Uilen horen in het najaar: waar, wanneer en welke soort je hoort

Waar & wanneer · 28 september 2026 · 17 min lezen

Uilen roepen niet in het voorjaar het hardst, maar in het najaar: achttien jaar dagelijkse waarnemingen in Limosa laten een piek zien van september tot januari, met het dal juist in mei tot juli. Dit artikel behandelt de vijf uilensoorten die je in Nederland kunt horen, hoe ze klinken, waar je gaat staan en wat een windstille avond voor het verschil maakt. En waarom 2026 een uitzonderlijk jaar is: door de muizenpiek meldden Sovon, STONE en Vogelbescherming ruim honderd broedgevallen van de velduil, tegen een normale stand van vijftien tot dertig paren.

Er is één avond in het jaar waarop het bos plotseling anders klinkt. Het blad is half gevallen, de wind is gaan liggen, en ergens tussen de oude beuken zet een vogel een lang, trillend hoe… hoe-hoe-hoe-hoeoeoee in dat je in je nek voelt. Dat is geen toeval en geen geluk: uilen roepen in het najaar aanzienlijk meer dan in het voorjaar. Wie ze wil horen, moet dus niet in maart het bos in, maar nu — tussen half oktober en de kerst.

Dit artikel zet op een rij welke vijf uilensoorten je in Nederland kunt tegenkomen, hoe ze klinken, waar je gaat staan, en waarom 2026 een uitzonderlijk jaar is — plus wat je bewust niet doet, want uilen zijn precies het soort dier waarbij enthousiasme snel schade aanricht.

Waarom het najaar het uilenseizoen is, en het voorjaar niet

De gangbare aanname is dat uilen in het voorjaar roepen, omdat ze dan broeden. Voor de bosuil klopt dat niet. Bosuilen leggen inderdaad vroeg — vanaf februari of maart, volgens Vogelbescherming Nederland — maar het roepen waarmee ze hun territorium afbakenen, zit in een heel ander deel van het jaar.

Sovon beschreef dat in januari 2019 kort en bondig: bosuilen beginnen “al in oktober met baltsgedrag”, en “middenin de winter roepen ze nog regelmatig”. Boswachter Jacqueline van Dam van Utrechts Landschap schreef in november 2024 waarom dat in de praktijk zoveel uitmaakt: “Op deze windstille avond rijkt zijn roep heel ver.” Een kaal bos zonder blad en zonder wind draagt geluid over honderden meters.

Daar komt nog een tweede beweging bij. Jonge bosuilen blijven na het uitvliegen maandenlang in de buurt van hun geboorteplek rondhangen, maar, aldus Natuurmonumenten: “Tegen de herfst moeten ze hun vertrouwde omgeving echt verlaten.” In het najaar zijn er dus tegelijk gevestigde vogels die hun grens markeren én jonge zwervers die een gat zoeken. Dat levert roepende uilen op.

Er is voor Nederland één reeks die dit hard maakt. René Teixeira en Wim Surminski noteerden achttien jaar lang, van januari 2000 tot maart 2018, dagelijks welke bosuilen ze rond hun huis aan de rand van Hoogerheide hoorden, met onderscheid tussen mannetjes, vrouwtjes en jonge vogels. Hun conclusie, gepubliceerd in Limosa 91 (2018), is ondubbelzinnig: “De roepactiviteit van mannetjes en vrouwtjes het hoogst is van september tot januari (laag in mei tot juli).”

De praktische consequentie trekken ze er zelf bij: “De door Sovon gehanteerde inventarisatieperiode valt vooral in het dal van de roepactiviteit van de oudervogels, waardoor territoria lastig zijn op te sporen en onderschatting op de loer ligt.” Britse richtlijnen adviseren volgens dezelfde publicatie “om vooral in oktober tot december te karteren, wanneer territoriale activiteit het meest intens is”.

