Vanaf eind september vormen spreeuwen boven hun slaapplaatsen de draaiende zwermen die spreeuwenwolken heten. Dit artikel legt uit in welke maanden de aantallen het hoogst zijn, hoe laat je er precies moet staan (reken terug vanaf zonsondergang; een zwerm duurt gemiddeld 26 minuten), en waar je moet zoeken: zeventig procent van de grote slaapplaatsen ligt in riet. Ook: hoeveel vogels er werkelijk in zo'n zwerm zitten, waarom niemand zeker weet waarom ze het doen, en hoe tienduizenden vogels tegelijk kunnen draaien zonder leider — elke spreeuw houdt er maar zeven buren op na.
Een spreeuwenwolk is een van de weinige natuurverschijnselen in Nederland waar je niet ver voor hoeft te reizen en waar je toch met open mond naar staat te kijken. Tienduizenden vogels draaien tegelijk, klappen samen tot een donkere bal, rekken zich uit tot een lint en storten dan in één keer het riet in. Het duurt een minuut of twintig, vlak voor het donker wordt, en het seizoen komt er nu aan. Hieronder: waar je moet zijn, hoe laat je er moet staan, en wat er in zo’n zwerm gebeurt — want daarover is de laatste vijftien jaar veel meer bekend geworden dan mensen denken.


Wat is een spreeuwenwolk eigenlijk?
Een spreeuwenwolk is geen trekverschijnsel en geen paringsdans. Het is wat er gebeurt in het laatste half uur voordat spreeuwen gaan slapen. Overdag zwerven ze in kleinere groepen over weilanden, akkers en stadsparken. Vogelbescherming Nederland: “Aan het eind van de dag zoeken al die kleine clubjes spreeuwen elkaar op.” Ze komen samen boven een vaste slaapplaats, en pas als er genoeg vogels zijn ontstaat het draaiende, golvende geheel dat in het Engels een murmuration heet.
Dat onderscheid is praktisch van belang: je kijkt niet naar vogels die ergens heen gaan, maar naar vogels die er al zijn en staan te wachten. Het speelt zich daardoor op één vaste plek af, avond na avond. Vogelbescherming: “De slaapplaatsen van spreeuwen worden soms jarenlang gebruikt.” Vind je er één, dan heb je hem voor het hele seizoen.
De spreeuw zelf is negentien tot tweeëntwintig centimeter, in de winter zwart met een paarsgroene glans en witte spikkels. Op afstand, tegen een lichte avondlucht, zie je van die kleuren niets. Dan is elke spreeuw een stip — en dat is precies waarom de zwerm werkt zoals hij werkt.
Wanneer je de grootste kans hebt op een spreeuwenwolk
Het seizoen loopt ruwweg van eind september tot in maart, met het zwaartepunt in het najaar en de vroege winter. Het beste Nederlandse ijkpunt is de landelijke slaapplaatstelling die Sovon in het Jaar van de Spreeuw organiseerde: die werd bewust in het weekend van 25 en 26 oktober 2014 gehouden, omdat de aantallen dan op hun hoogst zijn. Een Brits onderzoek met burgerwaarnemingen, in 2017 gepubliceerd in PLOS ONE, vond hetzelfde patroon: de aantallen piekten “significantly from October to early February”, gevolgd door een afname tot eind maart.
- Eind september tot half oktober: de zwermen bouwen op. Kleiner, maar de avonden zijn aangenamer en het licht is langer bruikbaar.
- Half oktober tot begin februari: de piek, en de grootste kans op indrukwekkende aantallen.
- Februari en maart: het loopt af. De zwermen worden kleiner, maar duren volgens datzelfde onderzoek juist weer wat langer — net als aan het begin van het seizoen.
Weer maakt minder uit dan mensen denken. Windstil en droog kijkt prettiger, maar wind maakt de zwerm juist onrustiger en soms spectaculairder. Alleen bij zware regen gaan de vogels snel en zonder omhaal het riet in.
