Wildkalender
Wat kun je in juni spotten?
Wilde dieren zijn niet het hele jaar even goed te zien. Deze kalender laat per maand zien welke soorten er dan werkelijk iets te beleven geven, en waarom juist die maand telt.
Juni
37 van de 203 soortenOp volgorde van hoe groot je kans is. Onder elke soort staat waarom juist deze maand telt.
Juni heeft de langste dagen en de kortste nachten van het jaar, en dat verandert alles aan wat je doet. Het is de maand van de jonge dieren, van de insecten die op hun hoogtepunt komen, en van de avonden die pas na tienen echt donker worden. Wat het níet meer is: de maand van de zang. Die valt in de loop van juni hard terug.
Het koor valt stil
Zodra er eieren liggen, houdt het op. De koekoek is van april tot juni te horen en valt vrijwel stil zodra de eieren gelegd zijn; de nachtegaal zingt tot juni, en vooral in de eerste weken na aankomst. De wielewaal houdt het in juni nog vol. Ga dus in de eerste helft van de maand als je zang wilt horen — eind juni is het bos merkbaar stiller dan begin mei, terwijl er niet minder vogels zitten.
Overal jonge dieren
Uitgevlogen jonge vogels zitten in juni overal, en ze zien er hulpeloos uit zonder het te zijn. Een jonge merel of uil op de grond is bijna nooit verlaten: de ouders zitten in de buurt en voeren gewoon door. Oppakken is vrijwel altijd de verkeerde reactie. Hetzelfde geldt voor een reekalf in het gras — de kalveren van de ree worden in mei geboren en liggen in juni nog vaak alleen te wachten. Bij de gewone zeehond loopt de geboorteperiode van mei tot juli.
Libellen op hun best
Juni is de beste libellenmaand van het jaar. De weidebeekjuffer piekt van half juni tot eind juli langs beken, de vuurlibel van half juni tot begin augustus, en de platbuik zit in de eerste helft van de maand op zijn hoogtepunt. De glassnijder vliegt nog door tot eind juli. Zoek ze midden op de dag bij zon en weinig wind: dit is de enige diergroep waarvoor je juist níet vroeg hoeft op te staan.
De schemering duurt het langst
Rond de langste dag is het pas tegen elf uur echt donker, en dat maakt de schemeringsdieren goed te volgen. De nachtzwaluw ratelt van half mei tot juli boven open heide, en de rosse vleermuis is vaak al vóór zonsondergang in de lucht — hoog, snel en makkelijk voor een gierzwaluw aan te zien. De boomvalk heeft van juni tot augustus zijn beste periode en jaagt juist in die uren op libellen en zwaluwen.
Waar je heen gaat
Voor libellen naar beken en vennen: de Leuvenumse Bossen, Dwingelderveld of de Meinweg. Voor nachtzwaluw en schemering open heide met verspreide bomen, en wees er vóór zonsondergang want daarna sluiten ze: Planken Wambuis of de Sallandse Heuvelrug. Voor moerasvogels en jonge zeehonden respectievelijk het Naardermeer en de Waddenzee.
Praktisch
Juni is de maand om de middag over te slaan en de randen te pakken: vroege ochtend voor vogels, late avond voor schemeringsdieren, en het midden van de dag alleen voor libellen en vlinders. Teken zijn op hun actiefst, dus controleer na elke wandeling. En het blijft broedseizoen: op de paden, honden aan de lijn, en geen jonge dieren aanraken. Zie verantwoord spotten.
Makkelijk
Azuurwaterjuffer
Vroege zomer bij wateren met drijvende waterplanten; vaak in grote aantallen tegelijk.
Makkelijk
Blauwe breedscheenjuffer
Twee pieken doordat de larven op verschillende momenten overwinteren.
Makkelijk
Gewone oeverlibel
Hoogzomer bij het water: mannetjes bewaken hun stukje oever vanaf een steen of steiger.
Makkelijk
Grote keizerlibel
Patrouilleert onvermoeibaar boven vijvers en plassen; hoogzomer is het beste moment.
Makkelijk
Grote roodoogjuffer
Mannetjes zitten op waterlelie- en gele plombladeren, laag boven het water.
Makkelijk
Lantaarntje
Waarschijnlijk de algemeenste waterjuffer van Nederland; bij elke sloot te vinden.
Makkelijk
Platbuik
Vroege soort: eind mei en juni zijn de beste weken, vaak bij pas gegraven poelen.