Twee dingen om hierbij eerlijk over te zijn. Dit is één waarnemer op één plek, geen landelijk meetnet — de vorm van de curve is overtuigend, de precieze getallen gelden voor West-Brabant. En het gaat over de bosuil; voor de andere vier soorten in dit artikel bestaat zo’n reeks niet.

De bosuil: het geluid dat iedereen kent zonder het te weten

Met 5.200 tot 6.400 broedparen (2018–2020) is de bosuil verreweg onze algemeenste bosuil­soort, en volgens Sovon neemt hij sinds 1990 significant toe. Hij staat niet op de Rode Lijst. Hij leeft, aldus Vogelbescherming, in “open loofbos of gemengd bos, boerenerven, (stads)parken, groene woonwijken met oude bomen” — en dat laatste is de reden dat je hem net zo goed vanuit je achtertuin kunt horen als in een natuurgebied.

Het geluid van het mannetje is dat van elke horrorfilm: een aangehouden hoe…, een stilte van twee tot vier seconden, en dan een rollend hoe-hoe-hoe-hoeeee dat aan het eind trilt. Het draagt ver, en het komt zelden uit de richting waar je het verwacht.

Man of vrouw? Zo ontcijfer je het duet

De tweede klank is de nuttigste die je kunt leren, omdat hij zo weinig op een uil lijkt. Het vrouwtje antwoordt met een kort, hoog, bijna schel ke-wik of ku-wiek — Vogelbescherming schrijft het als “ke-wik”, Natuurmonumenten als “ku-wiek”. Beginners houden dat geluid consequent voor een vogel die schrikt.

Hoor je beide door elkaar, dan sta je bij een paar dat zijn territorium verdedigt, en dat is het moment waarop je vooral stil moet blijven staan. Loop niet naar het geluid toe. Een uil die ophoudt met roepen omdat jij dichterbij komt, is een uil die je verstoord hebt, ook als er niets zichtbaars gebeurt.

Bosuil met gesloten ogen tegen een boomstam — overdag zitten uilen vrijwel onzichtbaar
Bosuil die midden op de dag roerloos in een boomvork zit. Foto: WaldFeewald, CC BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)

2026 is een uitzonderlijk uilenjaar, en dat komt door de muizen

Uilen zijn muizeneters, en muizen gaan in cycli. Wat er in een bos aan eikels en beukennootjes valt, bepaalt een jaar later hoeveel muizen er zijn — de keten die we uitwerkten in het artikel over het mastjaar.

Dat effect is dit jaar zichtbaar geworden. Sovon Vogelonderzoek Nederland, STONE Steenuilenoverleg Nederland en Vogelbescherming Nederland meldden op 13 juni 2026: “Uit het hele land komen dit jaar berichten dat er veel muizen zijn. Veldmuizen, rosse woelmuizen en bosmuizen beleven een piekmoment.” De rosse woelmuis en de bosmuis zijn precies de soorten die in een bos op het menu staan.

De gevolgen waren extreem. Van de velduil werden in 2026 ruim honderd broedgevallen gemeld, waarvan meer dan 75 paren in Friesland alleen — terwijl Sovon de normale Nederlandse broedpopulatie voor 2025 op 15 tot 30 paren schat. Bij de torenvalk werden in de Hoeksche Waard 66 territoria gemeld tegen gemiddeld 28 in de vijf jaar ervoor, en telden de tellers “209 jongen in de kasten, bijna twee keer zoveel als gemiddeld over de afgelopen vijf jaar” — met zelfs een legsel van acht eieren.

Wat dat voor deze herfst betekent: er vliegen dit najaar ongewoon veel jonge uilen rond die een eigen plek zoeken. De kans dat je er één hoort, is dit jaar groter dan in een gemiddeld jaar.

De ransuil: waarom wij geen roestplaats noemen

De ransuil (2.100–3.000 broedparen, 2018–2020) doet in de winter iets wat geen enkele andere Nederlandse uil doet: hij slaapt in gezelschap. Vogelbescherming: “Vanaf het najaar verzamelen ransuilen zich in groepen en bezetten vaste roestplaatsen.” Op zo’n plek zie je “een paar tot soms tientallen ransuilen bij elkaar” — vaak in een conifeer, vaak midden in een dorp, vaak jaar na jaar dezelfde boom.

