Oostelijke witsnuitlibel spotten in Nederland
Zeldzaam 🪰 Libel Kwetsbare soort · R1
🛡️ Bewust geen exacte vindplaatsen
Dit is een kwetsbare soort. Wij noemen bewust geen exacte vindplaatsen. Staat er hieronder een gebied, dan is dat omdat de terreinbeheerder de soort daar zelf publiceert; de bron staat erbij. Zo dragen we bij aan de bescherming van de soort. Waarom we dat doen.
Waar en wanneer zie je een oostelijke witsnuitlibel in Nederland? Deze soort is zelden te zien, van mei tot en met juli.
Hoe herken je een oostelijke witsnuitlibel?
Lengte 33 tot 39 millimeter. Kenmerkend zijn de witte achterlijfsaanhangsels en de donkerbruine tot zwarte pterostigma's. Het mannetje krijgt een geheel donker achterlijf met blauwgrijze berijping aan de basis; het vrouwtje heeft smalle gele vlekjes op de achterlijfssegmenten. Zoals alle witsnuitlibellen heeft hij een opvallend wit gezicht.
Waar zie je deze soort in Nederland?
Tot 2011 slechts in één Fries natuurgebied. Na een invasie in 2018 breidt de soort zich sinds 2019 gestaag uit in Overijssel.
Leefgebied: Vennen en hoogveenplassen, waaronder bosvennen en heidevennen.
Wanneer is de beste tijd?
Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.
Beste periode: Korte vliegtijd van eind mei tot eind juli, met de piek in juni.
Beste tijdstip: Zonnige uren midden op de dag.
Recente waarnemingen
👁️ Waar is deze soort recent gezien?
Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.
Actuele waarnemingen op Waarneming.nl →
Let op: bij kwetsbare soorten worden waarnemingen door de bron al vervaagd of afgeschermd. Wij nemen geen exacte locaties over.
Zo vergroot je je kans
- Ga op een warme, windstille dag tussen een uur of tien en vier — dan zijn ze actief.
- Zoek de plek op, niet het dier: bloemrijke randen bij vlinders, oevers en open water bij libellen.
- Beweeg langzaam en houd je schaduw van het dier af; die valt eerder op dan jijzelf.
- Vroeg in de ochtend zitten ze nog koud en stil op een blad — dan kun je het dichtst naderen.
🎒 Wat je hiervoor nodig hebt
Verrekijker. De vijf witsnuitlibellen scheid je op aanhangsels en pterostigma, en dat zijn millimeterdetails.
Fotograferen
Jonge dieren verblijven veel in bomen voordat ze naar het water komen. Zoek dus ook de bosrand af, en fotografeer bij een zittend dier gericht de achterlijfspunt: witte aanhangsels zijn hier het bewijs.
🌿 Verantwoord spotten
Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt. Dit is een kwetsbare soort. Wij noemen bewust geen exacte vindplaatsen. Staat er hieronder een gebied, dan is dat omdat de terreinbeheerder de soort daar zelf publiceert; de bron staat erbij. Zo dragen we bij aan de bescherming van de soort.
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-08
Veelgestelde vragen
Hoe herken je een oostelijke witsnuitlibel?
Aan de witte achterlijfsaanhangsels. Van de vijf Nederlandse witsnuitlibellen hebben alleen deze soort en de sierlijke witsnuitlibel die; bij de gevlekte en de noordse witsnuitlibel zijn ze zwart. Verder heeft hij donkerbruine tot zwarte pterostigma’s, en het mannetje een geheel donker achterlijf met blauwgrijze berijping aan de basis. Het vrouwtje heeft smalle gele vlekjes op de achterlijfssegmenten. Lengte 33 tot 39 millimeter.
Wat is het verschil met de sierlijke witsnuitlibel?
Twee dingen. De sierlijke witsnuitlibel heeft een duidelijk knotsvormig verbreed achterlijf, dat bij de oostelijke witsnuitlibel ontbreekt. En zijn pterostigma’s zijn bovenaan wit, terwijl die van de oostelijke witsnuitlibel donkerbruin tot zwart zijn. Die twee kenmerken samen zijn beslissend, want witte aanhangsels hebben ze allebei.
En het verschil met de gevlekte en noordse witsnuitlibel?
Die twee hebben zwarte achterlijfsaanhangsels in plaats van witte, en dat is meteen het snelste onderscheid. Daarnaast verschilt het vlekkenpatroon op het achterlijf per soort. Bij de larven zit het verschil met de gevlekte witsnuitlibel in de zijdoorn op segment 9: kort bij de gevlekte, lang bij de oostelijke.
Waar en wanneer kun je hem zien?
In vennen en hoogveenplassen, waaronder bosvennen en heidevennen, met een korte vliegtijd van eind mei tot eind juli en de piek in juni. Jonge dieren verblijven eerst veel in bomen voordat de geslachtsrijpe mannetjes territoriaal gedrag bij het water gaan vertonen — dus vroeg in de vliegtijd zoek je eerder de bosrand af dan de oever.
Waarom noemen jullie geen precieze vindplaatsen?
Omdat álle waarnemingen van deze soort in de NDFF vervaagd zijn tot hokken van 10 bij 10 kilometer, met aantasting van kwetsbare habitats, bescherming en verstoring als redenen. De uitbreiding is bovendien pril: tot 2011 zat hij in één Fries natuurgebied, en pas na een invasie in 2018 vestigde hij zich vanaf 2019 in Overijssel. Bij zulke jonge, kleine populaties in kwetsbare vennen houden wij het bij de provincie.
Gegevens over voorkomen komen uit de NDFF en van De Vlinderstichting. Deze soort staat op de NDFF Lijst Kwetsbare Soorten: álle waarnemingen zijn vervaagd tot 10 bij 10 kilometer, daarom noemen wij geen gebieden of vindplaatsen. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.