Vanaf begin oktober komen er honderdduizenden ganzen Nederland binnen, uit Siberië en van Spitsbergen. In de winter verblijven er volgens Sovon ruim twee miljoen in ons land. Dit artikel gaat over welke soorten er wanneer aankomen, hoe je kolgans, brandgans, grauwe gans en de rietganzen uit elkaar houdt, hoe je aan het aandeel jonge vogels afleest of het broedseizoen op de toendra goed ging, waar de grootste groepen zitten, en waarom het eerste uur na zonsopkomst het hele verhaal is.
Vanaf begin oktober verandert het geluid boven Nederland. Er komen ganzen binnen — niet met tientallen, maar met honderdduizenden, uit Siberië, van Spitsbergen en van de Russische toendra. Volgens Sovon Vogelonderzoek Nederland verblijven er in de winter ruim twee miljoen ganzen in ons land. De meeste mensen kijken er overheen, want een weiland vol grijze vogels lijkt op elk ander weiland vol grijze vogels. Dat is jammer, want in zo’n groep valt meer af te lezen dan je zou denken: welke soort het is, waar hij vandaan komt, en zelfs of het broedseizoen op de toendra dit jaar goed of slecht is gegaan.
Dit artikel gaat over wat er in oktober en november binnenkomt, hoe je de soorten uit elkaar houdt, waar je de grootste groepen vindt, en hoe je kijkt zonder de vogels weg te jagen. Plus de andere kant van het verhaal, want twee miljoen ganzen is niet alleen mooi.

Oktober is de maand waarin de ganzen binnenkomen
De aankomst is geen druppelsgewijs proces maar een reeks golven, en die golven hangen aan het weer. Sovon-ganzenonderzoeker Kees Koffijberg beschreef in september 2021 hoe dat eruitziet: “Trektellers zagen op 19 en 20 september meer dan dertigduizend ganzen binnenkomen”, schreef hij, en het ging daarbij om “vooral kolganzen en kleinere aantallen grauwe ganzen en toendrarietganzen”. De verklaring was simpel: “De vogels benutten de gunstige rugwind” — een periode met noordoostenwind, die ze in één ruk van de Russische broedgebieden hierheen bracht.
Dat is precies het patroon om op te letten. Ze wachten op wind uit het noordoosten. Staat die er een paar dagen, dan komen ze; slaat het om naar zuidwest, dan blijven ze hangen in Polen of Duitsland. Wie wil zien hoe dat loopt, kan de dagtotalen van de telposten volgen op trektellen.nl. Dat is dezelfde logica als bij de kraanvogeltrek, die in oktober en november op gang komt en op dezelfde windrichting reageert.
Wat er binnenkomt, en wanneer precies
De soorten komen niet tegelijk. Grofweg:
- Kleine rietgans — de vroegste. Volgens Vogelbescherming Nederland “vooral in het begin van de herfst in Nederland te zien”, en in november alweer op weg naar Vlaanderen.
- Kolgans — “in Nederland trek van begin oktober tot in maart”, met de grootste doortrekaantallen in november.
- Toendrarietgans — vanaf oktober, met de piek van de westwaartse trek in november, en dan alweer vroeg weg: vaak al in februari.
- Brandgans — bouwt op door oktober en november en blijft tot in maart; de allergrootste aantallen vallen in maart, op de terugweg.
- Rotgans — komt vanaf eind september binnen op de Waddenzee, maar dit is een voorjaarsverhaal: de piek ligt in april en mei.
- Kleine zwaan — geen gans, maar reist mee: aankomst vanaf oktober, piek in november.
Wie dus in oktober kijkt, ziet vooral kolganzen en de eerste brandganzen, met kans op rietganzen ertussen. Wie in november terugkomt, ziet dezelfde velden vol, maar met meer soorten en veel grotere aantallen.
De kolgans: de gans die je het vaakst voor je hebt
Als er één soort is die je leert herkennen, is het deze. In de winters 2016/17 tot 2020/21 overwinterden er volgens Vogelbescherming 820.000 tot 990.000 kolganzen in Nederland, met daarbovenop 550.000 tot 980.000 doortrekkers in november. Ze broeden op de Noord-Siberische toendra’s en vliegen daar in één seizoen vandaan hierheen.