Het juiste tijdstip: reken terug vanaf zonsondergang
Hier gaan de meeste eerste pogingen mis: mensen komen om zeven uur aan omdat dat een normale tijd lijkt, en zijn een uur te vroeg of twintig minuten te laat. De regel is simpel: reken terug vanaf zonsondergang. Sovon laat tellers “een uur voor zonsondergang” beginnen; Natuurmonumenten beschrijft het schouwspel als iets dat “kort voor zonsondergang” plaatsvindt en ongeveer een half uur duurt. Het Britse onderzoek geeft er een getal bij: gemiddeld 26 minuten. Dat is je hele voorstelling.
Ter oriëntatie de zonsondergang midden in het land (Utrecht; elders scheelt het enkele minuten):
- 7 september: 20:12 uur
- 1 oktober: 19:16 uur
- 15 oktober: 18:45 uur
- 24 oktober: 18:26 uur
- 26 oktober: 17:22 uur — de klok gaat in de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober een uur terug
- 15 november: 16:47 uur
- 15 december: 16:27 uur
Die klokwisseling is de klassieke misser, juist omdat hij valt in de week waarin de zwermen op hun grootst zijn. Vanaf november is een spreeuwenwolk daardoor een verschijnsel van laat in de middag in plaats van de avond — wat het veel makkelijker maakt om er na het werk nog langs te gaan. Wees wel op tijd, maar niet te vroeg: een uur van tevoren is er nog niets te zien. De vogels komen in golfjes binnen in het laatste half uur, en juist dat opbouwen is de moeite waard.

Waar je moet zoeken: riet en open water
Eén habitatkenmerk springt overal bovenuit. Sovon-Nieuws vatte de uitkomst van de landelijke telling zo samen: “Van echt grote slaapplaatsen, met tenminste 10.000 Spreeuwen, ligt 70% in riet.”
Wie een spreeuwenwolk zoekt, zoekt dus in de eerste plaats een uitgestrekt rietveld, het liefst met open water eromheen — dezelfde combinatie die Natuurmonumenten noemt. De overige dertig procent zit volgens Sovon in wilgengrienden, in struiken en bomen (vaak in steden) en in olifantsgras.
Waarom riet? Het staat in het water, en dat is een barrière voor vossen, marters en katten. Rietstengels bewegen bovendien mee als er iets doorheen loopt, wat elk naderend roofdier verraadt.
Gebieden waar die combinatie in Nederland op grote schaal aanwezig is:
- Lauwersmeer — grootschalig riet en open water, en een van de vier plekken die bij de landelijke telling honderdduizenden vogels opleverde.
- Oostvaardersplassen — het moerasdeel is precies het type rietmoeras waar het om gaat.
- Fochteloërveen — hoogveen met rietige randen, en ’s avonds sowieso een van de betere plekken van het land.
Daarbuiten zijn er tientallen kleinere rietveldjes langs plassen en polderslootjes waar ’s winters een paar duizend spreeuwen slapen. Natuurmonumenten is er eerlijk over: “Het is lastig exacte locaties te noemen.” Een plek die vorig jaar vol zat, kan dit jaar leeg zijn.
Wat de landelijke slaapplaatstelling opleverde
In het weekend van 25 en 26 oktober 2014 telden Nederlandse vrijwilligers voor het eerst op grote schaal spreeuwenslaapplaatsen, en de uitkomst was groter dan verwacht. Over het exacte totaal lopen de gepubliceerde cijfers overigens uiteen. Vogelbescherming meldde “in totaal 128 tellingen” met samen “1.221.623 spreeuwen”; Sovon-Nieuws kwam in het verslag daarna uit op 1.821.640 exemplaren, vermoedelijk inclusief later binnengekomen tellingen. Hoe je het ook telt: in één weekend werden er meer dan een miljoen slapende spreeuwen vastgesteld, en de Dollard was toen nog niet eens geteld.
