hele jaar in hetzelfde bos.
Met geluk
Grote gele kwikstaart
In het voorjaar zijn de paren het meest zichtbaar bij stuwen en molens, waar ze op en neer vliegen langs het water.
Met geluk
Grutto
Terug uit het zuiden en volop baltsend en wakend boven het weiland.
Met geluk
Houtsnip
Baltsvlucht boven het bos in de schemering (maart-juni) en doortrek in oktober en november.
Met geluk
Kemphaan
Doortrek in april-mei en juli-september; in mei staan de mannetjes in vol kraagkleed.
Met geluk
Kleine bonte specht
In maart en april roffelt en roept hij het meest, en het blad zit nog niet in de weg.
Met geluk
Kleine plevier
Baltsend en broedend op kale grond bij zandwinningen en nieuw ingerichte terreinen.
Met geluk
Kluut
Kolonies zijn bezet en luidruchtig; foeragerend op drooggevallen slikken.
Met geluk
Koekoek
De roep van het mannetje; daarna valt hij vrijwel stil.
Met geluk
Krooneend
Mannetjes in vol kleed op heldere plassen met kranswieren.
Met geluk
Kuifmees
Roept het meest in het vroege voorjaar; blijft het hele jaar in hetzelfde naaldbos.
Met geluk
Mandarijneend
Mannetjes in vol kleed in het vroege voorjaar, op beschutte vijvers en bosplassen.
Met geluk
Matkop
Roept het meest in het vroege voorjaar; blijft het hele jaar in hetzelfde bos.
Met geluk
Middelste bonte specht
Klagende territoriumroep in oude eikenbossen, vroeg in het voorjaar.
Met geluk
Regenwulp
Twee korte, scherpe pieken: eind april tot half mei en de tweede helft van augustus.
Met geluk
Rode wouw
Doortrek in het voorjaar en najaar; zweeft op thermiek in de middaguren.
Met geluk
Steenuil
Sovon Vogelonderzoek Nederland adviseert het telgebied tussen half februari en half april af te werken; in die weken is de baltsroep in de avondschemering het vaakst te horen.
Met geluk
Veldleeuwerik
Zangvlucht boven open land, hoog in de lucht, vanaf het eerste licht.
Met geluk
Vuurgoudhaan
Zingt hoog in naaldbomen; het vroege voorjaar geeft de meeste kans.
Met geluk
Zwarte mees
Zingt het meest in het vroege voorjaar, hoog in de sparren.
Met geluk
Zwarte ruiter
Doortrek in voor- en najaar; in mei staan ze in zwart prachtkleed op het slik.
Met geluk
Zwartkopmeeuw
In de kolonies in de Delta; vanaf juli vertrekken ze alweer.
Zeldzaam
Beflijster
Voorjaarstrek in april is veruit het beste moment; dan foerageren ze op korte graslanden.
Zeldzaam
Bokje
Doortrek in het najaar en vroege voorjaar; bij vorst wijkt hij uit naar open kwelslootjes.
Zeldzaam
Carolina-eend
In het vroege voorjaar zijn de mannetjes op hun kleurigst en de paren het opvallendst.
Zeldzaam
Engelse kwikstaart
April en mei geven de beste kans, want dan zijn de mannetjes op hun felst gekleurd.
Zeldzaam
Koereiger
Tussen grazend vee in weilanden; het zomerhalfjaar geeft de meeste kans.
Zeldzaam
Nachtegaal
Zingende mannetjes, ook ’s nachts; na half juni valt de zang vrijwel stil.
Zeldzaam
Patrijs
Roepende mannetjes in de avondschemering boven akkerland, voordat het gewas hoog staat.
Zeldzaam
Roerdomp
Roepende mannetjes; vrijwel de enige manier om er een vast te stellen.
Zeldzaam
Snor
Aanhoudend gesnor uit het riet, vooral in de schemering en 's nachts.
Zeldzaam
Steltkluut
Voorjaar en vroege zomer; na een droog voorjaar in Zuid-Europa komen er veel meer.
Zeldzaam
Tapuit
In de doortrekperiodes komen 10.000 tot 50.000 vogels door het land.
Zeldzaam
Waterral
In het vroege voorjaar roepen ze het meest; bij strenge vorst zie je ze soms in het open op zoek naar voedsel.
Zeldzaam
Zomertaling
Kort na aankomst zijn de mannetjes het opvallendst; in juli zijn ze alweer weg.
Zeldzaam
Zwarte specht
Roepend en roffelend in oude bossen, vroeg in de ochtend.
Zeer zeldzaam
Buidelmees
In het voorjaar bouwen de mannetjes hun nesten en roepen ze het meest.
Zeer zeldzaam
Draaihals
Doortrek in het voorjaar en najaar; als broedvogel vrijwel verdwenen.
Zeer zeldzaam
Hop
Doortrek in het voorjaar en najaar; april en mei geven de meeste kans.
Zeer zeldzaam
Kwak
Vliegt uit in de schemering; april tot juni is de broedperiode.
Zeer zeldzaam
Porseleinhoen
Roept 's nachts in april en mei; na een nat voorjaar zijn er veel meer vogels.
Zeer zeldzaam
Zwarte wouw
April en mei geven de meeste kans; in het najaar is hij veel zeldzamer.
De kalender wordt automatisch samengesteld uit de soortpagina’s. Komt er een soort bij, dan verschijnt hij hier vanzelf in de juiste maand. Staat een soort er niet bij, dan is dat een bewuste keuze: bij dieren als de otter, de boommarter en de wolf is er simpelweg geen maand waarin je kans merkbaar groter is.
Seizoenen schuiven met het weer. Gebruik deze kalender om te plannen, en de soortpagina zelf voor het beste moment van de dag. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.