Zeehonden en bruinvissen kijken in de Oosterschelde

Erop uit · 22 oktober 2026 · 21 min lezen

Bij laagwater liggen de zeehonden op de zandplaten, en bij windstil weer zie je vanaf het havenhoofd van Zierikzee bruinvissen. Zo plan je een dag aan de Oosterschelde: plekken, getij, rondvaarten en prijzen, parkeren, overnachten en verantwoord kijken.

Er zijn maar weinig plekken in Nederland waar je vanaf een gewone havenkade een walvisachtige kunt zien. De Oosterschelde is er een van. Vanaf het havenhoofd van Zierikzee zie je bij kalm weer regelmatig de korte, rollende rug van een bruinvis boven water komen. Een paar kilometer verderop liggen bij laagwater de zeehonden op de zandplaten in de zon. Je kunt ze allebei op één dag zien, met de auto, zonder boot en zonder entree. En wil je dichterbij komen, dan vaart er van het voorjaar tot in de kerstvakantie een zeehondensafari.

Dit artikel is een dagplan. Het gaat over wat je ziet en hoe je de drie zeezoogdieren uit elkaar houdt, waarom de getijdentabel belangrijker is dan je wekker, welke plekken aan de kant het best werken, welke rondvaarten er zijn en wat ze kosten, waar je parkeert, waar je kunt overnachten en hoe je kijkt zonder de dieren te storen. Praktische gegevens zoals prijzen en vaardagen hebben we gecontroleerd op 19 oktober 2026. Die veranderen, dus kijk vóór vertrek altijd even bij de aanbieder zelf.

Wat je in de Oosterschelde kunt zien

De Oosterschelde is het grootste nationaal park van Nederland, en het grootste deel ervan is water. Dat water is zout en beweegt twee keer per dag in en uit door de Oosterscheldekering, die bij normaal weer openstaat. Daardoor vallen er bij elk laagwater uitgestrekte zandplaten, slikken en schorren droog. Op die platen rusten de zeehonden, en in de geulen ertussen jagen de bruinvissen.

Drie zeezoogdieren zijn hier vaste bewoners:

  • Gewone zeehond: de soort die je het vaakst ziet. Volgens Nationaal Park Oosterschelde leven er nu “zo’n 150 zeehonden in de Oosterschelde”, terwijl de soort hier in de jaren zeventig door jacht, vervuiling en verstoring vrijwel was verdwenen.
  • Grijze zeehond: groter en zeldzamer. Het nationaal park schrijft dat je “soms” een grijze zeehond ziet tussen de gewone. Op onze gebiedspagina staat hij daarom op “met geluk”.
  • Bruinvis: de enige walvisachtige die in Nederland algemeen voorkomt. In de Oosterschelde zie je hem vanaf de kant, mits het water rustig is.

Geen van de drie staat op de Lijst Kwetsbare Soorten van de NDFF. De plekken in dit artikel mogen dus gewoon bij naam genoemd worden. Dat betekent niet dat alles mag: de droogvallende platen zijn verboden terrein, en daar komen we verderop op terug.

Zeehond of bruinvis, gewoon of grijs: zo houd je ze uit elkaar

Op een zandplaat is een zeehond makkelijk te herkennen. In het water wordt het lastiger, want dan zie je van alle drie alleen een stukje kop of rug.

Gewone zeehond. Grijs met donkere vlekken, een ronde kop en een korte snuit. Op de plaat ligt hij vaak in de typische “bananenhouding”, met kop en achterflippers omhoog. In het water zie je een rond hoofdje met grote ogen, dat even rondkijkt en weer verdwijnt. De neusgaten staan in een V.

Grijze zeehond. Fors groter, met een lange, rechte kop die aan een paardenhoofd doet denken. De neusgaten staan bijna evenwijdig. Mannetjes worden meer dan twee meter lang en zijn donker; vrouwtjes zijn lichter en slanker. Op de plaat ligt hij volgens onze soortpagina vaak aan de rand van een groep gewone zeehonden, en omdat hij hogere delen van de plaat gebruikt, blijft hij langer liggen als het water opkomt.