Dat maakt het de spectaculairste uilenwaarneming van Nederland, en tegelijk de kwetsbaarste. Op de Lijst Kwetsbare Soorten van de NDFF staat de ransuil met de zwaarste voorwaarde die er is: alle records zijn vervaagd, niet alleen de broedgevallen. De reden is precies dit gedrag.

Daarom noemen wij op deze site geen enkele ransuil­roestplaats bij naam, en ook geen gebied waar er één zou zijn. Vogelbescherming legt in haar eigen woorden uit waarom dat redelijk is: “Ook al slaapt een ransuil vaak dicht bij mensen, hij houdt van rust en is snel verstoord”, en: “Soms is een locatie afgeschermd, omdat het natuurlijk niet de bedoeling is dat er tien vogelliefhebbers bij iemand in de tuin gaan staan. (…) Staat de roestboom in een tuin: blijf op openbaar terrein.” Zie ook onze pagina verantwoord spotten.

Het geluid van de ransuil is overigens het lastigste van alle vijf: een laag, zacht, bijna toonloos hoe van het mannetje dat je op tien meter afstand al niet meer hoort. De schrille bedelroep van uitgevlogen jongen — een geluid als een piepend tuinhek — is in de zomer veel opvallender.

Slapende ransuil op een tak tussen geelverkleurende lindebladeren
Een ransuil op zijn dagrustplaats, eind oktober. Waar deze boom staat, vertellen wij niet — om de reden die hierboven staat. Foto: Bas de Bruin, 29 oktober 2026

De kerkuil: krijsen boven het open land

Wie een uil hoort schreeuwen in plaats van roepen, heeft waarschijnlijk een kerkuil. Vogelbescherming omschrijft het geluid als “spookachtige krijs en geblaas”, zowel in de vlucht als bij het nest. Er is geen melodie en geen ritme; het klinkt alsof er iets kapotgaat.

De kerkuil hoort niet in het bos maar in het “halfopen tot open cultuurlandschap”: grasland en akkers met houtwallen, singels en ruige slootkanten. Hij jaagt in een “langzame zoekvlucht met ondiepe vleugelslagen laag boven het land”, soms vanaf een lage uitkijkpost. Veldmuizen zijn zijn hoofdvoedsel, en daarom fluctueert de stand met de muizenjaren mee: Vogelbescherming houdt het voor 2025 op ongeveer 2.250 tot 2.450 broedparen.

De beste kans is een rustige landweg in het uur na zonsondergang, met de auto aan de kant en het raam open. Kerkuilnesten zitten in schuren, kerktorens en kasten — die noemen wij nooit bij naam, en ook op de Lijst Kwetsbare Soorten is de kerkuil om die reden beschermd op broedgevallen.

Kerkuil in jachtvlucht laag boven ruig grasland in de schemering
Kerkuil in lage jachtvlucht boven ruig grasland, Norfolk in november. Foto: Mike Prince, CC BY 2.0 (Wikimedia Commons)

De steenuil: klein, brutaal, en dit jaar in de schijnwerpers

De steenuil is met 8.000 tot 9.500 broedparen (2018–2020) onze talrijkste uil, maar ook onze meest verdwenen uil: in de jaren vijftig waren het er naar schatting 25.000. Niet toevallig is 2026 uitgeroepen tot Jaar van de Steenuil door Vogelbescherming Nederland, Sovon Vogelonderzoek Nederland en de landelijke steenuilenwerkgroep STONE.

Het cijfer dat die keuze verklaart is regionaal: op zandgronden groeit de soort al twaalf jaar met 1,8 procent per jaar, op kleigronden krimpt hij in dezelfde periode met 3,6 procent per jaar. Hetzelfde land, tegengestelde richting.

