Pimpernelblauwtje spotten in Nederland
Zeer zeldzaam 🦋 Vlinder Kwetsbare soort · R1
🛡️ Bewust geen exacte vindplaatsen
Dit is een kwetsbare soort. Wij noemen bewust geen exacte vindplaatsen. Staat er hieronder een gebied, dan is dat omdat de terreinbeheerder de soort daar zelf publiceert; de bron staat erbij. Zo dragen we bij aan de bescherming van de soort. Waarom we dat doen.
Waar en wanneer zie je een pimpernelblauwtje in Nederland? Deze soort is zeer zelden te zien, van juni tot en met augustus.
Hoe herken je een pimpernelblauwtje?
Voorvleugellengte ongeveer 17 millimeter. De bovenzijde is helder donkerblauw; het vrouwtje heeft grotere zwarte vlekken dan het mannetje. De onderzijde is lichtbruin met twee rijen zwarte vlekken.
Waar zie je deze soort in Nederland?
Sinds 1970 uit Nederland verdwenen. In 1990 geherintroduceerd in de Moerputten bij Den Bosch met 33 mannetjes en 53 vrouwtjes uit Polen.
Leefgebied: Vochtige, vrij voedselarme hooilanden waar zowel de grote pimpernel als de moerassteekmier voorkomen, meestal in beekdalen.
Wanneer is de beste tijd?
Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.
Beste periode: Eind juni tot half augustus, in één generatie.
Beste tijdstip: Vroege ochtend.
Recente waarnemingen
👁️ Waar is deze soort recent gezien?
Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.
Actuele waarnemingen op Waarneming.nl →
Let op: bij kwetsbare soorten worden waarnemingen door de bron al vervaagd of afgeschermd. Wij nemen geen exacte locaties over.
Zo vergroot je je kans
- Ga op een warme, windstille dag tussen een uur of tien en vier — dan zijn ze actief.
- Zoek de plek op, niet het dier: bloemrijke randen bij vlinders, oevers en open water bij libellen.
- Beweeg langzaam en houd je schaduw van het dier af; die valt eerder op dan jijzelf.
- Vroeg in de ochtend zitten ze nog koud en stil op een blad — dan kun je het dichtst naderen.
🎒 Wat je hiervoor nodig hebt
Camera met macro en geduld. De vlinders verschijnen vroeg in de ochtend en zitten dan op de bloeiwijzen van grote pimpernel.
Fotograferen
De vlinder zit vrijwel altijd op grote pimpernel — donkerrode, langwerpige bloemhoofdjes op een lange steel. Fotografeer plant en vlinder samen; dat vertelt het hele verhaal in één beeld.
🌿 Verantwoord spotten
Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt. Dit is een kwetsbare soort. Wij noemen bewust geen exacte vindplaatsen. Staat er hieronder een gebied, dan is dat omdat de terreinbeheerder de soort daar zelf publiceert; de bron staat erbij. Zo dragen we bij aan de bescherming van de soort.
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-08
Veelgestelde vragen
Hoe herken je een pimpernelblauwtje?
Aan de combinatie van helder donkerblauw en de plant waarop het zit. De bovenzijde is helder donkerblauw, waarbij het vrouwtje grotere zwarte vlekken heeft dan het mannetje; de onderzijde is lichtbruin met twee rijen zwarte vlekken. Voorvleugellengte ongeveer 17 millimeter. In de praktijk zie je hem vrijwel uitsluitend op grote pimpernel, want dat is zijn enige waardplant én zijn favoriete nectarbron.
Wat is het verschil met het donker pimpernelblauwtje?
De onderkant. Het pimpernelblauwtje heeft een lichtbruine onderzijde met twee rijen zwarte vlekken; het donker pimpernelblauwtje heeft een kaneelbruine onderzijde met alleen vage vlekjes langs de rand. De bovenkant scheelt ook: helder donkerblauw tegenover dof donkerblauw met sterke bruine bestuiving. Interessanter is dat de twee soorten hun eitjes verschillend verdelen: het pimpernelblauwtje kiest jonge, kleine bloemhoofdjes op doorgaans kleinere planten, het donkere kiest oudere knoppen en grotere planten. Zo delen ze dezelfde waardplant zonder elkaar te verdringen.
Hoe leeft de rups van het pimpernelblauwtje?
Eerst in de bloem, daarna in een mierennest. Na het uitkomen eet de rups een gang rondom de basis van de bloeiwijze en bekleedt die met spinsel. Later laat hij zich op de grond vallen en wacht tot een moerassteekmier hem tussen de kaken meeneemt naar het nest. Daar brengt hij de winter door en verpopt hij zich uiteindelijk. Zonder die specifieke mierensoort in de directe omgeving van de planten is er geen populatie mogelijk.
Klopt het dat deze vlinder is teruggebracht in Nederland?
Ja. Het pimpernelblauwtje verdween sinds 1970 uit Nederland. In 1990 is de soort geherintroduceerd in de Moerputten bij Den Bosch, met 33 mannetjes en 53 vrouwtjes afkomstig uit Polen. Alles wat er nu in Nederland vliegt, stamt van die dieren af. Dat maakt de populatie bijzonder én kwetsbaar: genetisch smal, klein en op één plek geconcentreerd.
Waarom noemen jullie geen vindplaatsen van het pimpernelblauwtje?
Omdat deze soort in de NDFF het zwaarste beschermingsniveau heeft: álle waarnemingen zijn volledig verborgen voor het publiek, niet eens vervaagd tot een grof hok. Dat is strenger dan bij vrijwel elke andere soort op onze site. De reden is dat het om een kleine, geherintroduceerde populatie gaat die gevoelig is voor verstoring en verzameling. Wat wij noemen — de Moerputten — komt uit publicaties van de beheerder en uit de wetenschappelijke literatuur over de herintroductie zelf, niet uit waarnemingsdata.
Gegevens over voorkomen komen uit de NDFF en van De Vlinderstichting. Deze soort staat op de NDFF Lijst Kwetsbare Soorten met het zwaarste niveau: álle waarnemingen zijn volledig verborgen voor het publiek. Locaties die wij noemen komen uitsluitend uit publicaties van de terreinbeheerder zelf. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.