Vier slaapplaatsen sprongen eruit, alle vier in het noorden: Tetjehorn (Groningen), de Bokkumermar (Friesland), het Bargerveen (Drenthe) en het Lauwersmeer — elk met honderdduizenden vogels, samen ongeveer een miljoen. De grootste enkele slaapplaats telde volgens Vogelbescherming “het onvoorstelbare aantal van 400.000 spreeuwen”.
Hoeveel vogels vliegen er in één zwerm?
Bijna niemand kan dat met het blote oog goed schatten; daarom is er software voor. Vogelbescherming liet een zwermfoto door een telprogramma halen: “Het aantal spreeuwen op bovenstaande foto is door de software geschat op 18.800, met een marge van 200.” Wat op een foto oogt als een ondoordringbare zwarte wolk, is dus in de orde van twintigduizend vogels.
Vogelbescherming noemt daarnaast dat er “soms wel honderdduizend spreeuwen in één zwerm” kunnen zitten. Het Britse onderzoek geeft de spreiding: de gemiddelde gemelde zwerm bestond uit ruim 30.000 vogels, met een uitschieter naar 750.000. Reken erop dat een gewone, goede avond enkele duizenden tot tienduizenden vogels oplevert — meer dan genoeg voor het effect.
Waarom ze dit doen — en waarom niemand het zeker weet
Hier past bescheidenheid: er zijn meerdere verklaringen, ze sluiten elkaar niet uit, en de wetenschap is er niet uit. Natuurmonumenten legt de twee bekendste naast elkaar zonder te kiezen: is het “omdat ze zich in een groep veiliger voelen en zich beter kunnen beschermen tegen roofvogels?” Of “om samen de reis naar het overwinteringsgebied in België, Noord-Frankrijk of Zuid-Engeland te kunnen maken?”
De eerste heeft de meeste onderbouwing. Het PLOS ONE-onderzoek uit 2017 vond roofvogels bij 29,6 procent van de zwermen — bijna een op de drie. De sperwer was verreweg de meest genoteerde soort, gevolgd door buizerd, kiekendieven en slechtvalk.
Belangrijker dan de aanwezigheid was het effect. Was er een roofvogel, dan eindigde de zwerm significant vaker doordat álle vogels tegelijk het riet in doken. En zijn aanwezigheid verklaarde 40 procent van de variatie in zwermgrootte en 26 procent van die in duur — aanzienlijk meer dan temperatuur.
Dat is geen sluitend bewijs dat de zwerm er vanwege roofvogels is; het laat zien dat roofvogels sterk bepalen hoe hij eruitziet en hoe lang hij duurt. Vogelbescherming vat de andere kant samen in één zin: “Samen slapen is wel zo veilig.” Eén spreeuw in een massa van twintigduizend heeft een verwaarloosbare kans om gepakt te worden, en een sperwer houdt in een draaiende wolk moeilijk één doelwit vast.

Hoe duizenden vogels tegelijk draaien: zeven buren
Dit is de meest gestelde vraag: hoe kunnen tienduizenden vogels binnen een fractie van een seconde dezelfde bocht maken, zonder botsingen en zonder leider?

Er is geen leider, en geen enkele spreeuw houdt de hele zwerm in de gaten. Elke vogel let op een klein, vast aantal buren. Onderzoekers van Princeton, de Universiteit van Toronto en de Sapienza-universiteit in Rome kwamen in 2013 uit op een verrassend precies getal: zeven. In de woorden van Princeton: “When starlings coordinate with their seven nearest neighbors, they form their characteristic flocks with the least effort.”
Waarom zeven? Het team — Naomi Leonard, George Young, Luca Scardovi, Andrea Cavagna en Irene Giardina — modelleerde de kosten van het volgen van buren. Meer buren geeft betere coördinatie, maar ook meer inspanning en meer ruis. Zeven bleek het punt waar de coördinatie maximaal is en de moeite minimaal.