Herkennen gaat op drie dingen tegelijk. Vogelbescherming zegt het zo: “De witte bles rond de snavelbasis is opvallend. Verder hebben kolganzen een roze snavel en oranje poten. Volwassen vogels hebben zwarte dwarsstrepen op de buik.” Die zwarte buikstrepen zijn onregelmatig — bij de ene vogel een paar strepen, bij de andere bijna een zwarte buik. Waar je ze vindt: “Kolganzen zijn in de winter in groten getale te zien in het rivierengebied, in Zeeland en in Friesland.”
Er broeden ook enkele honderden kolganzen in Nederland zelf — zo’n 420 tot 700 paar, afstammelingen van ontsnapte parkvogels. Die hebben niets met de Siberische trekvogels te maken en zitten hier het hele jaar.

De brandgans: de talrijkste van allemaal
De brandgans is zwart-wit en onmiskenbaar: roomwitte kop met een zwarte streep door het oog naar de snavel, zwarte hals, grijs gebandeerde rug. Wie hem één keer goed heeft gezien, verwart hem nooit meer met een grijze gans.
En hij is talrijker dan de kolgans. Volgens de cijfers van Sovon lag het wintermaximum in 2016/17–2020/21 op 710.000 tot 870.000 vogels, met een doortrekpiek van 690.000 tot 770.000 in maart. Bij de landelijke midwintertelling is de uitkomst al jaren hetzelfde: “De top drie van meest getelde vogels is al jaren constant: Brandgans, Kolgans en Smient.” Sovon zet dat in perspectief: “Nederland is met bijna 5,5 miljoen overwinterende watervogels een van de belangrijkste watervogellanden langs de Oost-Atlantische trekroute.”
Bijzonder aan de brandgans is dat hij hier inmiddels óók broedt: 14.000 tot 20.000 paar in 2018–2020, iets wat vijftig jaar geleden niet bestond. Die broedvogels nemen de laatste twaalf jaar licht af, terwijl de winteraantallen op een hoog niveau stabiel blijven.
De grauwe gans was er al, en dat verandert het verhaal
De grauwe gans is de grootste en zwaarste van de bruine ganzen, met een oranjeroze snavel en roze poten, en zonder bles of buikstrepen. In de vlucht valt de tweekleurige ondervleugel op: donker achter, lichtgrijs voor.
Het verschil met de andere soorten is dat hij hier woont. Nederland telt 100.000 tot 165.000 broedparen (2018–2020), en daarbovenop 550.000 tot 670.000 overwinteraars. Sovon rekent voor dat er in de zomer ruim 600.000 ganzen in Nederland verblijven, “driekwart bestaande uit Grauwe Ganzen”. Het herstel begon in de Oostvaardersplassen, waar de soort in de jaren zeventig weer tot broeden kwam.
Dat is prettig voor wie wil kijken — je hoeft niet op oktober te wachten — maar het is ook de kern van het schadevraagstuk verderop in dit artikel. Een zomergans en een wintergans zijn biologisch en juridisch twee verschillende dingen, ook als ze in hetzelfde weiland staan.
Rietganzen en rotgans: de drie die je erbij kunt vinden
De toendrarietgans is een donkere, gedrongen gans met een oranje band op een verder zwarte snavel en oranje poten. In 2016/17–2020/21 ging het om 240.000 tot 350.000 vogels. Hij lijkt sterk op de zeldzamere taigarietgans; het verschil zit vooral in de snavel, die volgens Vogelbescherming bij de toendrarietgans “wat korter” is, en in de donkerder hals. Dit is een geval waarin “rietgans” noteren eerlijker is dan gokken.