Bruinvis. Je ziet nooit een kop, alleen een donkere rug met een klein driehoekig rugvinnetje. Die rug rolt één keer kort over het wateroppervlak en is weg. Hij springt niet en maakt nauwelijks golfslag. Het nationaal park beschrijft een volwassen dier als “ongeveer 1,5 meter lang” en 55 kilo zwaar, “van boven grijsachtig en van onder licht gekleurd”, levend in kleine groepen van drie à vier dieren. De naam klopt dus twee keer niet: een bruinvis is geen vis en ook niet bruin.

De vuistregel in het water: zie je een kop die rondkijkt, dan is het een zeehond. Zie je een rug met een vinnetje die in één beweging voorbijrolt, dan is het een bruinvis.

Bruinvis aan het wateroppervlak met de kleine driehoekige rugvin, zoals je hem ook in de Oosterschelde ziet
Een bruinvis komt boven om te ademen (gefotografeerd in de Saint Lawrence-rivier, Canada). Meer dan dit zie je meestal niet. Foto: 0x010C, CC BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)

Het getij bepaalt alles

De belangrijkste voorbereiding is niet je verrekijker maar de getijdentabel. Zeehonden rusten op de platen als die droogvallen, dus rond laagwater. Het nationaal park schrijft: “Je ziet ze met laag water, als ze liggen te zonnen op zandbanken.” Bij opkomend water glijden ze de platen af en zijn ze verspreid door het water, en dan zie je hooguit hier en daar een kop.

Laagwater valt niet elke dag op hetzelfde uur. Het getij schuift dagelijks op, en daarom varen de zeehondensafari’s niet op vaste tijden. Frisia Rondvaarten zegt het zelf: “Een safari is altijd getijde afhankelijk, we varen deze rond laag water.” Kijk dus eerst op getij.rws.nl van Rijkswaterstaat wanneer het laagwater is op de dag dat je wilt gaan, en plan de rest daaromheen.

Voor de bruinvis speelt het getij minder. Daar is iets anders doorslaggevend: de wind. Het nationaal park zegt het kort: “Zeker als er golven zijn, zijn ze lastig te spotten. Als het water spiegelglad is, heb je veel meer kans.” Een windstille ochtend is daarom goud waard. Vroege Vogels gaf daarnaast een minder voor de hand liggende tip: op een bewolkte dag steekt de donkere rug beter af tegen het water dan bij fel zonlicht met schittering.

De ideale dag is dus: weinig wind, liefst wat bewolking, en een laagwater halverwege de dag. Dan kijk je ’s ochtends op een havenhoofd naar bruinvissen, en ga je rond laagwater naar de zeehonden.

De beste periode door het jaar

Zeehonden en bruinvissen zijn hier het hele jaar. Wat verschilt is wat je erbij ziet en of er boten varen.

  • Februari tot april is volgens onze soortpagina de beste periode voor bruinvissen in de Oosterschelde. Het voorjaar heeft ook vaak windstille dagen. Frisia begint in de voorjaarsvakantie weer te varen.
  • Mei tot juli worden de jongen van de gewone zeehond geboren. Vroege Vogels meldde dat er bij de bruinvissen bij Zierikzee vanaf begin juni kans is op kalfjes.
  • Augustus is de maand van de verharing. Dan liggen gewone zeehonden het langst op de platen, en volgens onze soortpagina zie je in die maand de meeste dieren tegelijk.
  • Oktober en november zijn rustig en mooi. MS Onrust vaart tot en met 15 november; Frisia vaart door tot en met de kerstvakantie. De eerste grote groepen ganzen en steltlopers zijn er dan ook al.
  • December en januari is het geboorteseizoen van de grijze zeehond (dat loopt van november tot februari). Vanaf de kant blijft de Oosterschelde de hele winter een goede plek, en de vogelaantallen zijn dan het hoogst.

