Veenbesblauwtje spotten in Nederland
Zeer zeldzaam 🦋 Vlinder Kwetsbare soort · R1
🛡️ Bewust geen exacte vindplaatsen
Dit is een kwetsbare soort. Wij noemen bewust geen exacte vindplaatsen. Staat er hieronder een gebied, dan is dat omdat de terreinbeheerder de soort daar zelf publiceert; de bron staat erbij. Zo dragen we bij aan de bescherming van de soort. Waarom we dat doen.
Waar en wanneer zie je een veenbesblauwtje in Nederland? Deze soort is zeer zelden te zien, van juni tot en met augustus.
Hoe herken je een veenbesblauwtje?
Voorvleugellengte ongeveer 14 millimeter. Het mannetje is diep violetblauw van boven, het vrouwtje bruin met blauwe beschubbing op de achtervleugels. Kenmerkend is één opvallende, grote oranje-met-blauwe vlek in de binnenrandhoek van de achtervleugelonderkant.
Waar zie je deze soort in Nederland?
Alleen nog in het Dwingelderveld in Drenthe en bij Sellingen in Groningen. Vroeger veel wijder verspreid; sinds de jaren tachtig sterke areaalkrimp.
Leefgebied: Kleine, door bos omgeven veentjes op de zandgronden. Optimaal is 0,8 tot 2 hectare, en er moet een netwerk van onderling bereikbare veentjes zijn zodat populaties kunnen uitwisselen.
Wanneer is de beste tijd?
Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.
Beste periode: Begin juni tot eind juli, in één generatie. Uiterste data 7 juni en 9 augustus.
Beste tijdstip: Vroege ochtend, rond acht uur op zonnige dagen.
Recente waarnemingen
👁️ Waar is deze soort recent gezien?
Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.
Actuele waarnemingen op Waarneming.nl →
Let op: bij kwetsbare soorten worden waarnemingen door de bron al vervaagd of afgeschermd. Wij nemen geen exacte locaties over.
Zo vergroot je je kans
- Ga op een warme, windstille dag tussen een uur of tien en vier — dan zijn ze actief.
- Zoek de plek op, niet het dier: bloemrijke randen bij vlinders, oevers en open water bij libellen.
- Beweeg langzaam en houd je schaduw van het dier af; die valt eerder op dan jijzelf.
- Vroeg in de ochtend zitten ze nog koud en stil op een blad — dan kun je het dichtst naderen.
🎒 Wat je hiervoor nodig hebt
Camera met macro. Hij is klein en zit laag in de veenmosvegetatie.
Fotograferen
Kom vroeg: de piekactiviteit ligt rond acht uur 's ochtends op een zonnige dag, veel eerder dan bij de meeste blauwtjes. Blijf van het veenmos af en fotografeer vanaf het pad.
🌿 Verantwoord spotten
Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt. Dit is een kwetsbare soort. Wij noemen bewust geen exacte vindplaatsen. Staat er hieronder een gebied, dan is dat omdat de terreinbeheerder de soort daar zelf publiceert; de bron staat erbij. Zo dragen we bij aan de bescherming van de soort.
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-08
Veelgestelde vragen
Hoe herken je een veenbesblauwtje?
Aan één grote oranje vlek. In de binnenrandhoek van de achtervleugelonderkant staat een opvallende, grote vlek die oranje én blauw is — geen ander Nederlands blauwtje heeft dat. Het mannetje is van boven diep violetblauw, het vrouwtje bruin met blauwe beschubbing op de achtervleugels. Voorvleugellengte ongeveer 14 millimeter. En het leefgebied helpt: een blauwtje op hoogveen is vrijwel altijd deze soort.
Wat is het verschil met het staartblauwtje?
Aantal en plaats van het oranje. Het staartblauwtje heeft twee kleine, zwartgerande oranje oogvlekken plus een klein staartje aan de vleugelrand; het veenbesblauwtje heeft één grote oranje-met-blauwe vlek en geen staartje. De leefgebieden overlappen bovendien nauwelijks: het staartblauwtje zit in vochtige, ruige weilanden, het veenbesblauwtje op kleine veentjes tussen bos.
Waar leeft de rups van?
Van kleine veenbes, en mogelijk ook van kraaihei en lavendelhei. Kleine veenbes is een plantje van levend hoogveen dat over het veenmos kruipt — het groeit nergens anders. Daarmee is de vlinder net zo kwetsbaar als het veen zelf: verdroogt of vermest een veentje, dan verdwijnt de veenbes en kort daarna de vlinder.
Hoe groot moet een veentje zijn?
Klein mag, maar niet alleen. Het optimum ligt tussen 0,8 en 2 hectare, dus een veentje ter grootte van een paar voetbalvelden volstaat. Beslissender is dat er een nétwerk van zulke veentjes ligt, dicht genoeg bij elkaar om uitwisseling mogelijk te maken. Eén geïsoleerd veentje houdt de soort op termijn niet vast, hoe goed het er ook uitziet — en juist die versnippering is de reden dat hij sinds de jaren tachtig zo hard achteruit is gegaan.
Waarom noemen jullie geen precieze vindplaatsen?
Omdat álle waarnemingen van deze soort in de NDFF vervaagd zijn tot hokken van 10 bij 10 kilometer, met aantasting van kwetsbare habitats, bescherming en verstoring als redenen. Het Dwingelderveld en Sellingen noemen wij omdat de beheerders die zelf publiceren; exacte veentjes laten wij weg. Bij hoogveen is niet alleen de locatie gevoelig maar ook het betreden zelf: veenmos herstelt zich nauwelijks van betreding.
Gegevens over voorkomen komen uit de NDFF en van De Vlinderstichting. Deze soort staat op de NDFF Lijst Kwetsbare Soorten: álle waarnemingen zijn vervaagd tot 10 bij 10 kilometer, daarom noemen wij geen gebieden of vindplaatsen. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.