Kleine tanglibel in Nederland
📷 Jörg Hempel, CC BY-SA 3.0 de

Kleine tanglibel spotten in Nederland

Onychogomphus forcipatus · Small Pincertail

Zeer zeldzaam 🪰 Libel

Waar en wanneer zie je een kleine tanglibel in Nederland? Deze soort is zeer zelden te zien, van juni tot en met september.

Hoe herken je een kleine tanglibel?

Lengte 50 tot 53 millimeter. Het mannetje is onmiskenbaar door de tangvormig naar elkaar toegebogen achterlijfsaanhangsels. Het borststuk is geel met fijne zwarte golflijnen; het achterlijf is zwart met een rij ingesnoerde gele vlekken over de rug — dus geen doorlopende gele streep. Het vrouwtje is breder, mist de achterlijfsverbreding en heeft geen opvallende aanhangsels. Beide geslachten hebben groene ogen met twee gele dwarsstrepen ertussen.

Waar zie je deze soort in Nederland?

Zeldzaam; nog af en toe waargenomen langs de Roer in Limburg.

Leefgebied: Zonnige en stenige beken en rivieren, af en toe ook langs oevers van grote plassen.

Dit is een algemene, wijdverspreide soort: je kunt hem op veel meer plekken tegenkomen dan de gebieden hieronder. Zie die lijst als een startpunt, niet als een volledige opsomming.

Leefgebied: Zonnige en stenige beken en rivieren, af en toe ook langs oevers van grote plassen.

Voor deze soort zijn nog geen gebieden met voldoende bewijs vastgelegd. We noemen daarom het type leefgebied.

Wanneer is de beste tijd?

Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.

Beste periode: Begin juni tot begin september, met de hoogste aantallen van juli tot half augustus.

Beste tijdstip: Zonnige uren midden op de dag.

Recente waarnemingen

👁️ Waar is deze soort recent gezien?

Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.

Actuele waarnemingen op Waarneming.nl →

Zo vergroot je je kans

  • Ga op een warme, windstille dag tussen een uur of tien en vier — dan zijn ze actief.
  • Zoek de plek op, niet het dier: bloemrijke randen bij vlinders, oevers en open water bij libellen.
  • Beweeg langzaam en houd je schaduw van het dier af; die valt eerder op dan jijzelf.
  • Vroeg in de ochtend zitten ze nog koud en stil op een blad — dan kun je het dichtst naderen.

🎒 Wat je hiervoor nodig hebt

Verrekijker, en een goed oog voor grindbanken. De larvenhuidjes liggen daar vlak bij de waterlijn.

Fotograferen

Zoek langs de waterlijn op grindbanken naar de larvenhuidjes: die vind je er makkelijker dan de libel zelf, en ze bewijzen dat de soort zich ter plekke voortplant.

🌿 Verantwoord spotten

Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt.

Bronnen: NDFF Flora & Fauna Verkenner (open data), geraadpleegd 07-08-2026; De Vlinderstichting
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-08

Veelgestelde vragen

Hoe herken je een kleine tanglibel?

Aan de tang. De achterlijfsaanhangsels van het mannetje zijn groot en buigen tangvormig naar elkaar toe — daaraan dankt de soort zijn naam en dat maakt hem onmiskenbaar. Verder heeft hij een geel borststuk met fijne zwarte golflijnen en groene ogen met twee gele dwarsstrepen ertussen. Het vrouwtje is breder, mist de achterlijfsverbreding en heeft geen opvallende aanhangsels.

Wat is het verschil met de rombouten?

De vorm van het geel op het achterlijf. Waar de rombouten een min of meer doorlopende gele lengtestreep over de rug hebben, heeft de kleine tanglibel een rij ingesnoerde gele vlekken — dus onderbroken in plaats van doorlopend. Bij het mannetje maken de tangvormige aanhangsels het verschil sowieso meteen duidelijk.

En het verschil met de gaffellibel?

Het groen. De gaffellibel heeft grasgroene kop, ogen, borststuk en achterlijfsbasis; de kleine tanglibel heeft een geel borststuk met zwarte golflijnen en alleen groene ogen. Vrouwtjes van de kleine tanglibel hebben bovendien brede zwarte strepen op het borststuk, die bij de gaffellibel ontbreken. Beide soorten leven wel in hetzelfde type water: zonnige, stenige beken en rivieren.

Hoe lang duurt de ontwikkeling?

De larve overwintert meestal drie keer, in diepere trajecten soms tot vijf keer. Uitsluipen gebeurt van juni tot augustus, met het zwaartepunt in juli. De lege larvenhuidjes zijn vooral te vinden op grindbanken vlak bij de waterlijn — voor wie de soort wil vaststellen is dat vaak de snelste route, want de huidjes blijven wekenlang liggen terwijl de libellen zelf lastig te benaderen zijn.

Waar komt hij nog voor?

Vrijwel alleen nog langs de Roer in Limburg, waar hij af en toe wordt waargenomen. Hij staat als gevoelig op de Rode Lijst. Europees is de soort juist wijdverbreid — van Zuid-Scandinavië tot Noord-Afrika en oostelijk tot de Oeral — maar hij ontbreekt op de Britse Eilanden en in Ierland. Nederland ligt met zijn weinige stenige, snelstromende beken aan de rand van wat voor deze soort geschikt is.

Gegevens over voorkomen komen uit de NDFF en van De Vlinderstichting. Zie ook onze verantwoording.

De seizoensmail

Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.

Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.