Er is geen slechte maand. Wil je beide soorten met een boottocht combineren, ga dan tussen de voorjaarsvakantie en half november. Wil je vooral bruinvissen zien, kies dan een windstille dag in februari, maart of april.

Zeehonden vanaf het water: de rondvaarten

Met een boot kom je het dichtst bij de zeehonden. De platen waar ze liggen zijn alleen vanaf het water te benaderen. Het nationaal park noemt twee favoriete rustplaatsen: “de Roggenplaat (in het westen van de Oosterschelde) en de Galgenplaat (ten oosten van de Zeelandbrug)”. Rondvaartboten nemen je daar volgens het park “het hele jaar door” mee naartoe, al verschilt per rederij wanneer en hoe vaak.

Frisia Rondvaarten (Sint-Annaland en Zierikzee)

Frisia is de rederij die de zeehondensafari het meest centraal zet. De tocht vertrekt vanuit Sint-Annaland (2 uur en 15 minuten) of vanuit Zierikzee (2 uur). Volgens de rederij is er een “grote kans om ook bruinvissen” te zien, met uitzicht op de Zeelandbrug. Er wordt gevaren “van Voorjaarsvakantie tot en met Kerstvakantie” volgens een schema dat met het getij meeschuift. Daarnaast kun je de boot zeven dagen per week afhuren voor een privésafari.

  • Prijs zeehondentocht (gecontroleerd 19-10-2026): vanaf 12 jaar € 19, kinderen van 3 tot en met 11 jaar € 15,50, tot en met 2 jaar gratis, hond € 3.
  • Reserveren kan volgens de rederij alleen online; telefonisch nemen ze geen boekingen aan.
  • Betalen aan boord: neem contant geld mee. De rederij waarschuwt dat de pinapparatuur op het water niet altijd goed werkt door de beperkte mobiele ontvangst.
  • Bar en keuken zijn tijdens de tochten open. Rolstoelplaats? Vermeld het bij het reserveren.

MS Onrust (Burghsluis)

De Onrust vertrekt uit de haven van Burghsluis, aan de zuidkust van Schouwen-Duiveland (Nieuwe Havenweg 5, 4328 NK Burghsluis). Dit is een algemenere natuurrondvaart met gids: zeehonden, bruinvissen, vogels en de Oosterscheldekering. De rederij onderscheidt in haar vaarschema een familierondvaart bij hoogwater en een bij laagwater. Voor de zeehonden kies je de laagwatervaart, want dan liggen ze op de platen.

  • Familierondvaart (1,5 uur): volwassenen € 22,50, kinderen € 17,50.
  • Natuurrondvaart (2,5 uur): volwassenen € 30, kinderen € 20.
  • Seizoen: de laatste afvaart van 2026 staat in het boekingssysteem op 15 november. Prijzen en schema gecontroleerd op 19-10-2026.
  • Volgens DagjeWeg is parkeren gratis en mag je hond mee.

Andere rederijen

Het magazine van Nationaal Park Oosterschelde (2026–2027) noemt nog meer aanbieders van rondvaarten waarop je bruinvissen en zeehonden kunt zien: Zwerver 3 en Medusa Maritiem (Tholen), Marstrand (Yerseke) en Goldies Travel (Wemeldinge). Van deze aanbieders hebben we de prijzen en vaardagen niet zelf nagelopen. Wil je vanuit de oostkant van de Oosterschelde vertrekken, dan zijn ze het bekijken waard.

Wat je van een safari mag verwachten

Een eerlijke kanttekening: een verantwoorde rederij vaart niet tot vlak naast de dieren. Het nationaal park vraagt van iedereen met een eigen boot om “minimaal 100 m afstand” te houden en stil te zijn. Je ziet de zeehonden dus goed, maar niet van een paar meter afstand. Een verrekijker maakt het verschil tussen “grijze vlekjes op het zand” en echt zien wat ze doen. Gaan de koppen omhoog en wordt de groep onrustig, dan is dat het teken om afstand te nemen. Een goede schipper doet dat dan ook, ook al betekent het dat je de dieren wat minder goed ziet.