De kleine rietgans is het verhaal van een soort die ons land aan het verlaten is. Hij broedt op Spitsbergen, en “vrijwel alle kleine rietganzen die broeden op Spitsbergen, overwinteren in de lage landen”. Sovon stelde in 2015 vast hoe hard het ging: in oktober 2009 zat nog zestig procent van de wereldpopulatie in Nederland, in oktober 2015 minder dan vijf procent. De vogels bleven hangen in Denemarken, waar ze op maïsstoppels een ruimer aanbod vonden en hun actiegebied tot veertig kilometer landinwaarts uitbreidden. Wat er nu nog komt — zo’n 3.600 tot 11.700 vogels — zit vooral in Zuidwest-Friesland, tussen Blauwhuis en Gaastmeer, en juist nú: in oktober, niet in januari.
De rotgans hoort bij zout water. Hij komt vanaf eind september binnen op de Waddenzee en in de Delta, met een wintermaximum van 51.600 tot 60.800 vogels — maar de echte piek van 76.300 tot 88.300 valt in april en mei. Wie hem in duizendtallen wil zien, moet in het voorjaar terugkomen.
Ganzen lezen: hoeveel jongen zitten er in de groep?
Dit is het onderdeel dat vrijwel niemand doet en dat een gewone kijkochtend meteen interessanter maakt. In elke groep staan volwassen vogels en vogels van dit jaar door elkaar, en die zijn met een telescoop uit elkaar te houden. Sovon legde in Sovon-Nieuws uit waar je op let.
Bij de kolgans: “De belangrijkste daarvan zijn de zwarte nagel op de snavelpunt en het ontbreken van enige zwarte bandering op de buik.” Jonge kolganzen missen dus zowel de bles als de buikstrepen — een egaal bruine, saaie gans tussen de getekende ouders. Bij de brandgans: “Brandganzen hebben van die gevlekte flanken, en zijn verder goed te herkennen aan het ontbreken van de witte eindband op de rug.”
Waarom dat ertoe doet: het aandeel jongen is de directe afspiegeling van hoe het broedseizoen op de toendra is gegaan, duizenden kilometers hiervandaan. In het najaar van 2020 werden “meer dan 92.000 Kolganzen die van begin oktober tot begin november in Nederland en aangrenzende delen van Duitsland stuk voor stuk werden bekeken” op leeftijd gebracht; het resultaat was 17,3 procent eerstejaars. Dat gold destijds als goed, want jongenpercentages van twintig procent of meer waren tot ongeveer 2005 heel gewoon en zijn daarna afgenomen.
Hoe scherp dat verschil kan zijn, liet het najaar van 2024 zien. Kees Koffijberg van Sovon vatte de tellingen van dat jaar samen onder de kop “Mislukt broedseizoen arctische ganzen en zwanen”: bij meer dan 90.000 op leeftijd gebrachte vogels kwam de kolgans uit op acht procent jongen, de toendrarietgans op ongeveer vijf procent, de kleine zwaan op hooguit drie à vier procent, en de brandgans en de rotgans op maar één à twee procent. Een groep van honderd brandganzen waarin je er één jonge vogel vindt, vertelt je dat er dat jaar op de toendra vrijwel niets is grootgebracht.
Met andere woorden: je kijkt naar een weiland in Gelderland en leest er het broedsucces van Siberië in af. Sovon publiceert die leeftijdstellingen elk najaar opnieuw, meestal in de loop van november en december — dus wat jij in oktober in een groep ziet, is precies de ruwe waarneming waar die cijfers uit opgebouwd worden.

Herkennen op geluid, vlucht en silhouet
In de praktijk hoor je ganzen eerder dan je ze ziet, en het geluid is het snelste onderscheid. De kolgans klinkt volgens Vogelbescherming als “hoog, jodelend en kakelend gegak” — hoger en muzikaler dan de rest, en met veel meer variatie binnen één groep. De grauwe gans klinkt als een boerderijgans, want dat is hij ook: laag, nasaal, breed. De brandgans blaft kort en hoog, als een groep kleine hondjes op afstand. De rietgans is het zwijgzaamst van het stel en klinkt donker en tweelettergrepig.
