Kleine weerschijnvlinder spotten in Nederland
Zeer zeldzaam 🦋 Vlinder
Waar en wanneer zie je een kleine weerschijnvlinder in Nederland? Deze soort is zeer zelden te zien, van juni tot en met juli.
Hoe herken je een kleine weerschijnvlinder?
Voorvleugellengte 28 tot 35 millimeter. Het mannetje heeft een blauwpaarse glans op de vleugelbovenkant die het vrouwtje mist; dat is bruin. Beslissend is een opvallende zwarte oogvlek met een oranje rand op de voorvleugel, bij de achterrand. De rups wordt 50 millimeter, is groen met twee rood en gele lengtestrepen en een gespleten staart.
Waar zie je deze soort in Nederland?
Onregelmatige standvlinder zonder vaste populatie. Eerste waarneming in 1926 bij Gronsveld in Limburg, daar tot 1940 regelmatig gezien. Recent: 2011 in de ENCI-groeve bij Maastricht, 2021 bij Slenaken en in 2024 een rupsenvondst bij Epen.
Leefgebied: Loofbossen met ratelpopulier op vrij voedselrijke grond, en rivieroevers.
Dit is een algemene, wijdverspreide soort: je kunt hem op veel meer plekken tegenkomen dan de gebieden hieronder. Zie die lijst als een startpunt, niet als een volledige opsomming.
📍 Nationaal Park Zuid-Limburg (i.o.)
aanwezigheid gemeld📍 Sint-Pietersberg / Zuid-Limburg
aanwezigheid gemeldDeze koppelingen komen rechtstreeks uit de database — per gebied met de kans, de bron en het bewijsniveau.
Wanneer is de beste tijd?
Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.
Beste periode: Eind juni tot eind juli, in één generatie.
Beste tijdstip: Zonnige uren midden op de dag.
Recente waarnemingen
👁️ Waar is deze soort recent gezien?
Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.
Zo vergroot je je kans
- Ga op een warme, windstille dag tussen een uur of tien en vier — dan zijn ze actief.
- Zoek de plek op, niet het dier: bloemrijke randen bij vlinders, oevers en open water bij libellen.
- Beweeg langzaam en houd je schaduw van het dier af; die valt eerder op dan jijzelf.
- Vroeg in de ochtend zitten ze nog koud en stil op een blad — dan kun je het dichtst naderen.
🎒 Wat je hiervoor nodig hebt
Verrekijker. Hij verblijft vooral hoog in de bomen en komt alleen naar beneden voor vocht.
Fotograferen
Zoek op de grond, niet in de boom: hij daalt af naar vochtige plekken, modderplassen en zelfs zoutafzetting langs paden. Daar zit hij lang stil met de vleugels open en zie je de paarse weerschijn oplichten.
🌿 Verantwoord spotten
Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt.
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-08
Veelgestelde vragen
Hoe herken je een kleine weerschijnvlinder?
Aan de oogvlek met oranje rand. Op de voorvleugel, bij de achterrand, staat een opvallende zwarte oogvlek met een duidelijke oranje ring eromheen. Het mannetje heeft daarnaast een blauwpaarse glans over de vleugelbovenkant; het vrouwtje is bruin en mist die glans. Voorvleugellengte 28 tot 35 millimeter.
Wat is het verschil met de grote weerschijnvlinder?
Die oranje ring. De grote weerschijnvlinder heeft geen opvallende oogvlek met oranje rand, maar slechts een onopvallende donkere vlek op dezelfde plek. Beide soorten hebben de beroemde paarse weerschijn bij het mannetje, dus dáár kom je er niet uit. Kijk naar de voorvleugel: een scherp afgetekende oogvlek met oranje ring betekent de kleine.
Wat is die weerschijn precies?
Een structuurkleur, geen pigment. De blauwpaarse glans ontstaat doordat microscopisch fijne ribbels op de vleugelschubben licht breken, net als bij een olievlek of een zeepbel. Daardoor licht de kleur alleen op onder de juiste hoek: draait de vlinder een paar graden, dan is hij opeens gewoon bruin. Voor een foto betekent dat: de zon moet achter je staan en de vlinder moet net goed zitten. Vrouwtjes hebben die schubben niet.
Waar leeft de rups van?
Van diverse wilgen, waaronder schietwilg en boswilg, en soms van ratelpopulier of zwarte populier. Dat past bij het leefgebied: loofbossen met ratelpopulier op vrij voedselrijke grond, en rivieroevers waar wilgen staan. De rups is opvallend — tot vijf centimeter, groen met twee rood en gele lengtestrepen en een gespleten staart — en dat was in 2024 bij Epen dan ook de manier waarop de soort werd vastgesteld.
Komt hij in Nederland voor?
Niet als vaste soort. Hij geldt als onregelmatige standvlinder zonder Nederlandse populatie. De eerste waarneming stamt uit 1926 bij Gronsveld in Limburg, waar hij tot 1940 regelmatig werd gezien. Recent zijn er drie meldingen: 2011 in de ENCI-groeve bij Maastricht, 2021 bij Slenaken en in 2024 een rupsenvondst bij Epen. De dichtstbijzijnde stabiele populaties zitten in de Belgische Ardennen, dus vestiging in Zuid-Limburg is niet uitgesloten. Elke waarneming is daarom het melden waard — een mannetje is bovendien te lokken met oude, stinkende kaas.
Gegevens over voorkomen komen uit de NDFF en van De Vlinderstichting. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.