Voor wie hem wil zien: de steenuil is geen bosvogel maar een erfvogel, van kleinschalig boerenland met knotbomen, hagen en kort gras, en hij blijft “het hele jaar in de directe omgeving van de broedplaats”. Hij zit graag op een paal van een meter hoog en hij is, anders dan de andere vier, ook in de late middag actief. Zijn roep is een klagend, oplopend kiew-kiew-kiew.

De velduil: de uil die je overdag ziet

De velduil is de buitenbeentje van het rijtje — hij jaagt bij daglicht, boven open terrein, met een zwiepende, bijna vlinderachtige vlucht. Daardoor wordt hij regelmatig voor een buizerd aangezien, terwijl de vleugels veel smaller zijn en de vlucht veel onregelmatiger.

Hij is ook onze zeldzaamste: 15 tot 30 broedparen in 2025, “ernstig bedreigd” op de Rode Lijst, en al sinds 1990 in significante afname. Het muizenjaar 2026 met zijn ruim honderd broedgevallen was dus een uitschieter, geen herstel — Sovon tekende vergelijkbare pieken op in 2014, 2019 en 2023. In de winter verblijven er volgens Sovon naar schatting 100 tot 500 vogels in Nederland — een schatting over de winters 2012/13 tot 2014/15 — vooral in open duin, kwelders en polders.

Waar je in Nederland uilen kunt horen

Voor de bosuil geldt een simpele regel: oud loofbos met dikke bomen, liefst met open plekken ertussen. Dat wijst vanzelf naar de Veluwe en de stuwwallen.

Eén ding vooraf, want het bepaalt je hele avond: de gebieden hieronder zijn ’s nachts niet open. Natuurmonumenten schrijft het zo: “Tussen zonsopgang en zonsondergang mag je de gebieden van Natuurmonumenten bezoeken.” Staatsbosbeheer houdt dezelfde lijn aan: “De meeste gebieden zijn geopend van zonsopgang tot zonsondergang.” Je bruikbare venster ligt dus in het laatste licht. Verderop lees je hoe je daar het meeste uithaalt.

Kroondomein Het Loo valt in deze periode grotendeels af: het natuurgebied sluit jaarlijks van 15 september tot en met 25 december. Een aantal aangewezen grindwegen blijft wel open, mits je strikt op die paden blijft — raadpleeg de officiële kaart voordat je gaat. Voor kerkuil en steenuil hoef je trouwens helemaal geen natuurgebied in — kleinschalig boerenland met knotwilgen en oude schuren werkt beter dan welk nationaal park ook.

Het beste moment: weer, wind en tijdstip

Sovon vat het kort samen: “de eerste paar uren na zonsondergang zijn de beste tijd om te gaan luisteren”. Daarbinnen maken drie dingen het verschil.

Daar zit meteen de spanning van dit onderwerp: de beste luisteruren beginnen precies wanneer de meeste natuurgebieden sluiten. In de praktijk los je dat zo op. Sta ruim vóór zonsondergang op je plek, want bosuilen beginnen vaak al in het laatste daglicht te roepen. Verlaat het gebied bij zonsondergang en luister daarna verder vanaf de openbare weg, een fietspad of een bosrand — geluid draagt daar prima en je verstoort niemand. Wil je wél het bos in als het donker is, ga dan mee met een avondexcursie van de beheerder; Natuurmonumenten organiseert die onder meer in de Leuvenumse Bossen.

  • Windstil. Ruisende takken maskeren precies het frequentiegebied waarin een bosuil roept. Bij windkracht 4 hoor je hem op vijftig meter niet meer.
  • Droog en helder. Regen dempt geluid en houdt vogels stil.
  • Geen volle maan nodig. Dat is een hardnekkig verhaal; voor hóren maakt het niets uit, en voor zíen is een beetje maanlicht wel prettig.

Geef het bovendien tijd. Twintig minuten stilstaan op één plek levert meer op dan een uur lopen: je oren wennen, en het bos went aan jou. Kies een plek met open ruimte om je heen — een laan of een bosrand — zodat geluid je van meerdere kanten kan bereiken.

