Donker pimpernelblauwtje spotten in Nederland
Zeer zeldzaam 🦋 Vlinder Kwetsbare soort · R1
🛡️ Bewust geen exacte vindplaatsen
Dit is een kwetsbare soort. Wij noemen bewust geen exacte vindplaatsen. Staat er hieronder een gebied, dan is dat omdat de terreinbeheerder de soort daar zelf publiceert; de bron staat erbij. Zo dragen we bij aan de bescherming van de soort. Waarom we dat doen.
Waar en wanneer zie je een donker pimpernelblauwtje in Nederland? Deze soort is zeer zelden te zien, van juli tot en met augustus.
Hoe herken je een donker pimpernelblauwtje?
Voorvleugellengte ongeveer 17 millimeter. Het mannetje is dof donkerblauw met sterke bruine bestuiving, het vrouwtje bruin met hooguit wat blauwe beschubbing. Het meest kenmerkende is de kaneelbruine onderkant met slechts vage vlekjes langs de vleugelrand.
Waar zie je deze soort in Nederland?
Sinds 1970 uit Nederland verdwenen en in 1990 bij Den Bosch geherintroduceerd met dieren uit Polen. Nu is er nog één gevestigde populatie, bij Posterholt in Limburg, gevestigd in 2001; het voortbestaan daar blijft precair.
Leefgebied: Vochtige, vrij voedselarme hooilanden met grote pimpernel en de juiste steekmieren, meestal in beekdalen.
Wanneer is de beste tijd?
Groen = te zien · oranje = piekperiode. De balk rolt automatisch uit de database.
Beste periode: Begin juli tot half augustus, in één generatie.
Beste tijdstip: Ochtend en late ochtend.
Recente waarnemingen
👁️ Waar is deze soort recent gezien?
Bekijk de actuele waarnemingen op Waarneming.nl. Een handige aanvulling op onze geverifieerde informatie.
Actuele waarnemingen op Waarneming.nl →
Let op: bij kwetsbare soorten worden waarnemingen door de bron al vervaagd of afgeschermd. Wij nemen geen exacte locaties over.
Zo vergroot je je kans
- Ga op een warme, windstille dag tussen een uur of tien en vier — dan zijn ze actief.
- Zoek de plek op, niet het dier: bloemrijke randen bij vlinders, oevers en open water bij libellen.
- Beweeg langzaam en houd je schaduw van het dier af; die valt eerder op dan jijzelf.
- Vroeg in de ochtend zitten ze nog koud en stil op een blad — dan kun je het dichtst naderen.
🎒 Wat je hiervoor nodig hebt
Camera met macro. De vlinder is extreem honkvast en blijft vaak binnen tien meter van waar je hem het eerst zag.
Fotograferen
Deze soort verplaatst zich nauwelijks: zie je er één, blijf dan staan en wacht. Hij komt vrijwel zeker terug op dezelfde pimpernelbloem in plaats van weg te vliegen.
🌿 Verantwoord spotten
Houd afstand, blijf op de paden en lok dieren nooit met voer of geluid. Verlaat het gebied zodra een dier onrustig wordt. Dit is een kwetsbare soort. Wij noemen bewust geen exacte vindplaatsen. Staat er hieronder een gebied, dan is dat omdat de terreinbeheerder de soort daar zelf publiceert; de bron staat erbij. Zo dragen we bij aan de bescherming van de soort.
Status: Geverifieerd · Laatst gecontroleerd: 2026-08-08
Veelgestelde vragen
Hoe herken je een donker pimpernelblauwtje?
Aan de kaneelbruine onderkant. Waar het pimpernelblauwtje een lichtbruine onderzijde heeft met twee duidelijke rijen zwarte vlekken, is die bij het donker pimpernelblauwtje warm kaneelbruin met alleen vage vlekjes langs de rand. De bovenzijde van het mannetje is dof donkerblauw met sterke bruine bestuiving — duidelijk minder helder dan bij zijn naamgenoot. Het vrouwtje is grotendeels bruin. Voorvleugellengte ongeveer 17 millimeter.
Hoe verdelen de twee pimpernelblauwtjes dezelfde plant?
Door verschillende bloemhoofdjes te kiezen. Het donker pimpernelblauwtje zet één tot vijf eitjes af op grótere bloemhoofdjes van grotere planten, terwijl het pimpernelblauwtje één eitje per hoofdje kiest en dan de jonge, kleinere hoofdjes. Zo ontstaat een gedeeltelijke scheiding waardoor beide soorten van dezelfde plant kunnen leven. De rupsen van het donkere worden bovendien sneller door mieren gevonden.
Welke mieren heeft deze vlinder nodig?
De gewone steekmier of de moerassteekmier. Na de derde vervelling laat de rups zich op de grond vallen en wacht tot zo’n mier hem naar het nest draagt. Daar eet hij de winter door kleine mierenlarven en eitjes — hij is dus een echte roofparasiet in het nest, geen kostganger. In het voorjaar verpopt hij zich dicht bij de nestingang. Zonder de juiste mierensoort binnen enkele meters van de pimpernelplanten is er geen populatie.
Hoe mobiel is deze vlinder?
Nauwelijks. Individuen blijven doorgaans binnen tien meter van de plek waar ze zijn gezien. Verplaatsingen van vijftig tot honderd meter zijn al zeldzaam en meer dan een kilometer is uitzonderlijk. Dat verklaart waarom de soort niet vanzelf nieuwe geschikte hooilanden bereikt, ook al liggen die maar een paar kilometer verderop — en waarom het verlies van één perceel meteen een populatie kan kosten.
Waarom noemen jullie geen vindplaatsen van deze soort?
Omdat het donker pimpernelblauwtje in de NDFF het zwaarste beschermingsniveau heeft: álle waarnemingen zijn volledig verborgen voor het publiek, niet eens vervaagd tot een grofmazig hok. Bij een vlinder die uit Nederland verdwenen was, in 1990 is teruggebracht en waarvan nu nog één gevestigde populatie over is, is dat begrijpelijk. De gemeente Posterholt noemen wij omdat de beheerder en de wetenschappelijke literatuur dat zelf doen; exacte percelen laten wij weg.
Gegevens over voorkomen komen uit de NDFF en van De Vlinderstichting. Deze soort staat op de NDFF Lijst Kwetsbare Soorten met het zwaarste niveau: álle waarnemingen zijn volledig verborgen voor het publiek. Locaties die wij noemen komen uitsluitend uit publicaties van de terreinbeheerder zelf. Zie ook onze verantwoording.
De seizoensmail
Eén keer per maand een korte mail: welke dieren er die maand te zien zijn, in welke gebieden, en wat er die maand net begint of juist ophoudt. Niet vaker, en nooit een advertentie.
Je krijgt eerst een mailtje met een bevestigingslink. Pas als je daarop klikt sta je op de lijst — zo kan niemand jouw adres aanmelden.