Op dat volgen zitten drie eenvoudige gedragsregels: uitlijnen, aantrekken en ontwijken. Vlieg dezelfde kant op als je buren, blijf bij ze in de buurt, bots niet tegen ze aan. Uit die drie regels — en verder niets — komt alle complexiteit voort die je vanaf de grond ziet.
Golven door de zwerm: onderzoek uit Groningen
Nederland speelt in dit veld een eigen rol. Charlotte Hemelrijk van de Rijksuniversiteit Groningen ontwikkelde de computermodellen die verklaren hoe het gedrag van individuele vogels de vorm van de hele zwerm oplevert. Haar groep gebruikt onder meer een robotvalk om spreeuwen een dreiging voor te spiegelen en hun ontsnappingsgedrag te meten.
Die donkere golven die als een rimpeling door de zwerm trekken — het spectaculairste wat je vanaf de grond ziet — ontstaan doordat uitwijkende vogels hun vleugels anders naar je toe draaien. De dichtheid verandert nauwelijks; het licht dat ze weerkaatsen wél. Zo’n golf plant zich sneller voort dan een enkele vogel kan vliegen, omdat elke vogel al reageert op wat zijn buren beginnen te doen. Daarom draait een zwerm van vijftigduizend vogels net zo scherp als een van vijfhonderd.
Waar de spreeuwen in de winter vandaan komen
De vogels in de zwerm die je in november ziet, zijn grotendeels niet de vogels die in juni in je nestkast zaten. Vogelbescherming beschrijft de verhuizing in twee richtingen: “uit noordelijke en oostelijke streken van Europa trekken grote aantallen spreeuwen door Nederland, waarvan een groot deel in ons land overwintert.” Tegelijk vertrekt een deel van onze eigen broedvogels naar België, Noordwest-Frankrijk en Zuid-Engeland.
Die uitwisseling verklaart de cijfers. Sovon schat de broedpopulatie op 400.000 tot 700.000 paar (2018–2020), maar het wintermaximum op één tot drie miljoen vogels. Daarom groeien de zwermen in het najaar zo hard.
De spreeuw is ook een van de opvallendste soorten van de najaarstrek. Bij de Euro Birdwatch van 4 oktober 2014 was hij volgens Sovon “veruit de meest waargenomen soort”, met bijna 500.000 exemplaren. Die uitschieter is niet representatief — recenter telde Vogelbescherming 77.000 (2023), 131.383 (2024) en 6.555 in het rustige jaar 2025 — maar de spreeuw stond in al die jaren op nummer één. Wat er in dezelfde weken verder overkomt, staat in ons artikel over vogeltrek in september.
Miljoenen in de winter, en toch gaat het slecht
Dit is de tegenstrijdigheid waar dit artikel niet omheen kan: je kijkt naar tienduizenden vogels tegelijk, en tegelijkertijd gaat het met de spreeuw niet goed. Sovon meet sinds 1990 een “significante afname” van de broedpopulatie, over de hele periode neerkomend op een terugval van ongeveer zestig procent. Vogelbescherming noemt voor 1984–2012 een gemiddelde afname van vier procent per jaar en schrijft onomwonden: “Het aantal spreeuwen is in ons land dramatisch afgenomen.” De staat van instandhouding heet bij Sovon voor de broedvogels “zeer ongunstig”, voor de niet-broedvogels “matig ongunstig”.
Eén precisering, omdat het vaak verkeerd wordt overgeschreven: de spreeuw staat niet op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels, maar op de Oranje lijst — en wel op twee daarvan: die van de broedvogels en die van de doortrekkers en overwinteraars. Die lijst is bedoeld voor soorten die hard achteruitgaan maar nog te talrijk zijn voor de Rode Lijst. Dat is de spreeuw precies.
De oorzaak zit vermoedelijk niet bij de volwassen vogels maar bij de jongen: Sovon wijst op een verminderde jaarlijkse overleving van jonge vogels, in verband gebracht met de afgenomen kwaliteit en oppervlakte van grasland. Spreeuwen zoeken emelten en andere bodeminsecten in kort, kruidenrijk gras; strak beheerd raaigras levert dat nauwelijks. In de laatste twaalf jaar is er volgens Sovon “geen significante aantalsverandering” meer — de val lijkt afgevlakt, op een fors lager niveau.