Een uil overdag vinden: laat de andere vogels het werk doen

Overdag zit een bosuil verscholen, volgens Natuurmonumenten in “verscholen plekken, zoals dichte sparren of boomholtes”. Je vindt hem zelden door te kijken. Je vindt hem door te luisteren naar vogels die zich ergeren.

Vogelbescherming zegt het precies zo: “Luidruchtig gedoe van gaaien en mezen verraadt soms de rustplek van een bosuil.” Een gaai die minutenlang op één plek staat te krijsen, met mezen en merels eromheen, betekent bijna altijd dat daar een roofdier zit. Hetzelfde gedrag verraadt trouwens een vos of een boommarter. Het loont om die alarmroepen te leren; we behandelen ze in ons artikel over bosvogels herkennen op geluid.

Het tweede spoor ligt op de grond. Onder een vaste rustplek verzamelen zich braakballen: onverteerbare resten die de uil weer uitbraakt. De uitleg van Zodion Zoogdieronderzoek Nederland is nuchter: “Uilen slikken hun prooi vaak in zijn geheel in. De stukjes die onverteerbaar zijn, blijven in hun maag achter en worden na een poosje weer uitgebraakt.” In zo’n bal zit “bijvoorbeeld een schedeltje en haren van een veldmuis, een pootje van een bosmuis of het schild van een kever”. Vind je een handvol verse ballen bij elkaar, dan sta je onder een vaste roestplek — en dan is de juiste reactie: noteren, en er niet nog een keer onder gaan staan.

Braakballen tussen beukenblad op de bosbodem — sporen die verraden waar uilen overdag rusten
Braakballen van een bosuil op de bosbodem, met botjes van muizen erin. Foto: B.K.H. Schnebele, CC BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)

Wat je niet doet: uilen lokken met geluid

De snelste manier om een uil te laten reageren is zijn eigen roep afspelen. Het werkt, en juist daarom is het een probleem: de vogel denkt dat er een indringer in zijn territorium zit en gaat energie steken in een gevecht dat niet bestaat — in het seizoen waarin hij zijn grenzen vastlegt.

Sovon staat playback bij gericht telwerk onder voorwaarden toe, maar formuleert die voorwaarden streng: “Let op eventuele vogelreacties en stop dan met geluidsweergave, zeker bij een felle reactie. Veelvuldig en langdurig afspelen kan verstoren en wordt sterk afgeraden.” Sovon erkent zelf dat “dit een risico op verstoring met zich meebrengt”. Voor een recreatieve avond is er geen enkele reden om dat risico te nemen.

Daar komt de juridische kant bij. Harm Dotinga schreef namens Vogelbescherming dat alle Nederlandse uilen streng beschermd zijn, en dat onder meer “het opzettelijk storen van vogels” verboden is. Wel met een uitzondering die je eerlijkheidshalve moet noemen: het verbod geldt niet wanneer de storing “niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort”. Nesten van kerkuil, oehoe, steenuil en ransuil zijn bovendien jaarrond beschermd, omdat die soorten elk broedseizoen naar dezelfde plek terugkeren; bij de bosuil hangt dat van de ecologische omstandigheden af.

Praktisch komt het neer op vier dingen: geen geluid afspelen, geen licht op een roepende vogel richten, niet naar het geluid toe lopen, en geen vindplaats van een nest of roestplek delen — ook niet in een appgroep. Voor de volledige lijn zie verantwoord spotten.

Wat je meeneemt, en wat je onderweg nog meer hoort

Veel is het niet: een zaklamp met rood licht, warme kleren voor het stilstaan, en schoenen die niet knisperen. Een verrekijker helpt bij het laatste licht maar is na donker nutteloos; een telefoon met opnamefunctie is achteraf handiger dan een camera.