Zeehonden op de Galgenplaat in de Oosterschelde met de Zeelandbrug op de achtergrond
Zeehonden op de Galgenplaat, ten oosten van de Zeelandbrug. Foto: Wilco Jacobusse, CC BY-SA 3.0 nl (Wikimedia Commons)

Zeehonden vanaf de kant

Je hoeft niet per se mee met een boot. Het nationaal park zegt het zo: “Ook vanaf de dijk of een strandje zijn ze soms te zien. Je moet een beetje meer geduld hebben en goed opletten.” Je ziet dan meestal geen groep op een plaat, maar losse dieren die met hun kop even boven water komen. Met een verrekijker lukt dat volgens het park vaak vanaf:

  • de haven van Zierikzee
  • het uitzichtpunt op de Plompe Toren
  • de haven van Burghsluis
  • de zuidkust van Schouwen
  • de kust van Noord-Beveland
  • de kust bij Wemeldinge
  • de zuidkust van Tholen

Wil je toch een groep op de plaat zien vanaf de kant? Dan heb je een telescoop nodig en een plek met zicht op een droogvallende plaat. Op afstand liggen zeehonden op een zandplaat als grijze, langwerpige stenen die af en toe bewegen. Zonder telescoop is dat vaak niet te onderscheiden. Een boottocht is hier echt de makkelijkere weg.

Bruinvissen vanaf de kant: waar je moet staan

Voor bruinvissen werkt het andersom: vanaf de kant is het een uitstekende optie, en je hebt geen boot nodig. Het nationaal park noemt dezelfde kustlijnen als bij de zeehonden, maar twee plekken springen eruit.

Havenhoofd Zierikzee

Dit is dé plek. Bij tellingen van Stichting Rugvin, samen met Nationaal Park Oosterschelde, werden daar volgens Vroege Vogels altijd bruinvissen gezien. Het havenhoofd ligt aan het eind van de lange haven van Zierikzee, met open zicht over het water richting de Zeelandbrug.

En er is hier iets bijzonders: Studio Bruinvis. Aan het eind van het havenhoofd staat een zuil die is aangesloten op een hydrofoon onder een boei voor de haven. Het nationaal park legt uit: “Met een druk op de knop hoor je de geluiden die de dieren uitzenden.” Bruinvissen vinden hun prooi en elkaar met klikgeluiden en echo’s. Je kunt ze dus horen, ook als je ze niet ziet.

Parkeren: volgens het nationaal park bij de Hoofdpoortstraat of aan de Havenweg. Van daar loop je langs de haven naar het havenhoofd.

Haven van Burghsluis

Het tweede vaste punt, en handig omdat hier ook MS Onrust vertrekt. Je kunt dus eerst vanaf de kade kijken en daarna mee met de boot. Vroege Vogels noemde naast Zierikzee ook de haven van Burghsluis, de haven van Kats (Noord-Beveland) en de Plompe Toren als plekken waar bruinvissen meestal te zien zijn.

Goese Sas en de overige kusten

Het nationaal park beschrijft ook de Goese Sas, bij de sluis van het havenkanaal van Goes, als bruinvisplek. Je kunt er “boven aan de dijk” parkeren. Verder noemt het park de zuidkust van Schouwen, de kust van Noord-Beveland, de kust bij Wemeldinge en de zuidkust van Tholen. Overal geldt hetzelfde: zoek een plek waar je hoog staat, met zicht over open water en een geul.

Het havenhoofd van Zierikzee aan de Oosterschelde, de beste plek om vanaf de kant bruinvissen te zien
Het havenhoofd van Zierikzee. Foto: LucT, CC BY-SA 3.0 (Wikimedia Commons)

Zo kijk je naar een bruinvis

Een bruinvis zien is vooral een kwestie van techniek en geduld. Vroege Vogels rekende op een uur of meer, en dat is een realistisch uitgangspunt. Wie na tien minuten weer in de auto stapt, ziet meestal niets.

