Baardvleermuis spotten in Nederland
Zeldzaam 🦇 Zoogdier (vleermuis) Kwetsbare soort · R2
🛡️ Bewust geen exacte vindplaatsen
Dit is een kwetsbare soort. Wij tonen bewust geen verblijfplaatsen zoals burchten, holen of winterverblijven, en geen foto's waarop zo'n plek herkenbaar is. Waarom we dat doen.
Waar en wanneer zie je een baardvleermuis in Nederland? Deze soort is zelden te zien, van april tot en met oktober.
Hoe herken je een baardvleermuis?
Kleine vleermuis met lichte, grijzige buikvacht en een donkerbruine tot geelbruine rugvacht. De korte, donkerbruine oren lopen spits toe; de tragus reikt tot ongeveer halverwege het oor. Kop-romp tot 48 millimeter, 4 tot 8 gram, spanwijdte 19 tot 22,5 centimeter, onderarm 32 tot 36,5 millimeter.
Welk spoor laat een baardvleermuis achter?
Keutels: diameter tot ruim 2 mm, lengte 5 tot 10 mm, ongeveer zo groot als die van de gewone en de ruige dwergvleermuis. Dit is in de praktijk het enige spoor dat een vleermuis achterlaat, en op soort te brengen zijn ze niet: Zodion noemt vleermuiskeutels zeer moeilijk op naam te brengen. Omdat vleermuizen uitsluitend insecten eten, bestaan de keutels geheel uit insectenresten en niet uit plantenmateriaal, en daaraan onderscheid je ze van muizenkeutels van hetzelfde formaat. Wie wil weten welke soort er vliegt, komt verder met geluid dan met sporen.
Waar zie je deze soort in Nederland?
Komt in heel Nederland voor maar is in de zomer over het algemeen zeldzaam. In de winter is hij vrijwel overal aangetroffen, in vrij grote aantallen. Plaatselijk is er afname: in Kamp Westerbork daalden de aantallen van ruim duizend in 2012 naar enkele tientallen.
📍 Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug
aanwezigheid gemeld📍 Sint-Pietersberg / Zuid-Limburg
aanwezigheid gemeld📍 Onlanden / Leekstermeer
aanwezigheid gemeld📍 Zwin / Zeeuws-Vlaanderen
aanwezigheid gemeldDeze koppelingen komen rechtstreeks uit de database — per gebied met de kans, de bron en het bewijsniveau.
Wanneer is de beste tijd?
Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.
Beste periode: April tot oktober actief; van oktober tot maart in winterslaap in ondergrondse ruimten.
Beste tijdstip: Ongeveer een half uur na zonsondergang.
Recente waarnemingen
👁️ Waar is deze soort recent gezien?
Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.
Actuele waarnemingen op Waarneming.nl →
Let op: bij kwetsbare soorten worden waarnemingen door de bron al vervaagd of afgeschermd. Wij nemen geen exacte locaties over.
Zo vergroot je je kans
- Zorg dat je de wind in je gezicht hebt — de meeste zoogdieren ruiken je eerder dan ze je zien.
- Kom vóór zonsopkomst aan en blijf zitten in plaats van rondlopen.
- Draag gedempte kleuren, gebruik geen parfum en zet je telefoon op stil.
- Heb geduld: reken op meerdere bezoeken voordat het lukt.
🎒 Wat je hiervoor nodig hebt
Batdetector. Zicht alleen volstaat bij deze soort niet, en zelfs de detector geeft geen zekerheid.
Fotograferen
Verstoor nooit een overwinterend dier. Een baardvleermuis die in winterslaap in een groeve of kelder hangt, wordt door licht en warmte gewekt en verbruikt dan reserves die hij niet kan missen. Fotografeer alleen vanaf afstand en zonder flits.
🌿 Verantwoord spotten
Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt. Dit is een kwetsbare soort. Wij tonen bewust geen verblijfplaatsen zoals burchten, holen of winterverblijven, en geen foto's waarop zo'n plek herkenbaar is.
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-08
Veelgestelde vragen
Hoe herken je een baardvleermuis?
Aan zijn formaat en de donkere oren. Het is een kleine vleermuis met een lichte, grijzige buik en een donkerbruine tot geelbruine rug. De korte, donkerbruine oren lopen spits toe en de tragus — het huidlapje in het oor — reikt tot ongeveer halverwege. Kop-romp tot 48 millimeter en 4 tot 8 gram; onderarm 32 tot 36,5 millimeter.
Wat is het verschil met Brandts vleermuis?
Eerlijk gezegd: dat is in het veld niet te maken. De twee zijn bij zichtwaarnemingen én met de batdetector niet of zeer moeilijk van elkaar te onderscheiden. Alleen gebitskenmerken geven zekerheid, en bij mannetjes de vorm van de penis. Ze zijn dan ook lange tijd als één soort beschouwd en pas na 1970 in Europa uit elkaar gehaald. In waarnemingsdatabases bestaat daarom de categorie “baardvleermuis/Brandts vleermuis” — dat is geen slordigheid maar eerlijkheid.
Waar jaagt de baardvleermuis?
In bossen, langs bosranden en in besloten, kleinschalige landschappen. Hij jaagt vooral boven paden, beken en langs houtwallen, en gebruikt meer dan andere soorten ook naaldbos. Hij verlaat zijn verblijfplaats gemiddeld dertig minuten na zonsondergang en blijft binnen één tot drie kilometer. Kenmerkend is dat hij insecten uit de lucht vangt zonder veel van zijn vliegbaan af te wijken — hij vliegt langs lijnvormige structuren en pikt onderweg prooien op.
Waar overwintert hij?
Vooral in ondergrondse ruimten: mergelgroeven, bunkers, forten, vestingwerken, oude steenfabrieken, ijskelders en kelders. Dat verklaart een opvallende tegenstelling — in de zomer is de soort zeldzaam en verspreid, in de winter wordt hij vrijwel overal in Nederland aangetroffen en soms in vrij grote aantallen. In de zomer zitten de kraamkolonies van tien tot honderd dieren in bomen, kasten, zolders en gevelbetimmeringen.
Waarom noemen jullie geen verblijfplaatsen?
Omdat de NDFF de paar- en winterverblijfplaatsen van deze soort vervaagt tot 5 bij 5 kilometer. Winterverblijven zijn extreem gevoelig: een overwinterende vleermuis die wordt gewekt verbruikt reserves die hij niet kan aanvullen, en herhaalde verstoring kost dieren het leven. De achteruitgang in Kamp Westerbork — van ruim duizend dieren in 2012 naar enkele tientallen — laat zien hoe snel het mis kan gaan. Wij noemen dus geen groeves, forten of kelders bij naam.
Gegevens over voorkomen komen uit de NDFF en van Zodion, de Zodion (Zoogdiervereniging). Deze soort staat op de NDFF Lijst Kwetsbare Soorten voor verblijfplaatsen; daarom noemen wij nooit de locatie van een kraam-, paar- of winterverblijf. Zie ook onze verantwoording.