Praktisch: wat je meeneemt en hoe je gaat staan
Een spreeuwenwolk kijken is verrassend laagdrempelig. Je hebt geen verrekijker nodig — sterker, die werkt tegen je, omdat je dan een deel van de zwerm ziet in plaats van het geheel. Wat wél helpt:
- Kom een half uur voor zonsondergang aan en zoek eerst een plek. Aankomen als het al begonnen is, kost je de helft.
- Ga met de lucht mee, niet tegen de zon in. Zorg dat de zwerm zich aftekent tegen de lichtste hemel, meestal west tot zuidwest. Tegen een donkere bosrand zie je vrijwel niets.
- Blijf op afstand van het riet. Honderd meter is ruim voldoende. Te dicht bij de slaapplaats jaag je de vogels weg vóórdat het interessant wordt.
- Kleed je warmer dan je denkt. Je staat stil, vaak bij water, op het koudste moment van de dag.
- Zaklamp mee — het is donker als je teruglopt, en dijkjes langs rietvelden zijn zelden verhard.
- Geen haast. Blijf nog vijf minuten staan nadat de zwerm is ingevallen; vaak komt hij nog één keer omhoog.
Verstoring is het enige waar je echt op moet letten. Spreeuwen die telkens opgejaagd worden verlaten een slaapplaats, en dan is het voor het hele seizoen voorbij — ook voor wie na jou komt. Blijf op paden, houd honden aangelijnd, gebruik geen drone en geen geluid om vogels op te jagen. Onze richtlijnen voor verantwoord spotten gaan hier verder op in.
Meetellen kan ook: Sovon en Vogelbescherming organiseren slaapplaatstellingen, en tijdens de Euro Birdwatch in het eerste weekend van oktober wordt door het hele land geteld. De telinstructie van Sovon is simpel genoeg om zelf te volgen: “Tel de reeds aanwezige vogels, aangevuld met de aanvliegende vogels.”

Een spreeuwenwolk fotograferen
Fotografisch is dit een lastig onderwerp dat er makkelijk uitziet. Drie dingen bepalen of het lukt.
Weinig licht, veel beweging. Wil je scherpe stippen, dan zit je al snel op 1/1000 seconde en dus op een hoge ISO. Wil je de beweging tonen, doe dan het omgekeerde: 1/15 of langer, camera op statief, zwerm laten uitvegen tot strepen. Dat tweede levert vaker een goed beeld op.
Groothoek werkt beter dan tele. Met een telelens fotografeer je een deel van de wolk zonder context. Een 24–70 of zelfs je telefoon, met rietveld en horizon erbij, vertelt het verhaal beter.
De achtergrond is het onderwerp. Een zwerm tegen een grijze lucht is een grijze foto; tegen een oranje avondlucht is het meteen een beeld. Kies je standplaats dus op de lucht, niet op de vogels.
En het belangrijkste: kijk de eerste avond zonder camera. Je leert waar de zwerm aankomt, hangt en invalt — de tweede avond sta je goed.
Veelgestelde vragen
Hoe laat begint een spreeuwenwolk?
In het laatste half uur voor zonsondergang, met het hoogtepunt rond of net na zonsondergang. Reken op ongeveer een half uur: het Britse onderzoek kwam op een gemiddelde duur van 26 minuten.
In welke maanden zie je spreeuwenwolken in Nederland?
Ruwweg van eind september tot in maart, met de hoogste aantallen van half oktober tot begin februari. De landelijke slaapplaatstelling werd niet toevallig eind oktober gehouden.
Hoeveel spreeuwen zitten er in een zwerm?
Meestal duizenden tot tienduizenden. Vogelbescherming liet een zwermfoto tellen door software en kwam uit op 18.800 vogels. Uitschieters van honderdduizend of meer komen voor; de grootste Nederlandse slaapplaats had er ongeveer 400.000.