In de vlucht helpt de formatie niet — alle soorten vliegen in V’s en linten — maar de toon van de groep wel. Kolganzen vliegen rommelig en luidruchtig, met veel geroep door elkaar. Brandganzen vliegen in strakkere, dichte groepen. En het contrast telt: een groep waarin je op afstand zwart-witte vogels ziet flikkeren is brandgans; een groep die egaal bruin blijft is kolgans, rietgans of grauwe gans.
Het eerste uur: slaapplaats, graasland en wat je meeneemt
Ganzen slapen op water en eten op land. Dat betekent dat er twee momenten per etmaal zijn waarop je ze in beweging ziet, en die twee momenten zijn het hele spektakel. Vogelbescherming zegt het droog: kolganzen zijn het best te zien rond zonsopkomst en zonsondergang, tijdens de vlucht tussen slaapplaats en graasgebied. Staatsbosbeheer beschrijft het voor het Lauwersmeer wat minder droog: “ganzen die bij zonsopkomst het hele landschap vullen met geluid”.
Praktisch: wees er een half uur vóór zonsopkomst, en ga niet aan de slaapplaats zelf staan maar op een weg of dijk ertussenin, zodat de vogels over je heen komen. In oktober komt de zon rond half acht op en in november rond half acht tot acht uur — dat is een van de weinige seizoenen waarin vroeg opstaan geen nachtwerk is.
Neem een telescoop mee als je hebt. Een verrekijker laat zien dát er ganzen staan; een telescoop laat zien wélke, en maakt het leeftijdstellen hierboven pas mogelijk. Verder: het is open landschap, het waait er altijd, en je staat stil. Kleed je warmer dan het weerbericht suggereert. Blijf in of bij de auto waar dat kan — ganzen accepteren een auto veel dichterbij dan een mens.
Waar je heen gaat in oktober en november
De grote concentraties zitten in het noorden, het rivierengebied en het zuidwesten. De klassiekers zijn het Lauwersmeer, de Friese kleistreek en de Zuidwesthoek van Friesland, De Onlanden en het Leekstermeergebied bij Groningen, het Zuidlaardermeer, de Biesbosch, de Zeeuwse en Zuid-Hollandse polders, en het rivierengebied langs Waal, Rijn en IJssel. In Flevoland zijn de Oostvaardersplassen het hele seizoen goed, met als bonus dat er zeearenden boven dezelfde groepen jagen — en een ganzengroep die plotseling en collectief opgaat, verraadt de zeearend voordat je hem zelf ziet.
Ook goed en vaak over het hoofd gezien: Nationaal Park Dwingelderveld, het Drents-Friese Wold en het Fochteloerveen, waar ganzen op de vennen slapen en in de omliggende landbouwgebieden eten. In Utrecht en het Eemland liggen de graslanden vol in de winter. Wat je in al deze gebieden zoekt is hetzelfde: een groot, ondiep, rustig water als slaapplaats, met open grasland eromheen.
Wat er met de ganzen meekomt
Deze velden zijn in oktober en november het drukste stukje Nederland, en wat er verder rondloopt is minstens zo de moeite waard. De smient staat samen met brandgans en kolgans in de landelijke top drie en graast ’s nachts massaal in dezelfde polders. De kleine zwaan komt vanaf oktober binnen met een piek in november — maar in veel kleinere aantallen dan vroeger: 3.500 tot 11.100 vogels, met over de laatste twaalf jaar volgens Sovon minimaal een halvering binnen vijftien jaar.
Boven dezelfde velden jagen buizerds en torenvalken, en in de schemer nemen de velduil en de ransuil het over — dit is precies de periode waarin uilen het meest van zich laten horen, zoals we in het artikel over uilen in het najaar beschreven. Langs de slaapplaatsen loopt de vos. In de bossen ernaast vallen ondertussen de eikels en beukennootjes, met alles wat daarop afkomt — zie het mastjaarartikel. En in oktober arriveren ook kepen uit het noorden, terwijl de lepelaar juist vertrekt.