  1. Kijk eerst met het blote oog. Een verrekijker heeft een te klein beeldveld om een rugvin te vinden die een seconde boven water is. Laat je ogen rustig over het water gaan, van links naar rechts en terug.
  2. Let op een donkere boog. Je zoekt een korte, rollende beweging, als een wiel dat even uit het water komt. Golfjes zijn wit of glinsterend; een bruinvisrug is donker en mat.
  3. Zie je er een, kijk dan op dezelfde plek. Bruinvissen komen meestal een paar keer achter elkaar boven om te ademen, en ze leven in kleine groepen. Waar er één was, komen er vaak meer.
  4. Dan pas de verrekijker. Richt op het punt waar hij boven kwam en wacht. Na een paar seconden tot een halve minuut komt hij vaak opnieuw op.
  5. Kijk ook naar meeuwen en sterns. Een groep vogels die boven één plek op het water duikt, wijst op vis aan de oppervlakte. Volgens het nationaal park eet de bruinvis vooral vette vis zoals ansjovis en jonge haring.

Onze soortpagina vat het samen in één zin: “Kijk goed: ze komen maar heel even boven water.” Vaak zie je een paar korte glimpen en daarna minutenlang niets. Dat is normaal.

Een dag plannen: twee routes

De Oosterschelde is groot. Wie alles in één dag wil zien, zit vooral in de auto. Kies daarom een kant. Hier zijn twee dagindelingen die we zelf zouden maken.

Route 1: Schouwen-Duiveland (westkant)

  1. Ochtend, bij weinig wind: havenhoofd Zierikzee voor bruinvissen. Neem de tijd: een uur, met een pauze bij Studio Bruinvis.
  2. Daarna: door naar Burghsluis, een kwartier tot twintig minuten rijden langs de zuidkust. Kijk ook hier vanaf de kade.
  3. Rond laagwater: mee met MS Onrust (laagwatervaart of natuurrondvaart), of met de Frisia-safari vanuit Zierikzee.
  4. Middag of eind van de dag: de Plompe Toren bij Koudekerke (Koudekerkseweg 12, Burgh-Haamstede), met eigen parkeerplaats en gratis toegang. Van boven kijk je uit over de Oosterschelde en de inlagen. In de winter grazen er volgens Op Schouwen-Duiveland duizenden ganzen op de graslanden eromheen.

Let op: over de openingstijden van de Plompe Toren zijn de bronnen het niet eens. Op Schouwen-Duiveland noemt dagelijks 9:00 tot 18:00 uur; het magazine van het nationaal park zegt van zonsopgang tot zonsondergang. Kom in de winter dus niet pas om half vijf.

Route 2: Tholen en de oostkant

  1. Rond laagwater: zeehondensafari van Frisia vanuit Sint-Annaland (Boulevard Mariteam). Deze tocht gaat richting de platen ten oosten van de Zeelandbrug.
  2. Daarvoor of daarna: de zuidkust van Tholen of de kust bij Wemeldinge voor bruinvissen vanaf de dijk.
  3. Erbij voor vogelaars: de Slikken van de Heen bij Sint Philipsland, met een kijkscherm- en een torenroute van Het Zeeuwse Landschap. Honden zijn daar niet toegestaan.

Beide routes werken het hele jaar. In november en december plan je ze strakker: de dagen zijn kort, en het laagwater valt niet altijd in het licht.

Hoe kom je er en waar parkeer je

De Oosterschelde ligt in Zeeland, tussen Schouwen-Duiveland in het noorden en Zuid- en Noord-Beveland in het zuiden. De Zeelandbrug verbindt Schouwen-Duiveland met Noord-Beveland en is volgens Frisia “de langste brug van Nederland”. Over de Oosterscheldekering (N57) rijd je langs de westkant via Neeltje Jans.

Met het openbaar vervoer is het lastiger: de plekken liggen verspreid en de bussen rijden er niet vaak. De auto of de fiets is hier het praktischst. Zierikzee is een goed beginpunt als je met de bus komt: de haven en het havenhoofd liggen op loopafstand van het centrum.