Reken erop dat je in oktober meer hoort dan alleen uilen. Een ree blaft kort en hees, en dat klinkt verontrustend dichtbij. Een vos schreeuwt in het najaar een gil die mensen consequent voor een mens houden. En een groep wilde zwijnen die onder de eiken wroet, maakt precies zoveel lawaai als je hoopt dat het geen zwijnen zijn. In dezelfde weken trekken er ’s nachts ook massa’s vogels over — zie ons artikel over vogeltrek in september.

Veelgestelde vragen

Wanneer kun je in Nederland het beste uilen horen?

Voor de bosuil: van eind september tot in januari, in de eerste twee uur na zonsondergang, bij windstil en droog weer. Onderzoek in Limosa (2018) vond de hoogste roepactiviteit van september tot januari en het dal in mei tot juli.

Welke uil hoor ik als het klinkt als “hoe-hoe-hoe”?

Dat is vrijwel zeker een mannetjesbosuil. Antwoordt er een kort, hoog ke-wik op, dan is dat het vrouwtje van hetzelfde paar.

Hoeveel uilensoorten broeden er in Nederland?

Vogelbescherming noemt er zes: kerkuil, oehoe, ransuil, bosuil, steenuil en velduil. In aantallen: steenuil 8.000–9.500, bosuil 5.200–6.400, ransuil 2.100–3.000, kerkuil circa 2.250–2.450 en velduil 15–30 paren.

Mag ik uilengeluid afspelen om een uil te lokken?

Doe dat niet. Sovon raadt “veelvuldig en langdurig afspelen” sterk af omdat het verstoort, en opzettelijke verstoring van vogels is wettelijk verboden.

Waarom noemen jullie geen plek waar ransuilen slapen?

Omdat de ransuil op de Lijst Kwetsbare Soorten van de NDFF staat met de zwaarste voorwaarde: alle waarnemingen zijn vervaagd, juist vanwege die gemeenschappelijke roestplaatsen in bewoond gebied. Wij noemen daarom geen locatie en geen gebied.

Is 2026 een bijzonder jaar voor uilen?

Ja. Door de muizenpiek meldden Sovon, STONE en Vogelbescherming in juni 2026 ruim honderd broedgevallen van de velduil, tegen een normale stand van 15 tot 30 paren. Ook torenvalken deden het uitzonderlijk goed. Dat betekent dit najaar veel jonge vogels op zoek naar een territorium.

Kan ik een uil ook overdag zien?

De velduil jaagt bij daglicht boven open terrein, en de steenuil is ook in de late middag actief. Een rustende bosuil vind je overdag het makkelijkst door te letten op krijsende gaaien en mezen: dat gedrag verraadt volgens Vogelbescherming soms zijn rustplek.

Verder lezen bij de bron

Verder op deze site

Uitgelichte foto: bosuil in een holte in een oude beuk — Bouke ten Cate, CC BY 4.0 (Wikimedia Commons).