Waarom vliegen spreeuwen in zulke wolken?
Waarschijnlijk vooral voor de veiligheid: samen slapen en samen vliegen verkleint de kans dat je zelf gepakt wordt. Roofvogels waren bij bijna een op de drie zwermen aanwezig en verklaarden een groot deel van de verschillen in grootte en duur. Sluitend bewijs is er niet.
Botsen spreeuwen nooit tegen elkaar?
Vrijwel nooit. Elke vogel houdt ongeveer zeven naaste buren in de gaten en volgt drie regels: uitlijnen, aantrekken en ontwijken. Doordat iedereen op zijn directe buren reageert, plant een bocht zich razendsnel door de zwerm voort zonder dat er een leider nodig is.
Waar kan ik het beste een spreeuwenwolk zien?
Zoek een groot rietveld met open water eromheen; zeventig procent van de grote slaapplaatsen ligt in riet. Het Lauwersmeer, de Oostvaardersplassen en het Fochteloërveen hebben die combinatie op grote schaal. Slaapplaatsen verschuiven wel per jaar.
Zijn dit dezelfde spreeuwen die hier broeden?
Grotendeels niet. Een deel van onze broedvogels trekt weg naar België, Noordwest-Frankrijk en Zuid-Engeland, terwijl er grote aantallen spreeuwen uit Noord- en Oost-Europa binnenkomen. Daardoor zitten er ’s winters één tot drie miljoen spreeuwen in Nederland, tegenover 400.000 tot 700.000 broedparen in de zomer.
Verder lezen bij de bron
- Sovon, soortpagina Spreeuw — populatieschattingen, trends, staat van instandhouding. stats.sovon.nl
- Sovon, telinstructie slaapplaatsen — het advies een uur voor zonsondergang te beginnen. sovon.nl
- Sovon-Nieuws 28 (2015) nr. 3 — de landelijke slaapplaatstelling: 1.821.640 vogels, 70% in riet (pdf). pub.sovon.nl
- Vogelbescherming, vogelgids Spreeuw — aantallen, Oranje lijst, kenmerken, trek. vogelbescherming.nl
- Vogelbescherming, “In de wolken met spreeuwen” — slaapplaatsen en het samenkomen aan het eind van de dag. vogelbescherming.nl
- Vogelbescherming, “Hoeveel spreeuwen vliegen er in een wolk?” — de softwaretelling van 18.800 vogels. vogelbescherming.nl
- Vogelbescherming, Euro Birdwatch — de jaarlijkse teluitkomsten. vogelbescherming.nl
- Natuurmonumenten, “Spreeuwenwolken, spectaculaire luchtshows in het najaar” — timing en habitat. natuurmonumenten.nl
- Goodenough e.a., PLOS ONE (2017) — de 26 minuten en de cijfers over roofvogels. journals.plos.org
- Princeton University (2013) — het zeven-buren-onderzoek van Leonard, Young, Scardovi, Cavagna en Giardina. princeton.edu
- National Geographic Nederland — het modelwerk van Charlotte Hemelrijk (RUG), de drie gedragsregels, de robotvalk. nationalgeographic.nl
Verder op deze site
- Spreeuw — herkenning, geluid en voorkomen door het jaar heen.
- Sperwer — de roofvogel die het vaakst bij een spreeuwenwolk opduikt.
- Slechtvalk en buizerd — de andere jagers boven een slaapplaats.
- Bruine kiekendief — jaagt laag over dezelfde rietvelden.
- Baardman — overdag in datzelfde riet.
- Lauwersmeer, Oostvaardersplassen en Fochteloërveen — riet en open water op grote schaal.
- Vogeltrek in september — wat er in dezelfde weken overtrekt.
- Kraanvogel — de andere najaarssoort waarbij het weer bepaalt of je hem ziet.
- Verantwoord spotten — kijken zonder te verstoren.
Laatst gecontroleerd: 04-09-2026