Makkelijk
Smaragdlibel
Patrouillerend laag langs vennen en veenoevers; mei en begin juni zijn het best.
Makkelijk
Viervlek
Vroeg in het seizoen bij vennen en hoogveen; mei en juni leveren de meeste dieren op.
Makkelijk
Vuurjuffer
Onze vroegste libel: in april vaak de eerste die je van het jaar ziet.
Makkelijk
Vuurlibel
Mannetjes op een vaste uitkijkpost bij zonnige plassen en poelen.
Makkelijk
Watersnuffel
Vliegt in rechte lijnen laag over open water; juni tot augustus is de beste periode.
Makkelijk
Weidebeekjuffer
Fladderend boven zonnige beken; half juni tot eind juli zijn de aantallen het hoogst.
Met geluk
Bosbeekjuffer
In juni en juli vliegen de meeste dieren en verdedigen de mannetjes hun uitkijkposten.
Met geluk
Bruine korenbout
Het uitsluipen gebeurt van eind april tot begin juni; mei en juni zijn veruit de beste maanden.
Met geluk
Gaffelwaterjuffer
In juni zijn de meeste waarnemingen gedaan, maar het beeld is nog in opbouw.
Met geluk
Glassnijder
Mei en juni zijn de topmaanden; in juli wordt hij snel schaars.
Met geluk
Metaalglanslibel
Eind juni tot eind juli is de topperiode; mannetjes patrouilleren dan fel langs de oever.
Met geluk
Plasrombout
In juni vliegen de meeste dieren en zonnen ze massaal op open plekken.
Met geluk
Rivierrombout
In juni en juli sluipen de meeste dieren uit op de zandstranden langs de rivier.
Met geluk
Tengere grasjuffer
Twee pieken, want er zijn twee generaties per jaar.
Met geluk
Variabele waterjuffer
In juni zijn de dichtheden boven laagveenwater het hoogst.
Met geluk
Vroege glazenmaker
Eind mei tot half juli is de kernperiode; hij is een van de vroegste glazenmakers.
Met geluk
Zwervende heidelibel
Twee pieken: begin juni de aangekomen immigranten, eind augustus hun hier uitgeslopen nageslacht.
Zeldzaam
Beekrombout
In mei en juni sluipen de meeste dieren uit en zijn ze het talrijkst.
Zeldzaam
Gevlekte glanslibel
In juni en juli vliegen de meeste dieren.
Zeldzaam
Gevlekte witsnuitlibel
Mei en de eerste helft van juni zijn veruit de beste periode.
Zeldzaam
Oostelijke witsnuitlibel
In juni vliegen de meeste dieren; de vliegtijd is kort.
Zeldzaam
Sierlijke witsnuitlibel
Juni is de topmaand; mannetjes zitten dan op waterlelieblad met het achterlijf rechtop.
Zeldzaam
Venwitsnuitlibel
Half mei tot half juli; jonge dieren zitten dan in beschutte bos- en heideplekken rond het ven.
Zeldzaam
Zuidelijke oeverlibel
Van eind juni tot begin augustus vliegen de meeste dieren.
Zeer zeldzaam
Dwergjuffer
Van midden juni tot eind juli vliegen de meeste dieren.
Zeer zeldzaam
Gewone bronlibel
Van half juni tot eind juli patrouilleren de meeste mannetjes langs de beek.
Zeer zeldzaam
Hoogveenglanslibel
In juni en juli patrouilleren de meeste mannetjes boven de veenputjes.
Zeer zeldzaam
Maanwaterjuffer
Eind mei tot half juni vliegen vrijwel alle dieren tegelijk.
Zeer zeldzaam
Speerwaterjuffer
Eind mei en begin juni vliegen vrijwel alle dieren; daarbuiten is de soort nauwelijks te vinden.
Zeer zeldzaam
Tweevlek
De vliegtijd is kort en beperkt zich tot mei en juni.
De kalender wordt automatisch samengesteld uit de soortpagina’s. Komt er een soort bij, dan verschijnt hij hier vanzelf in de juiste maand. Staat een soort er niet bij, dan is dat een bewuste keuze: bij dieren als de otter, de boommarter en de wolf is er simpelweg geen maand waarin je kans merkbaar groter is.
Seizoenen schuiven met het weer. Gebruik deze kalender om te plannen, en de soortpagina zelf voor het beste moment van de dag. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.