Parkeerplekken die de bronnen noemen:

  • Zierikzee, havenhoofd: Hoofdpoortstraat of Havenweg (Nationaal Park Oosterschelde).
  • Burghsluis: bij de haven; volgens DagjeWeg gratis voor gasten van MS Onrust.
  • Sint-Annaland, Frisia: gratis bij Boulevard Mariteam, en bij drukte op een groot terrein zo’n 100 meter verderop (DagjeWeg).
  • Goese Sas: boven aan de dijk (Nationaal Park Oosterschelde).
  • Plompe Toren: eigen parkeerplaats (Op Schouwen-Duiveland).
  • Neeltje Jans: parkeerplaats Faelweg, het startpunt van de wandelroute van 4 kilometer met het vrij toegankelijke kijkscherm (Het Zeeuwse Landschap).

Overnachten in de buurt

Wil je een weekend van de Oosterschelde maken, kies je slaapplek dan op basis van de kant die je wilt verkennen. Een paar overwegingen:

  • Zierikzee is de meest praktische uitvalsbasis voor wie bruinvissen wil zien. Je kunt ’s ochtends vóór het ontbijt naar het havenhoofd lopen, op het moment dat het vaak het rustigst is op het water. De stad zelf is historisch, met een oude haven en genoeg restaurants.
  • Burgh-Haamstede en omgeving liggen dicht bij Burghsluis en de Plompe Toren, en ook dicht bij de Noordzeekust. Handig als je de Oosterschelde wilt combineren met strand en duin.
  • Tholen en Sint-Annaland zijn rustiger en liggen goed voor de Frisia-safari en de oostkant van het park.

Ga je in het voorjaar of in een vakantieperiode, boek dan ruim van tevoren. De safari’s raken op mooie dagen vol, en Frisia geeft zelf aan dat het boekingssysteem stopt als een tocht vol zit.

Met kinderen

De Oosterschelde is een goede bestemming met kinderen, mits je de verwachtingen goed zet. Een bruinvis zien vraagt geduld, en een uur stilstaan op een havenhoofd is voor jonge kinderen lang. Een boottocht naar de zeehonden is dan een betere keuze. Beide rederijen hebben kindertarieven, en bij Frisia zijn kinderen tot en met 2 jaar gratis.

Een tip van het nationaal park zelf: de getijdenbakken. Aan de voet van de dijk liggen bakken die bij eb droogvallen en waar het water in blijft staan. Het park zegt: “waardoor je makkelijk een kijkje in de onderwaterwereld kunt nemen. Zonder nat te worden!” Ze liggen onder meer bij het Dijkhuisje in Wissenkerke (Noord-Beveland) en bij Gorishoek, waar je bij brasserie De Zeester kunt parkeren. Bij laagwater combineer je dat goed met de zeehonden: het is hetzelfde moment.

Op Neeltje Jans ligt bovendien een verhard rolstoelpad van ongeveer 500 meter langs het infoduin. Dat is ook prettig met een kinderwagen.

Zeehonden op een droogvallende zandplaat in de Oosterschelde bij laagwater
Zeehonden op een zandplaat in de Oosterschelde. Foto: Fabrizio Lecce (RESTORE4Cs), CC BY 4.0 (Wikimedia Commons)

Verantwoord kijken: de regels en waarom ze er zijn

De Oosterschelde is een Natura 2000-gebied, en de zeehonden en vogels gebruiken de platen om te rusten. Elke keer dat ze moeten opschrikken kost dat energie, en jonge zeehonden kunnen hun moeder kwijtraken als een groep in paniek het water in gaat.

