Franjestaart spotten in Nederland
Met geluk 🦇 Zoogdier (vleermuis) Kwetsbare soort · R2
🛡️ Bewust geen exacte vindplaatsen
Dit is een kwetsbare soort. Wij tonen bewust geen verblijfplaatsen zoals burchten, holen of winterverblijven, en geen foto's waarop zo'n plek herkenbaar is. Waarom we dat doen.
Waar en wanneer zie je een franjestaart in Nederland? Deze soort is met wat geluk te zien, van april tot en met oktober.
Hoe herken je een franjestaart?
Middelgrote vleermuis met relatief brede vleugels en een duidelijk kleurverschil tussen de witgrijze buik en de grijsbruine rug. De lange, licht doorschijnende oren buigen aan het uiteinde omhoog, als een schoenlepel. Het beslissende kenmerk is de rij stijve, kromme borstelharen op de onderrand van het staartvlies — de franje waaraan hij zijn naam dankt. Kop-romp 40 tot 50 millimeter, 5 tot 12 gram, spanwijdte 23 tot 28 centimeter, onderarm 36,5 tot 44 millimeter.
Welk spoor laat een franjestaart achter?
Keutels: diameter tot 2,5 mm, lengte 5 tot 13 mm. Dit is in de praktijk het enige spoor dat een vleermuis achterlaat, en op soort te brengen zijn ze niet: Zodion noemt vleermuiskeutels zeer moeilijk op naam te brengen. Omdat vleermuizen uitsluitend insecten eten, bestaan de keutels geheel uit insectenresten en niet uit plantenmateriaal, en daaraan onderscheid je ze van muizenkeutels van hetzelfde formaat. Wie wil weten welke soort er vliegt, komt verder met geluid dan met sporen.
Waar zie je deze soort in Nederland?
Concentraties in de bosgebieden van Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord-Brabant. In Limburg rond de mergelgroeven, en in het westen via de duingebieden van Holland en Zeeland.
📍 Nationaal Park De Hoge Veluwe
aanwezigheid gemeld📍 Nationaal Park Veluwezoom
aanwezigheid gemeld📍 Nationaal Park Weerribben-Wieden
aanwezigheid gemeld📍 Nationaal Park Zuid-Kennemerland
aanwezigheid gemeld📍 Amsterdamse Waterleidingduinen
aanwezigheid gemeld📍 Nationaal Park Sallandse Heuvelrug
aanwezigheid gemeld📍 Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug
aanwezigheid gemeld📍 Sint-Pietersberg / Zuid-Limburg
aanwezigheid gemeld📍 Kroondomein Het Loo
aanwezigheid gemeld📍 Deelerwoude
aanwezigheid gemeld📍 Onlanden / Leekstermeer
aanwezigheid gemeld📍 Planken Wambuis
aanwezigheid gemeldDeze koppelingen komen rechtstreeks uit de database — per gebied met de kans, de bron en het bewijsniveau.
Wanneer is de beste tijd?
Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.
Beste periode: April tot oktober actief; daarna winterslaap in ondergrondse ruimten.
Beste tijdstip: Vanaf schemering, in besloten bos.
Recente waarnemingen
👁️ Waar is deze soort recent gezien?
Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.
Actuele waarnemingen op Waarneming.nl →
Let op: bij kwetsbare soorten worden waarnemingen door de bron al vervaagd of afgeschermd. Wij nemen geen exacte locaties over.
Zo vergroot je je kans
- Zorg dat je de wind in je gezicht hebt — de meeste zoogdieren ruiken je eerder dan ze je zien.
- Kom vóór zonsopkomst aan en blijf zitten in plaats van rondlopen.
- Draag gedempte kleuren, gebruik geen parfum en zet je telefoon op stil.
- Heb geduld: reken op meerdere bezoeken voordat het lukt.
🎒 Wat je hiervoor nodig hebt
Batdetector. Zijn zeer zachte, korte roepjes vragen een gevoelige detector en een rustige omgeving.
Fotograferen
Zoek hem in besloten bos, niet in het open veld: hij vliegt langzaam en wendbaar tussen takken door. Dat langzame vliegen maakt hem juist relatief goed te volgen.
🌿 Verantwoord spotten
Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt. Dit is een kwetsbare soort. Wij tonen bewust geen verblijfplaatsen zoals burchten, holen of winterverblijven, en geen foto's waarop zo'n plek herkenbaar is.
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-08
Veelgestelde vragen
Waar dankt de franjestaart zijn naam aan?
Aan een rij stijve, kromme borstelharen op de onderrand van het staartvlies. Die franje is uniek onder de Nederlandse vleermuizen en is het beslissende kenmerk. Daarnaast valt het scherpe kleurverschil op tussen de witgrijze buik en de grijsbruine rug, en de lange, licht doorschijnende oren die aan het uiteinde omhoog buigen — een beetje als een schoenlepel. Ook het S-vormige spoorbeen is een determinatiekenmerk.
Hoe jaagt de franjestaart?
Door prooien van oppervlakken te plukken. Anders dan de meeste vleermuizen vangt hij zijn voedsel niet in de lucht, maar pikt hij het van bladeren, boomstammen, gras, de bodem en muren. Daarvoor vliegt hij zeer langzaam en wendbaar, tussen boomkronen en takken door. Het meest opmerkelijke: hij kan spinnen met zijn achterpoten uit het web plukken zónder daarbij zelf het web te raken.
Wat eet hij?
Vooral niet-vliegende insecten: vliegen, spinnen, hooiwagens, kevers en andere geleedpotigen kleiner dan twee centimeter. Dat past bij zijn jachttechniek — wie prooien van bladeren plukt, hoeft geen vliegende insecten te vangen. Daardoor kan hij ook jagen op momenten en plekken waar weinig vliegt, bijvoorbeeld in koele nachten of in besloten bos.
Waar leeft hij?
In bosrijke gebieden met water. De Nederlandse concentraties liggen in de bosgebieden van Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord-Brabant; in Limburg rond de mergelgroeven en in het westen via de duinen van Holland en Zeeland. Kraamkolonies van gemiddeld twintig tot tachtig dieren zitten in bomen, gebouwen en kasten, en verplaatsen zich regelmatig tussen meerdere locaties. In de winter zit hij ondergronds: groeven, forten, ijskelders en bunkers.
Waarom noemen jullie geen verblijfplaatsen?
Omdat de NDFF de paar- en winterverblijfplaatsen van deze soort vervaagt tot 5 bij 5 kilometer. Bij vleermuizen is dat geen formaliteit: een gewekt dier in winterslaap verbruikt reserves die het niet kan aanvullen, en kraamkolonies verlaten bij verstoring soms de hele locatie. De soort zelf en het gebied mogen wij gewoon beschrijven — de franjestaart doet het in Nederland overigens goed, met een gunstige Staat van Instandhouding.
Gegevens over voorkomen komen uit de NDFF en van Zodion, de Zodion (Zoogdiervereniging). Deze soort staat op de NDFF Lijst Kwetsbare Soorten voor verblijfplaatsen; daarom noemen wij nooit de locatie van een kraam-, paar- of winterverblijf. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.