Schade, afschot en de winterrust van 1 oktober
Twee miljoen vogels in een land dat vooral uit gras bestaat, levert een conflict op, en het zou oneerlijk zijn dat weg te laten. BIJ12, dat de tegemoetkomingen namens de provincies afhandelt, kwam over 2025 uit op 92,2 miljoen euro aan uitgekeerde faunaschade — achttien procent meer dan in 2024, en bijna een verviervoudiging in tien jaar. Ruim 72 miljoen daarvan komt op het conto van watervogels, met de grauwe gans op ruim 46,4 miljoen euro, de brandgans op 11,4 miljoen en de rietgans op zes miljoen.
Het is belangrijk te zien wélke gans dat is. De grootste post is de grauwe gans, en dat is voor een groot deel de hier broedende zomerpopulatie — niet de Siberische trekvogel die in oktober binnenkomt. Vogelbescherming Nederland maakt dat onderscheid tot beleid: de organisatie “is tegen het doden van inheemse ganzen en smienten zowel in de winter als in de zomer” en pleit voor “een winterrustperiode van 1 oktober tot 1 april, waarin geen ganzen en smienten worden gedood”, met voor brandgans en rotgans een langere periode omdat die later vertrekken. Dat is een standpunt, geen wet — de praktijk verschilt per provincie en per ontheffing.
Als bezoeker hoef je in dit debat geen kant te kiezen, maar het helpt te weten wat je ziet. Een verjaagactie of een afschotvergunning in een polder is geen vandalisme; het is uitvoering van provinciaal beleid. En andersom: dat er beleid is, maakt het niet minder waar dat Nederland internationaal een van de belangrijkste overwinteringsgebieden ter wereld is.
Verstoring: wat één keer opvliegen kost
Los van beleid geldt voor jezelf een eenvoudiger regel. De belangrijkste vaardigheid hier is niet herkennen maar stilstaan. Vogelbescherming vat het effect van verstoring kort samen: “De vogels verliezen veel energie door het onnodig opvliegen”, en “het vermindert hun overlevingskansen”. Een vogel die tien keer per dag opvliegt, eet niet en verbrandt wél — en hij moet in maart genoeg reserve hebben om Siberië te halen en daar te broeden.
Dus: blijf op de weg of de dijk, gebruik je auto als schuilhut, loop niet het land in om dichterbij te komen, en houd honden aangelijnd. Gaan de koppen omhoog en draait de groep zich naar je toe, dan sta je al te dichtbij — dát is het signaal, niet het opvliegen zelf. Er is ook geen reden om dichterbij te willen: een telescoop overbrugt de afstand beter dan je benen, en een opgejaagde groep levert een slechtere foto op dan een rustige. Zie verder verantwoord spotten.

Wat er verandert, en wat we niet zeker weten
Het beeld van “steeds meer” klopt niet meer helemaal. Sovon constateerde in 2020 dat het aantal overwinteraars over zijn top heen is: na een piek van rond de 2,3 miljoen neemt “het verblijf van overwinterende ganzen in ons land voor het eerst sinds ongeveer een halve eeuw af”. Kolganzen, toendrarietganzen en kleine zwanen worden minder; nijlgans en grote Canadese gans juist meer.
Twee dingen spelen daarin. Het eerste is kortstoppen: de vogels blijven langer hangen in de Baltische staten, Polen en Duitsland, waar oogstresten op steeds grotere akkers genoeg voedsel opleveren om de reis te onderbreken. In 2019 zag Sovon halverwege oktober minder dan een derde van de gebruikelijke aantallen kolganzen en ongeveer de helft van de toendrarietganzen. Het tweede is broedsucces: de jongenpercentages liggen structureel lager dan voor 2005, met 2024 als scherp voorbeeld.
Wat we níet goed weten is hoe die twee zich tot elkaar verhouden, en of dit een verschuiving is of een afname. Een vogel die in Polen blijft is niet verdwenen; een vogel die niet geboren is wel. De landelijke tellingen meten hoeveel er hier staan, niet hoeveel er zijn. Dat is een reële onzekerheid en het is eerlijker die te noemen dan er een trend van te maken. Vergelijk het jaar op jaar en let vooral op de kleine rietgans en de kleine zwaan: die twee laten het duidelijkst zien dat een soort uit Nederland kan verdwijnen zonder dat het met de soort zelf slecht hoeft te gaan.