  • De droogvallende slikken, platen, schorren en strekdammen mag je niet betreden. Dat staat zo op onze gebiedspagina, op gezag van de beheerders. Kijk vanaf de dijk, de kade of de boot.
  • Afstand op het water: minimaal 100 meter van zeehonden, en stil zijn. Dat vraagt het nationaal park van iedereen met een eigen boot, kano of sup. Kijk ook op de zeekaart waar je wel en niet mag varen of ankeren.
  • Afstand vanaf land: houd minstens enkele honderden meters afstand van ligplaatsen van zeehonden. Met een verrekijker of telescoop is dat geen bezwaar.
  • Geen drone. Volgens onze gebiedspagina is dat in het Natura 2000-gebied en vrijwel het hele park verboden. Een drone boven een zeehondenplaat jaagt de hele groep het water in.
  • Honden aan de lijn, zeker langs schorren en inlagen waar vogels rusten en broeden. Op de routes bij de Slikken van de Heen zijn honden helemaal niet toegestaan.
  • Zie je een jonge zeehond alleen op het strand, loop er dan niet naartoe en raak hem niet aan. Een moeder laat haar jong soms even achter om te jagen. Houd afstand, houd honden weg en laat het dier met rust.

Meer over afstand houden en wat er gebeurt als dieren opschrikken lees je bij verantwoord spotten.

Wat je er verder ziet

Kom je voor de zeezoogdieren, dan zie je onvermijdelijk ook veel vogels. Op onze gebiedspagina staan tientallen soorten wad- en watervogels, en juist rond laagwater is het druk op de slikken.

  • Steenloper: het hele jaar op dijkglooiingen, pieren en havenkades, en weinig schuw. Op de havenhoofden waar je naar bruinvissen kijkt, loopt hij vaak vlak voor je voeten.
  • Wulp: het klagende geroep boven de slikken is het geluid van de Zeeuwse winter.
  • Bonte strandloper: van september tot april in zwermen die rond opkomend tij laag over het water scheren.
  • Kanoet: van augustus tot mei, met de Roggenplaat als belangrijke foerageerplaat. Dezelfde plaat waar de zeehonden liggen.
  • Rotgans, brandgans en kolgans: in het winterhalfjaar op de schorren en graslanden. Meer daarover in ons artikel over ganzen kijken.
  • Eider: zwart-witte zee-eenden die in groepen op het water dobberen, vooral in de winter.

Een vogelkijkhut die het bezoeken waard is, is de Inlaag Keihoogte bij Wissenkerke (vrij toegankelijk, Het Zeeuwse Landschap). Die werkt juist het best bij hoogwater, wanneer de steltlopers van de slikken worden gedrukt en dicht bij de hut komen rusten. Dat maakt hem een goede aanvulling: zeehonden bij laagwater, vogels bij hoogwater, en je dag is gevuld.

Wat we niet zeker weten

Twee dingen zijn minder zeker dan de folders suggereren, en het is eerlijker dat te noemen.

Hoeveel bruinvissen er in de Oosterschelde zitten. De bekendste telling is oud. In september 2009 telde Stichting Rugvin met acht boten tegelijk 37 bruinvissen, waaronder vijf kalfjes; in mei 2010, bij meer wind, waren het er 15. Dat schreef Vroege Vogels in 2010. Recentere tellingen hebben we niet gevonden. Wel is duidelijk dat de dieren hier het hele jaar zitten en zich hier voortplanten. Hoe ze binnenkomen en of ze vrij heen en weer zwemmen door de Oosterscheldekering, was in die tijd ook nog een open vraag.

Hoe het met de gewone zeehond gaat. Rond de 150 dieren in de Oosterschelde klinkt stabiel. Volgens de cijfers op onze soortpagina daalt het aantal gewone zeehonden in de Nederlandse wateren sinds 2020 echter met zo’n vier tot vijf procent per jaar, en in het Deltagebied werden er in 2023 1.738 geteld. Wat dat precies voor de Oosterschelde betekent, kunnen we niet zeggen. De grijze zeehond neemt in de Waddenzee juist toe.

Voor een bezoek maakt dat weinig uit: de kans om ze te zien is groot. Maar het is een reden om de regels hierboven serieus te nemen.

Veelgestelde vragen

Waar zie je zeehonden in de Oosterschelde?