Bronnen: R. Teixeira & W. Surminski, "Roepactiviteit van Bosuilen geeft inzicht in hun inventarisatiecriteria", Limosa 91 (2018): 123-127, via Sovon — achttien jaar dagelijkse waarnemingen te Hoogerheide (januari 2000 tot maart 2018), roepactiviteit het hoogst van september tot januari en laag van mei tot juli, de Sovon-telperiode valt in het dal, Britse richtlijnen adviseren oktober tot december; Sovon Vogelonderzoek Nederland, "Voor Bosuilen is het al lang Nieuwjaar" (02-01-2019) — baltsgedrag al in oktober, roepen midden in de winter, de eerste uren na zonsondergang als beste luistertijd; Vogelbescherming Nederland, vogelgids Bosuil — 5.200-6.400 broedparen (2018-2020), geluid van man en vrouw, leefgebied, leg vanaf februari-maart, voedsel; Sovon, soortpagina Bosuil — 5.200-6.400 broedparen, significante toename sinds 1990 en in de laatste twaalf jaar, niet op de Rode Lijst; Jeanet van Zoelen, "Bosuil in de buurt!", Vogelbescherming (31-01-2022) — "Luidruchtig gedoe van gaaien en mezen verraadt soms de rustplek van een bosuil", rustplekken in holle oude bomen, begraafplaatsen, stadsparken en zolders; Natuurmonumenten, pagina Bosuil — jonge vogels moeten tegen de herfst hun geboorteplek verlaten, overdag in dichte sparren of boomholtes, "ku-wiek" van het vrouwtje; Jacqueline van Dam, "Bosuil", Utrechts Landschap (08-11-2024) — de roep op een windstille avond, takkelingen, vijftig dagen tot vertrek; Sovon Vogelonderzoek Nederland, STONE Steenuilenoverleg Nederland en Vogelbescherming Nederland, "Het is een uitstekend jaar voor muizen en vogels profiteren daarvan", Nature Today (13-06-2026) — piek bij veldmuis, rosse woelmuis en bosmuis, ruim honderd broedgevallen velduil, meer dan 75 paren in Friesland, 66 torenvalkterritoria in de Hoeksche Waard tegen gemiddeld 28, "209 jongen in de kasten, bijna twee keer zoveel als gemiddeld over de afgelopen vijf jaar", een legsel van acht eieren; Sovon, soortpagina Velduil — 15-30 broedparen (2025), "ernstig bedreigd" op de Rode Lijst, significante afname sinds 1990, 100-500 wintervogels (winters 2012/13-2014/15), eerdere pieken in 2014, 2019 en 2023; Vogelbescherming Nederland, vogelgids Ransuil — 2.100-3.000 broedparen (2018-2020), "Vanaf het najaar verzamelen ransuilen zich in groepen en bezetten vaste roestplaatsen", laag sonoor "hoe", voedsel; Jeanet van Zoelen, "Ransuilentijd!", Vogelbescherming (15-11-2023) — "een paar tot soms tientallen ransuilen bij elkaar", "hij houdt van rust en is snel verstoord", afgeschermde locaties en blijven op openbaar terrein; Vogelbescherming Nederland, vogelgids Kerkuil — circa 2.250-2.450 broedparen (2025), "spookachtige krijs en geblaas", halfopen tot open cultuurlandschap, "langzame zoekvlucht met ondiepe vleugelslagen laag boven het land", veldmuis als hoofdvoedsel; Vogelbescherming Nederland, "2026 is het Jaar van de Steenuil" (11-12-2025) — circa 25.000 paren in de jaren vijftig tegen 8.000-9.500 nu, +1,8% per jaar op zand en -3,6% per jaar op klei over twaalf jaar, samenwerking met Sovon en STONE; Vogelbescherming Nederland, vogelgids Steenuil — 8.000-9.500 broedparen (2018-2020), roep "kiew-kiew-kiew", erfgebonden, uitkijkposten van een tot anderhalve meter; Sovon, "Verantwoord tellen" — "Let op eventuele vogelreacties en stop dan met geluidsweergave, zeker bij een felle reactie. Veelvuldig en langdurig afspelen kan verstoren en wordt sterk afgeraden"; Harm Dotinga, "Hoe zijn de Nederlandse uilen juridisch beschermd?", Vogelbescherming (13-12-2018) — zes uilensoorten, verbod op "het opzettelijk storen van vogels", met uitzondering van storing die "niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort", jaarrond beschermde nesten van kerkuil, oehoe, steenuil en ransuil; Zodion Zoogdieronderzoek Nederland, "Handleiding braakballen uitpluizen" — hoe een braakbal ontstaat en wat je erin aantreft; NDFF, Lijst Kwetsbare Soorten v1.2 (17-06-2026) — ransuil en oehoe op "alle records", kerkuil, steenuil en velduil op broedgevallen, bosuil niet op de lijst — alle geraadpleegd 23-09-2026
Laatst gecontroleerd: 23-09-2026

Alle artikelen · Hoe wij aan onze informatie komen

De seizoensmail

Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.

Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.