Veelgestelde vragen
Wanneer kun je het beste ganzen kijken in Nederland?
Van begin oktober tot in maart, met de grootste aantallen en de meeste soorten in november tot januari. Binnen de dag: het eerste uur na zonsopkomst en het laatste uur voor zonsondergang, wanneer de groepen tussen slaapplaats en graasland heen en weer vliegen.
Hoeveel ganzen overwinteren er in Nederland?
Ruim twee miljoen, volgens Sovon Vogelonderzoek Nederland — iets minder dan enkele jaren geleden. De drie talrijkste zijn brandgans (710.000–870.000), kolgans (820.000–990.000) en grauwe gans (550.000–670.000). In de zomer blijven er ruim 600.000 ganzen achter, waarvan driekwart grauwe gans.
Wat is het verschil tussen een kolgans en een grauwe gans?
De kolgans heeft een witte bles rond de snavelbasis, een roze snavel, oranje poten en onregelmatige zwarte dwarsstrepen op de buik. De grauwe gans is groter en bleker, heeft een oranjeroze snavel en roze poten, en mist bles en buikstrepen. In de vlucht heeft de grauwe gans opvallend lichtgrijze voorvleugels. Let op: jonge kolganzen missen de bles én de buikstrepen, en lijken daardoor sterk op een kleine grauwe gans.
Waar zie je de grootste groepen ganzen?
In het noorden (Lauwersmeer, Friesland, De Onlanden, Zuidlaardermeer), in het rivierengebied langs Waal, Rijn en IJssel, in Zeeland en Zuid-Holland, en in Flevoland bij de Oostvaardersplassen. Zoek naar een groot, ondiep, rustig water met open grasland eromheen.
Kun je zien of het een goed broedjaar was op de toendra?
Ja, aan het aandeel jonge vogels in de groep. Jonge kolganzen hebben een zwarte nagel op de snavelpunt en missen de zwarte buikbandering; jonge brandganzen hebben gevlekte flanken en missen de witte eindband op de rug. Tot ongeveer 2005 waren percentages van twintig procent of meer gewoon; in 2020 werd 17,3 procent geteld. Hoe slecht het kan gaan, liet 2024 zien: Sovon kwam toen uit op acht procent bij de kolgans en één à twee procent bij de brandgans en de rotgans, en noemde het broedseizoen mislukt.
Waarom worden er ganzen geschoten als ze beschermd zijn?
Ze zijn beschermd, maar provincies kunnen ontheffingen verlenen vanwege landbouwschade. Over 2025 keerde BIJ12 namens de provincies 92,2 miljoen euro aan faunaschade uit, waarvan ruim 46 miljoen op naam van de grauwe gans. Dat is grotendeels de hier broedende zomerpopulatie, niet de trekvogels die in oktober binnenkomen. Vogelbescherming pleit voor een winterrustperiode van 1 oktober tot 1 april; dat is een standpunt en geen landelijke regel.
Heb ik een telescoop nodig om ganzen te kijken?
Voor het spektakel niet: de ochtendvlucht is met het blote oog al indrukwekkend. Voor het determineren van soorten in een grote groep, en zeker voor het onderscheiden van jonge en volwassen vogels, is een telescoop wel het verschil. Groepen staan meestal honderden meters weg, en dat is met een verrekijker te ver.
Verder lezen bij de bron
- Sovon Vogelonderzoek Nederland — Aantallen ganzen: ruim twee miljoen overwinterende ganzen, ruim 600.000 in de zomer, trends per soort.
- Vogelbescherming Nederland — Kolgans: trekperiode, aantallen, kenmerken, geluid en waar te zien.
- Vogelbescherming Nederland — Kleine rietgans: Spitsbergen-herkomst, Zuidwest-Friesland, aantallen.