Op de droogvallende zandplaten, vooral de Roggenplaat in het westen en de Galgenplaat ten oosten van de Zeelandbrug. Die bereik je alleen met een rondvaartboot. Vanaf de kant zie je soms losse dieren met hun kop boven water, onder meer vanaf de haven van Zierikzee, de haven van Burghsluis, de Plompe Toren en de zuidkust van Tholen.

Wanneer is de beste tijd om zeehonden te zien?

Rond laagwater, als de platen droogvallen en de dieren erop rusten. Dat moment verschuift elke dag, dus kijk vooraf op de getijdentabel van Rijkswaterstaat. Zeehonden zijn hier het hele jaar; in augustus liggen er tijdens de verharing de meeste dieren tegelijk op de platen.

Waar zie je bruinvissen vanaf de kant?

Op het havenhoofd van Zierikzee, de beste plek, en verder bij de haven van Burghsluis, de Goese Sas, de haven van Kats, de kust van Noord-Beveland, de kust bij Wemeldinge en de zuidkust van Tholen. Kies een windstille dag: bij golven zie je de kleine rugvin vrijwel niet.

Wat kost een zeehondensafari op de Oosterschelde?

Bij Frisia Rondvaarten kost de zeehondentocht € 19 vanaf 12 jaar en € 15,50 voor kinderen van 3 tot en met 11 jaar. Bij MS Onrust kost de familierondvaart van 1,5 uur € 22,50 voor volwassenen en € 17,50 voor kinderen, en de natuurrondvaart van 2,5 uur € 30 en € 20. Prijzen gecontroleerd op 19 oktober 2026.

Varen de zeehondensafari’s ook in de winter?

Frisia vaart van de voorjaarsvakantie tot en met de kerstvakantie. MS Onrust vaart in 2026 tot en met 15 november. Van januari tot de voorjaarsvakantie ben je aangewezen op kijken vanaf de kant. Dat werkt voor bruinvissen goed, maar voor groepen zeehonden op de platen heb je dan een telescoop nodig.

Wat is het verschil tussen een zeehond en een bruinvis in het water?

Een zeehond steekt zijn ronde kop boven water en kijkt rond. Van een bruinvis zie je nooit de kop, alleen een donkere rug met een klein driehoekig rugvinnetje, die in één rollende beweging voorbijkomt en weer verdwijnt.

Kun je bruinvissen in Zierikzee ook horen?

Ja. Aan het eind van het havenhoofd staat Studio Bruinvis, een zuil die is aangesloten op een hydrofoon onder een boei voor de haven. Met een druk op de knop hoor je de klikgeluiden van bruinvissen die in de buurt zwemmen.

Mag je op de zandplaten lopen?

Nee. De droogvallende slikken, platen, schorren en strekdammen in de Oosterschelde zijn niet toegankelijk. Het zijn de rustplaatsen van zeehonden en vogels. Kijk vanaf de dijk, de kade of een rondvaartboot.

Verder lezen bij de bron

Verder op deze site

Bronnen: Nationaal Park Oosterschelde, Op zeehondensafari: zeehonden en bruinvissen spotten, geraadpleegd 19-10-2026; Nationaal Park Oosterschelde, Bruinvissen spotten: Goese Sas, geraadpleegd 19-10-2026; Nationaal Park Oosterschelde, Magazine 2026-2027, geraadpleegd 19-10-2026; Frisia Rondvaarten, zeehondensafari en prijzen, geraadpleegd 19-10-2026; MS Onrust, rondvaarten en vaarschema, geraadpleegd 19-10-2026; DagjeWeg, Passagiersschip De Onrust en Zeehondensafari vanuit Sint-Annaland, geraadpleegd 19-10-2026; Vroege Vogels, Zierikzee hotspot voor bruinvissen (2012) en De bruinvis is terug in de Oosterschelde (2010), geraadpleegd 19-10-2026; Op Schouwen-Duiveland, Plompe Toren, geraadpleegd 19-10-2026; Rijkswaterstaat, getij.rws.nl, geraadpleegd 19-10-2026
Laatst gecontroleerd: 19-10-2026

Alle artikelen · Hoe wij aan onze informatie komen

De seizoensmail

Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.

Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.