Zuidelijk spitskopje
📷 Quartl, CC BY-SA 3.0 (Wikimedia Commons)

Zuidelijk spitskopje spotten in Nederland

Conocephalus fuscus · Long-winged Conehead

Met geluk 🦗 Sprinkhaan

Waar en wanneer zie je een zuidelijk spitskopje in Nederland? Deze soort is met wat geluk te zien, van juli tot en met oktober.

Hoe herken je een zuidelijk spitskopje?

Kleine, groene sabelsprinkhaan van 12 tot 18 millimeter met een in zijaanzicht spitse kop en een bruine streep over kop, halsschild en achterlijf. Het vrouwtje herken je aan de lange, vrijwel rechte legboor in combinatie met lange vleugels; bij het gewoon spitskopje is de legboor duidelijk gebogen. Langvleugelige mannetjes van beide soorten uit elkaar houden is lastig.

Hoe klinkt een zuidelijk spitskopje?

Opname: Baudewijn Odé, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Waar zie je deze soort in Nederland?

Het eerste Nederlandse exemplaar werd in 1990 bij Ospel in Midden-Limburg gevonden. Sindsdien breidt de soort zich vanuit het zuiden uit; de sprinkhaan wordt gerekend tot de twaalf soorten die sinds 1990 nieuw zijn voor Nederland.

Hoe zeker is dit? geverifieerd kans volgens bron aanwezigheid gemeld Koppelingen die de onderste drempel niet halen, publiceren we niet. Zo bepalen we dat.

📍 Deelerwoude

aanwezigheid gemeld
NDFF open data, 329 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: Volwassen dieren van eind juli tot half september; in zachte najaren blijven ze actief tot de eerste flinke nachtvorst.
NDFF open data, 293 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: Volwassen dieren van eind juli tot half september; in zachte najaren blijven ze actief tot de eerste flinke nachtvorst.
NDFF open data, 270 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: Volwassen dieren van eind juli tot half september; in zachte najaren blijven ze actief tot de eerste flinke nachtvorst.
NDFF open data, 264 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: Volwassen dieren van eind juli tot half september; in zachte najaren blijven ze actief tot de eerste flinke nachtvorst.
NDFF open data, 253 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: Volwassen dieren van eind juli tot half september; in zachte najaren blijven ze actief tot de eerste flinke nachtvorst.

📍 Oostvaardersplassen

aanwezigheid gemeld
NDFF open data, 216 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: Volwassen dieren van eind juli tot half september; in zachte najaren blijven ze actief tot de eerste flinke nachtvorst.

📍 Nationaal Park De Meinweg

aanwezigheid gemeld
NDFF open data, 175 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: Volwassen dieren van eind juli tot half september; in zachte najaren blijven ze actief tot de eerste flinke nachtvorst.

📍 Naardermeer

aanwezigheid gemeld
NDFF open data, 137 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: Volwassen dieren van eind juli tot half september; in zachte najaren blijven ze actief tot de eerste flinke nachtvorst.

📍 Zwin / Zeeuws-Vlaanderen

aanwezigheid gemeld
NDFF open data, 111 waarnemingen 2016-2026
Landelijke periode: Volwassen dieren van eind juli tot half september; in zachte najaren blijven ze actief tot de eerste flinke nachtvorst.

Deze koppelingen komen rechtstreeks uit de database — per gebied met de kans, de bron en het bewijsniveau.

Wanneer is de beste tijd?

Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.

Beste periode: Volwassen dieren van eind juli tot half september; in zachte najaren blijven ze actief tot de eerste flinke nachtvorst.

Beste tijdstip: Overdag bij warm, windstil weer; de zang is alleen overdag te horen.

Recente waarnemingen

👁️ Waar is deze soort recent gezien?

Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.

Actuele waarnemingen op Waarneming.nl →

Zo vergroot je je kans

  • Luister eerst: bijna alle soorten verraden zich met hun zang voordat je ze ziet.
  • Ga op een warme, windstille namiddag; in de kou en de wind zwijgen ze.
  • Loop langzaam en let op waar het geluid stopt — daar zit hij, meestal laag in de vegetatie.
  • Een batdetector maakt de soorten hoorbaar die voor het menselijk oor te hoog zingen.

🎒 Wat je hiervoor nodig hebt

Niets bijzonders. Een batdetector helpt om de zachte, hoge zang op te pikken.

Fotograferen

Het bewijs zit in de legboor van het vrouwtje: lang en vrijwel recht. Fotografeer daarom van opzij, evenwijdig aan het dier, met een macrolens op f8 tot f11 zodat de hele legboor scherp is. Ga rustig te werk — spitskopjes lopen liever om de grasspriet heen dan dat ze wegspringen.

🌿 Verantwoord spotten

Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt.

Bronnen: Kleukers e.a., De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera), Nederlandse Fauna 1 (1997), uitgegeven door Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij en EIS-Nederland, digitaal beschikbaar via natuurtijdschriften.nl; NDFF Flora & Fauna Verkenner (open data), geraadpleegd 12-08-2026; Willemse, De uitbreiding van het zuidelijk spitskopje Conocephalus discolor in Zuid-Limburg (Orthoptera: Tettigoniidae), Nederlandse Faunistische Mededelingen 12 (2000); EIS Kenniscentrum Insecten en CBS via Nature Today
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-12

Veelgestelde vragen

Hoe herken ik een zuidelijk spitskopje?

Aan de combinatie van lange vleugels en een lange, vrijwel rechte legboor bij het vrouwtje. Het gewoon spitskopje heeft een duidelijk gebogen legboor. Verder een klein, groen dier van 12 tot 18 millimeter met een spitse kop en een bruine rugstreep.

Hoe klinkt het zuidelijk spitskopje?

Een eenvormig, zacht en hoog knisperend zoemen dat enkele seconden tot minuten wordt aangehouden, met korte pauzes. Voor zover bekend zingt hij alleen overdag. De zang is voor veel mensen slecht hoorbaar; met een batdetector lukt het beter.

Waar kan ik hem vinden?

In halfhoge, vrij dichte vegetatie met hoge grassen of russen: slootkanten in agrarisch gebied en ruige begroeiing langs rivieren. Hij hoeft het niet nat te hebben.

Wat is het verschil met het gewoon spitskopje?

De legboor. Die is bij het zuidelijk spitskopje lang en vrijwel recht, bij het gewoon spitskopje gebogen. Ook de zang verschilt: het gewoon spitskopje last veel korte stotterfasen in, het zuidelijk spitskopje houdt de zang langer aaneengesloten aan.

Sinds wanneer komt hij in Nederland voor?

Het eerste exemplaar werd in 1990 bij Ospel in Midden-Limburg gevonden. De soort breidt zich sindsdien vanuit het zuiden uit. De naam in oudere literatuur is Conocephalus discolor.