- Vogelbescherming Nederland — Toendrarietgans: trekperiode, aantallen, verschil met taigarietgans.
- Vogelbescherming Nederland — Grauwe gans: broedparen, overwinteraars, herstel vanuit de Oostvaardersplassen.
- Sovon — Brandgans, aantallen en trends: wintermaximum, doortrekpiek in maart, broedparen.
- Sovon — Kleine Zwaan, aantallen en trends: wintermaximum, piek in november, afname.
- Kees Koffijberg, “Zo tel je: jonge ganzen in de winter”, Sovon-Nieuws 2015-3: kenmerken van eerstejaars kolgans en brandgans.
- Sovon — Goed broedseizoen voor de Kolgans (10 november 2020): 17,3 procent eerstejaars, ruim 92.000 vogels op leeftijd gebracht.
- Kees Koffijberg (Sovon) — Mislukt broedseizoen arctische ganzen en zwanen (13 december 2024): acht procent jongen bij de kolgans, één à twee procent bij brand- en rotgans, meer dan 90.000 vogels op leeftijd gebracht.
- Kees Koffijberg (Sovon) — Ganzen vroeg terug van de toendra (24 september 2021): dertigduizend ganzen op twee dagen, rugwind, acht procent jongen.
- Kees Koffijberg (Sovon) — Arctische ganzen later terug, een nieuwe trend? (8 november 2019): kortstoppen in de Baltische staten en Duitsland.
- Sovon — Overwinterende ganzen over top heen (28 januari 2020): piek van 2,3 miljoen, eerste afname in een halve eeuw.
- Sovon — Sterke afname van Kleine Rietganzen door nieuwe trekstrategie (5 november 2015): van zestig procent van de wereldpopulatie naar minder dan vijf procent.
- Marcel Wortel (Sovon) — Brandgans blijft midwintervogel nummer één: de vaste top drie en 5,5 miljoen overwinterende watervogels.
- Vogelbescherming Nederland — Standpunt ganzen en smienten: winterrustperiode 1 oktober tot 1 april.
- Vogelbescherming Nederland — Verstoring: energieverlies door onnodig opvliegen.
- Jagersvereniging over de BIJ12-schadecijfers 2025 (17 juni 2026): 92,2 miljoen euro, verdeling over grauwe gans, brandgans en rietgans.
- Staatsbosbeheer — Vogels van het Lauwersmeer: ganzen bij zonsopkomst, kijkhutten.
- Trektellen.nl: dagelijkse telposttotalen om te zien of de trek op gang is.
Verder op deze site
- De soorten uit dit artikel: kolgans, brandgans, grauwe gans, toendrarietgans, taigarietgans, kleine rietgans, rotgans, kleine zwaan, smient, nijlgans en grote Canadese gans.
- Wanneer trekken de kraanvogels over Nederland? — de andere grote najaarsaankomst, met dezelfde windregel.
- Vogeltrek in september — wat er vóór de ganzen vertrekt en binnenkomt.
- Uilen horen in het najaar — de velduil, de ransuil, de kerkuil, de steenuil en de bosuil in dezelfde maanden.
- Mastjaar in het bos — wat er in oktober in het bos gebeurt terwijl de polders vollopen.
- Wildkalender oktober en wildkalender november — alles wat er deze twee maanden verder te zien is.
- De damhertbronst en de edelhertbronst — die lopen in oktober af terwijl de ganzen binnenkomen.
- Gebieden met slaapplaats en graasland naast elkaar: Lauwersmeer, De Onlanden en het Leekstermeer, de Biesbosch, de Oostvaardersplassen, Eemland, Dwingelderveld, Drents-Friese Wold en het Fochteloerveen.
- Zeearend, buizerd, torenvalk en vos — wat er boven en langs de ganzenvelden jaagt.
- Keep en lepelaar — de een komt in oktober aan, de ander vertrekt.
- Verantwoord spotten — afstand houden bij groepen die de winter door moeten.
Laatst gecontroleerd: 03-10-2026
Alle artikelen · Hoe wij aan onze informatie komen
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.